<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:8499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-05T10:46:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/1342</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8499">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-05T10:45:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:8499 Rechtbank Amsterdam , 07-11-2025 / AMS 24/1342</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8499:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Systematiek Awb verzet zich in beginsel tegen toewijzen uitstel betaling griffierecht tot op zaak is beslist of is geschikt. Verzoek niet gemotiveerd. Uitstelverzoek is voorts BOBOG-verzoek. Brief 16 februari 2023 waarin Bartels kenbaar is gemaakt dat alleen een volledig en gemotiveerd ingediend beroep op betalingsonmacht in behandeling wordt genomen heeft niet tot een gedragsverandering geleid. Beperking blijft gehandhaafd en wordt eerst na 1 januari 2028 geëvalueerd. Bartels blijft voortdurend BOBOG en uitstelverzoeken indienen en herhaalt tegen beter weten grieven die betrekking hebben op de betaling van het griffierecht. Dat alles levert misbruik van procesrecht op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8499:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 24/1342</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Hotel Falcon Plaza B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar, verweerder. </bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 23 februari 2024 een beroepschrift van eiseres ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 19 februari 2024 (de bestreden uitspraak). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.<footnote-ref linkend="_6b3ed0b2-6ea1-4c08-9fbd-a37cde8dc934" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.<footnote-ref linkend="_24a58fce-5f25-4cd0-9e02-d8597012f135" /> In deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 371,-. De griffier heeft een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beroep op betalingsonmacht </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_39e48e8f-ad39-4e24-a158-d1f8e228f24b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde van eiseres heeft in het beroepschrift om uitstel van betaling van het griffierecht verzocht totdat finaal op het beroep is beslist dan wel partijen het geschil hebben geschikt. De gemachtigde heeft zijn verzoek niet gemotiveerd. De griffier heeft het verzoek daarom niet in behandeling genomen. </para>
    <para />
    <para>4. De gemachtigde van eiseres heeft bij brief van 16 april 2024 een beroep op betalingsonmacht gedaan. De griffier heeft het verzoek om vrijstelling van de betaling van het griffierecht bij brief van 19 april 2024 afgewezen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat zowel het verzoek in het beroepschrift als het beroep op betalingsonmacht in de brief van 16 april 2024 terecht niet in behandeling zijn genomen. De ontvankelijkheid van het rechtsmiddel is mede afhankelijk van het tijdig en volledig betalen van het griffierecht. De gemachtigde van eiseres is daarmee bekend. Ondanks dat verzoekt hij (nagenoeg) standaard en zonder motivatie in elke zaak waarin hij een partij bijstaat om uitstel van betaling. Als professionele rechtshulpverlener hoort hij te weten dat een dergelijk standaard verzoek geen kans van slagen heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Daar komt bij dat van de gemachtigde van eiseres mag worden verwacht dat hij er ook mee bekend is dat een verzoek om uitstel van betaling volgens jurisprudentie wordt aangemerkt als een verzoek om vrijstelling van de betaling van het griffierecht.<footnote-ref linkend="_0361c2dd-d164-4a8d-b07f-2ed7fcff50ef" /> De griffier heeft hem bij brief van 16 februari 2023 gemotiveerd bericht dat vanaf heden geen acht wordt geslagen op een beroep op betalingsonmacht, wanneer is verzuimd het formulier c.q. de benodigde gegevens mee te sturen.<footnote-ref linkend="_f2448162-7f10-44ed-a35d-b7fbd45bd07e" /> Ondanks deze mededeling heeft de gemachtigde van eiseres het verzoek om vrijstelling van 16 april 2024 niet gemotiveerd. De verzoeken worden definitief afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Betaling griffierecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. De griffier heeft eiseres bij brief van 5 maart 2024 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 3 april 2023 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Dat betekent dat het griffierecht uiterlijk op 1 mei 2024 door de rechtbank moet zijn ontvangen. </para>
      <para />
      <para>7. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald. </para>
