<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T12:35:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/133251-23 (Promis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7960">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7960</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T12:34:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7960 Rechtbank Amsterdam , 03-06-2025 / 13/133251-23 (Promis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7960:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor overtredingen van de Opiumwet en de Geneesmiddelenwet en witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7960:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4e03f331-7dce-4f8b-a760-736247873739" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/133251-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 3 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,</para>
      <para>wonende op het adres [verblijfadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, zoals op de zitting nader is omschreven - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. medeplegen van) het in voorraad hebben van en/of handelen in in totaal ongeveer 290 kilo ketamine en daarmee overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet en/of 38 lid 1 Geneesmiddelenwet (cumulatief/alternatief ten laste gelegd);</para>
    <para>2.  ( medeplegen van) handelen in, althans aanwezig hebben van 586 gram MDMA en ongeveer 32 kilogram van een stof bekend als ‘roze cocaïne’;</para>
    <para>3.  ( medeplegen van) (eenvoudig) witwassen van (contante) geldbedragen van in totaal ongeveer € 230.000,-;</para>
    <para>4. gebruikmaken van twee valse facturen (valsheid in geschrift).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 kan het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde (de overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet) echter niet worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 kan bovendien niet worden vastgesteld dat de Rolex criminele herkomst heeft, aangezien deze door de vader van verdachte is aangeschaft. Daarom dient met betrekking tot deze onderdelen vrijspraak te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkenheid van verdachte bij 240,4 kilo ketamine (feit 1) en 586 gram MDMA (feit 2) die zijn aangetroffen in een loods in Ter Aar, niet kan worden vastgesteld. Datzelfde geldt voor de 15 en 3,668 kilo ketamine (feit 1) die zijn aangetroffen in de Citroën Berlingo en het lab in Lijnden. Met betrekking tot de 27 en 5 kilo ‘roze cocaïne’ (feit 2) kan niet worden vastgesteld wat de samenstelling hiervan is en of deze hoeveelheden daadwerkelijk 2C-B, MDMA of een andere stof genoemd in lijst I van de Opiumwet bevatten. Tot slot kan niet worden bewezen dat verdachte het Rolex-horloge heeft witgewassen (feit 3). Verdachte moet daarom van deze (onderdelen van de) tenlastegelegde feiten worden vrijgesproken.</para>
        <para>Met betrekking tot het bewijs van de overige (onderdelen van de) ten laste gelegde feiten heeft de verdediging geen verweer gevoerd. Verdachte heeft zich ten aanzien van het ten laste gelegde op zijn zwijgrecht beroepen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten bewezen op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen en de hierna volgende overwegingen. Met betrekking tot feit 1 en feit 3 komt zij wel tot partiële vrijspraken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Partiële vrijspraken</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel, in lijn met het standpunt van de officier van justitie, dat de ten aanzien van <emphasis role="bold">feit 1</emphasis> als eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet, niet kan worden bewezen en ook dat niet kan worden bewezen dat verdachte het op de tenlastelegging genoemde Rolex-horloge heeft witgewassen (<emphasis role="bold">feit 3</emphasis>). Van deze onderdelen van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Identificatie Sky-ECC-accounts en Encrochat-adres</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat verdachte (hierna ook aangeduid als: [de verdachte] ) de gebruiker is van het Sky-ECC-account (hierna: Sky-ID) [Sky-ID 1] en het Encrochat-adres [mailadres] (hierna: [Sky-ID 1] en [Encrochat-adres] ). Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat de gebruikersnamen van [Sky-ID 1] en de namen waaronder het [Encrochat-adres] bij verschillende contacten is opgeslagen, verwijzingen bevatten naar de voornaam van [de verdachte] en naar (het bedrijf van) de vader van [de verdachte] , [vader van verdachte] (hierna: [vader van verdachte] ). In beide gevallen is één van de namen (een variatie op) “ [naam 1] ”. Ook worden door de telefoon van waar het account [Encrochat-adres] wordt gebruikt, Cell-ID’s aangestraald die in de buurt liggen van adressen die met [de verdachte] in verband gebracht kunnen worden. In onderlinge samenhang bezien , ook met de chats over een verblijf in St. Tropez en de grote rechtszaak die de gebruiker van [Sky-ID 1] boven het hoofd zou hangen, oordeelt de rechtbank dat [de verdachte] de gebruiker is van [Sky-ID 1] en [Encrochat-adres] . </para>
