<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T15:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/211373-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T14:08:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:8296 Rechtbank Amsterdam , 07-10-2025 / 13/211373-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools executie-EAB. Afgezien van weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/211373-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 14 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_8d670333-80c3-4f13-abc0-faad79157ccd" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 2 december 2020 door <emphasis role="italic">the Warsaw Regional Court [Sąd Okręgowy w Warszawie], VIII Penal Division,</emphasis> Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 3 september 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 3 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden tot 23 september 2025, omdat het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de toetsing aan artikel 12 Overleveringswet (OLW) moest worden afgewacht. Daarnaast was nadere informatie over de omzettingsbeslissing nodig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 23 september 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 23 september 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is wederom bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_8577f619-b247-4c98-adaf-d9c0f6802de1" /> Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt <emphasis role="italic">een judgement of the District Court of Warsaw Wole (Warsaw) [Sąd Rejonowy dla Warszawy Woli w Warszawie] of 24 May 2016, case ref. no. IV K 1626,12.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_f17a5549-dfcf-4a5c-b40c-f554b8107e69" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon zijn adreswijzigingen heeft doorgegeven aan de reclassering. Hij heeft daarmee voldaan aan zijn verplichting om zijn adres, waarop hij bereikbaar was, door te geven. Dit betekent dat de overlevering niet aan de orde kan zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat afgezien kan worden van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. De opgeëiste persoon had een adresinstructie gekregen van de rechtbank. Dat brengt met zich dat eventuele adreswijzigingen aan de rechtbank moeten worden doorgegeven en niet aan de reclassering. De opgeëiste persoon was op de hoogte van de strafprocedure en van de consequenties van het niet doorgeven van adreswijzigingen aan de rechtbank. Hij heeft zich hier niet aan gehouden en daarmee stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om bij de procedure aanwezig te zijn of hij is onzorgvuldig geweest. De voorwaardelijke straf is ten uitvoer gelegd vanwege het overtreden van voorwaarden. De beslissing tot tenuitvoerlegging hoeft niet getoetst te worden aan artikel 12 OLW. Artikel 12 OLW staat niet aan de overlevering in de weg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The District Court for Warszawa-Wola in Warsaw </emphasis>heeft per brief van 9 september 2025 aanvullende informatie verstrekt. Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon tijdens een verhoor in het kader van zijn strafzaak in Polen, in persoon een adresinstructie heeft ontvangen en voor ontvangst heeft getekend. Hij is daarbij gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven aan de bevoegde autoriteiten en op de gevolgen als hij dit niet zou doen. De oproep voor de zitting is vervolgens naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres verstuurd. Uit de aanvullende informatie volgt daarnaast dat de opgeëiste persoon nog een keer in het kader van de Poolse strafzaak is verhoord. Tijdens dit verhoor heeft de opgeëiste persoon weer hetzelfde adres opgegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank had de opgeëiste persoon in de gegeven omstandigheden er rekening mee moeten houden dat officiële correspondentie omtrent de strafzaak zou worden verzonden naar het door hem tijdens de verhoren opgegeven adres. Wanneer deze oproepingen hem vervolgens niet bereiken, is dit aan hemzelf te wijten nu hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Overlevering leidt om die reden niet tot een schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vrijheidsstraf is aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van <emphasis role="italic">the District Court for Warszawa-Wola</emphasis> van 5 januari 2017 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen, omdat de opgeëiste persoon zich niet had gehouden aan de voorwaarden en dus niet vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing tot tenuitvoerlegging van 5 januari 2017 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_4854e1f2-71bf-456b-b106-8d0fb1c2a8ce" /> De rechtbank komt dan ook niet toe aan een bespreking van het verweer van de verdediging dat de opgeëiste persoon wel een adres aan de reclassering had doorgegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Concluderend staat artikel 12 OLW niet aan de overlevering in de weg. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemde lijstfeit, dat in Nederland op de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Warsaw Regional Court [Sąd Okręgowy w Warszawie], VIII Penal Division,</emphasis> Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,			                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en D.L.S. Ceulen,		   					   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen,	                                     		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8d670333-80c3-4f13-abc0-faad79157ccd" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8577f619-b247-4c98-adaf-d9c0f6802de1" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f17a5549-dfcf-4a5c-b40c-f554b8107e69" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4854e1f2-71bf-456b-b106-8d0fb1c2a8ce" label="4">
    <para>HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)), punt 53.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>