      <para />
      <para>8. Eiseres heeft niet gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 3 juni 2024 om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. </para>
      <para />
      <para>9. De gemachtigde van eiseres heeft in zijn op 16 juni 2024 gedateerde brief, deze brief is ter griffie ontvangen op 3 juli 2024, gevraagd om een juiste nota toegezonden te krijgen. De rechtbank begrijpt dat uit deze brief kennelijk moet worden opgemaakt dat de gemachtigde van eiseres van mening is dat de notabrieven een onjuiste tenaamstelling en adressering bevatten. De brief leidt echter niet tot de conclusie dat het eiseres niet kan worden aangerekend dat het griffierecht niet is betaald. De gemachtigde van eiseres heeft van de rechtbank notabrieven ontvangen en treedt vaker in bestuursrechtelijke procedures op. Van hem mag worden verwacht dat hij ermee bekend is dat in de wet staat dat voor het indienen van een beroepschrift op tijd griffierecht moet worden betaald. Een verschil van mening over de tenaamstelling van een notabrief maakt dit niet anders. De combinatie van tenaamstelling, postbusnummer, zaaknummer en naam van eiseres maakt naar het oordeel van de rechtbank bovendien duidelijk dat de betreffende brieven en herinneringen gericht zijn aan de gemachtigde van eiseres in deze hoedanigheid. De betreffende brieven en herinneringen kunnen dan ook worden aangemerkt als mededeling als bedoeld in artikel 8:41, vierde lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_26600459-5e69-47c4-8e58-51dcbb7b1fc7" /> Het griffierecht is dus verwijtbaar niet betaald. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Misbruik van procesrecht</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>De gemachtigde van eiseres procedeert in zeer veel zaken. Alleen al bij deze rechtbank zijn dat gemiddeld ruim 100 zaken per jaar.<footnote-ref linkend="_6bd1522d-07e3-4118-abaf-a899ef0729ac" /> Nagenoeg elke beroepszaak dat door hem aanhangig wordt gemaakt, bevat een verzoek om uitstel van betaling en een beroep op betalingsonmacht en bevat grieven over het griffierecht waarop in talloze uitspraken door verschillende rechters reeds is beslist. De rechtbank stelt vast dat de eerder in deze uitspraak genoemde brief van 16 februari 2023 niet tot een andere werkwijze van de gemachtigde heeft geleid. Aanleiding voor de brief van 16 februari 2023 was het procesgedrag dat hij vertoonde. Procesgedrag dat hij ook bij andere rechtspraakorganen toont.<footnote-ref linkend="_ae3e9a85-baa2-4a2a-9d9d-5cfa4849d50f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>De gemachtigde blijft in (nagenoeg) elke zaak waarin hij een partij bijstaat grieven en herhalingen indienen, ook wanneer deze niet aan de orde zijn. Deze constatering geldt ook in zaken van partijen die hij eerder heeft vertegenwoordigd en waarvan hij weet dat deze herhalingen niet tot toewijzing kunnen leiden.<footnote-ref linkend="_0696bc12-8b33-4173-8ff5-cddc5659810d" /> Dit ongewijzigde gedrag is naar het oordeel van deze rechtbank aan te merken als misbruik van procesrecht.<footnote-ref linkend="_c4e95e2a-8ee7-4953-9eaf-821e5c1d8c68" /> Het gedrag van de gemachtigde van eiseres is voor deze rechtbank in ieder geval geen aanleiding de in de brief van 16 februari 2023 omschreven werkwijze in te trekken. Deze werkwijze zal eerst na<?linebreak?>1 januari 2028 worden geëvalueerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uittreksel en volmacht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>11. In de wet staat dat een beroepschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen.<footnote-ref linkend="_156adbf6-af2c-4ad9-918a-b7d9033055cf" /></para>
      <para>De bestuursrechter mag de indiener van het beroep om een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel en, indien van toepassing, om een volmacht vragen.<footnote-ref linkend="_d34dcd70-d6d6-4686-85e1-d9d5bd93a4d8" /> Aan de hand van het uittreksel (en de eventuele volmacht) kan onder andere worden beoordeeld of degene die het beroepschrift heeft ondertekend de bevoegde persoon was om dat te mogen doen. Indien het gevraagde uittreksel (en eventuele volmacht) niet wordt opgestuurd kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad om het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.<footnote-ref linkend="_76ccfc25-7e11-4bca-b23f-f167dc986d3d" /></para>
      <para />
      <para>12. Het beroepschrift is per post ingediend op naam van eiseres door haar gemachtigde. De griffier heeft eiseres bij aangetekend verzonden brief van 28 februari 2024 gevraagd om binnen vier weken na dagtekening een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel en een volmacht op te sturen. De laatste dag van deze termijn is 27 maart 2024. In die brief is ook aangegeven dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien eiseres niet aan het verzoek om de gevraagde gegevens op te sturen voldoet en evenmin tijdig een verzoek om uitstel heeft gedaan.</para>