        <para>Daarnaast concludeert de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) de gebruiker is van Sky-ID [Sky-ID 2] en dat [vader van verdachte] de gebruiker is van Sky-ID [Sky-ID 3] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaaksdossier 1 – ketaminelab Lijnden en ketamine in Citroën</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] , samen met anderen, 15 en 3,668 kilo ketamine zonder registratie in voorraad heeft gehad (<emphasis role="bold">feit 1</emphasis>). De rechtbank overweegt in het bijzonder dat de ketamine is aangetroffen in een auto die op naam van [medeverdachte] stond. Ook werd ketamine aangetroffen in de loods waar de bestuurder van deze auto gestopt was. [medeverdachte] heeft na deze doorzoeking en aanhouding via Sky-ECC contact met [vader van verdachte] . In deze berichten zegt [medeverdachte] onder andere dat hij alles heeft weggehaald en bevestigt hij desgevraagd dat “die auto” op zijn naam stond. Ook wordt er gesproken over “15”, wat overeenkomt met het aantal kilo’s ketamine dat in de auto is aangetroffen en dat [medeverdachte] deze zelf heeft ingepakt. Bovendien wordt er gechat: “ging gelijk met box naar buiten” en “kunnen we geen advo sturen”, direct gevolgd door “naar box” en even later “box houd ze mond wel” en “Is toch ket”.</para>
        <para>
          [de verdachte] vraagt op diezelfde dag via Sky-ECC aan [medeverdachte] of hij ‘box’ gesproken heeft. Even later stuurt hij “Ben checken man op plek”, “Zie wel een Smeris in de straat staan maar alleen” en “Haal alles weg nu”. Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat [de verdachte] berichten stuurt over “naald”, wat blijkens het dossier een verschijningsvorm van ketamine is.</para>
        <para>Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte] met [vader van verdachte] spreekt over de op diezelfde dag in beslag genomen ketamine en dat ‘box’ wellicht een advocaat moet krijgen. De rechtbank begrijpt dat met ‘box’ de voor de ketamine aangehouden [persoon 1] wordt bedoeld. [de verdachte] stuurt berichten die gezien hun inhoud, in het bijzonder het noemen van ‘box’, ook betrekking hebben op dezelfde ketamine. Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, kan worden vastgesteld dat verdachte samen met anderen wetenschap van en beschikkingsmacht had over de voornoemde aangetroffen hoeveelheden ketamine. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaaksdossier 2 – ketamine en MDMA in bedrijfspand Ter Aar </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] en [medeverdachte] 240,4 kilo ketamine zonder registratie in voorraad (<emphasis role="bold">feit 1</emphasis>) en 586 gram MDMA (<emphasis role="bold">feit 2</emphasis>) aanwezig hebben gehad. De rechtbank overweegt als volgt. Kort na de aanhouding van [de verdachte] , neemt de vriendin van [de verdachte] , [vriendin van verdachte] , contact op met [medeverdachte] . [vriendin van verdachte] ontmoet [medeverdachte] kort daarna. [medeverdachte] ontmoet kort daarna [persoon 2] . [persoon 2] gaat vervolgens naar het bedrijfspand in Ter Aar. Daar wordt een vrachtwagen met een trailer geladen, die even later tot stilstand wordt gebracht en waarin vier ketels met ketamine worden aangetroffen. Volgens de vrachtwagenchauffeur is de lading op het laatste moment veranderd, van één naar twee pallets. Ook in de loods wordt ketamine aangetroffen en ook MDMA. De Google Pixel-telefoon die onder [medeverdachte] is aangetroffen, straalt meerdere malen aan in de buurt van het bedrijfspand in Ter Aar.</para>