      <para />
      <para>13. De rechtbank heeft op 6 maart 2024 op 21 maart 2023 gedateerde uittreksels uit het register van de Kamer van Koophandel ontvangen alsmede twee volmachten, ondertekend door “<emphasis role="italic">[naam 1]</emphasis>” en “<emphasis role="italic">[naam 2]</emphasis>”. Beide volmachten zijn gedateerd “<emphasis role="italic">Februari/maart/april 2021</emphasis>“. Omdat in de herstelverzuimbrief van 28 februari 2024 niet is verzocht om een recente volmacht, kan een gedateerde machtiging niet tot </para>
      <para>niet-ontvankelijkheid van het beroep leiden. Uit de overgelegde uittreksels blijkt dat<?linebreak?>“<emphasis role="italic">[naam 3]</emphasis>” alleen/zelfstandig bevoegd is om eiseres te vertegenwoordigen. De gemachtigde van eiseres heeft geen door [naam 3] afgegeven machtiging overgelegd. Dat betekent dat niet is gebleken dat hij bevoegd was om namens eiseres beroep in te stellen. </para>
      <para />
      <para>14. Het beroep is om de hiervoor vermelde redenen kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>7 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier				</para>
      <para>			rechter</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">is verhinderd te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingediend bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="75d70d97-ca31-4f2f-b811-3568420cd055" depth="774" width="544" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1189d881-8d64-47b7-a92a-c51fb432b563" depth="774" width="544" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
  <footnote id="_6b3ed0b2-6ea1-4c08-9fbd-a37cde8dc934" label="1">
    <para> 	artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_24a58fce-5f25-4cd0-9e02-d8597012f135" label="2">
    <para> 	artikel 8:41 van de Awb </para>
  </footnote>
  <footnote id="_39e48e8f-ad39-4e24-a158-d1f8e228f24b" label="3">
    <para> 	beroep op betalingsonmacht is hetzelfde als een verzoek om vrijstelling van de betaling van het </para>
    <para>	griffierecht. De procedure wordt ook wel BOBOG genoemd. Een verzoek om uitstel van betaling valt </para>
    <para>	eveneens onder BOBOG </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0361c2dd-d164-4a8d-b07f-2ed7fcff50ef" label="4">
    <para>
      <emphasis role="underline">ECLI:NL:GHSHE:2023:2767 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2767&amp;keyword=ECLI:NL:GHSHE:2023:2767)</emphasis>, punten 4.1 en 4.2 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2448162-7f10-44ed-a35d-b7fbd45bd07e" label="5">
    <para> 	de rechtbank heeft de brief van 16 februari 2023 aan de uitspraak gehecht </para>
  </footnote>
  <footnote id="_26600459-5e69-47c4-8e58-51dcbb7b1fc7" label="6">
    <para> 	zie ook <emphasis role="underline">ECLI:NL:GHSHE:2019:3838 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:3838&amp;keyword=ECLI:NL:GHSHE:2019:3838)</emphasis>, rechtsoverweging 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6bd1522d-07e3-4118-abaf-a899ef0729ac" label="7">
    <para> 	over de periode januari 2015 tot 1 januari 2025 (tien jaar) gaat het om circa 1.338 zaken</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae3e9a85-baa2-4a2a-9d9d-5cfa4849d50f" label="8">
    <para>
      <emphasis role="underline">ECLI:NL:GHSHE:2023:2767 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2767&amp;keyword=ECLI:NL:GHSHE:2023:2767)</emphasis>, punt 4.1</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0696bc12-8b33-4173-8ff5-cddc5659810d" label="9">
    <para> 	voorbeelden zijn de stelling dat het bezwaar tijdig is ingediend, verzoek om toezending van de </para>
    <para>	splitsingsbrief terwijl het geschil op één object ziet </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4e95e2a-8ee7-4953-9eaf-821e5c1d8c68" label="10">
    <para>
      <emphasis role="underline">ECLI:NL:RBGEL:2021:5273 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:5273&amp;keyword=ECLI:NL:RBGEL:2021:5273)</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_156adbf6-af2c-4ad9-918a-b7d9033055cf" label="11">
    <para> 	artikel 6:5 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d34dcd70-d6d6-4686-85e1-d9d5bd93a4d8" label="12">
    <para> 	artikel 8:24, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76ccfc25-7e11-4bca-b23f-f167dc986d3d" label="13">
    <para> 	artikel 6:6 van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>