        <para>Op de Google Pixel-telefoon die onder [de verdachte] in beslag is genomen, wordt een chat aangetroffen waarin “ [naam 2] ” wordt genoemd. [naam 2] is de geadresseerde op de factuur die op de ketels ketamine is aangetroffen. Bovendien worden er vanaf voornoemde telefoon berichten gestuurd waarin wordt gesproken over “naalden” en dat alles door een scan gehaald wordt en wordt gecheckt hoe het eruit ziet. In het bedrijfspand is een x-ray (röntgen)scanner aangetroffen. Gezien dit alles stelt de rechtbank vast dat [de verdachte] (samen met anderen) ook wetenschap van en beschikkingsmacht heeft gehad over de ketamine in de trailer (afkomstig uit het bedrijfspand) en de ketamine en MDMA in het bedrijfspand. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaaksdossier 8 – overige ketamine </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] (samen met anderen) zonder registratie 670 gram, 68 gram en 15 gram ketamine in voorraad heeft gehad en dat hij 30 kilo ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd en buiten het grondgebied van Nederland (namelijk naar Engeland) heeft gebracht (<emphasis role="bold">feit 1</emphasis>). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaaksdossier 7 – ‘roze cocaïne’</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] (samen met anderen) 27 kilo ‘roze cocaïne’ aanwezig heeft gehad en hiervan 1 kilo heeft verkocht. Ook heeft [de verdachte] 5 kilo (in het Verenigd Koninkrijk) en 14,36 gram van deze ‘roze cocaïne’ aanwezig gehad (<emphasis role="bold">feit 2</emphasis>). Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat deze 27 en 5 kilo daadwerkelijk ‘roze cocaïne’ betreft. Op grond van de bewijsmiddelen kan de rechtbank de precieze verhoudingen van verschillende stoffen in dit verdovende middel niet vaststellen. De rechtbank overweegt echter dat in de berichten die in de bewijsmiddelen zijn genoemd, in dit kader onder andere het woord ‘tusi’ wordt genoemd – een benaming van roze cocaïne – en wordt gechat dat de verkochte 1 kilo is goedgekeurd. Dat maakt dat de rechtbank wel vaststelt dat de bedoelde stof in ieder geval MDMA, 2C-B en/of een ander middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I bevat en dat het aldus als roze cocaïne kan worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaaksdossier 9 – witwassen en valsheid in geschrift</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht ten aanzien van <emphasis role="bold">feit 3 </emphasis>bewezen dat [de verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het eenvoudig witwassen van € 121.940,-. Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat [de verdachte] dit bedrag via een geldkoerier heeft ontvangen van iemand uit het Verenigd Koninkrijk voor de (hiervoor vastgestelde, illegale) verkoop van ketamine.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht daarnaast bewezen dat [de verdachte] € 89.325,- en € 8.250,- heeft witgewassen. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordelingskader criminele herkomst </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt allereerst dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de € 8.250,- aan contant geld in de woning van [de verdachte] is aangetroffen en de contante stortingen van in totaal € 89.325,-, afkomstig zijn uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf dit geld afkomstig is, kan het bestanddeel criminele herkomst in bepaalde gevallen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat in dit geval dit geld uit misdrijf afkomstig is. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het geld. Zo’n verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. De omstandigheid dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt echter niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat de geldbedragen niet uit misdrijf afkomstig zijn. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hiernaar nader onderzoek te doen. Mede op basis van dit onderzoek moet de rechtbank beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld een legale herkomst heeft. In dat geval kan het niet anders dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is en als verdachte dat wist kan opzetwitwassen van het geld worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat de verdenking ziet op grote contante geldbedragen die ofwel in de woning zijn gevonden, ofwel op de bankrekening van [de verdachte] zijn gestort. [de verdachte] en zijn partner [vriendin van verdachte] hebben daarnaast nauwelijks geregistreerd (legaal) inkomen en ook zijn er geen grote contante opnames zichtbaar vanaf deze rekening (of de andere rekeningen van [vriendin van verdachte] ), die deze contante stortingen zouden kunnen verklaren. Bovendien verklaart de rechtbank in dit vonnis bewezen dat verdachte zich heeft beziggehouden met de ongeregistreerde handel in geneesmiddelen en drugshandel. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Daarom mag van [de verdachte] worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de legale herkomst van de geldbedragen, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. [de verdachte] heeft echter geen verklaring gegeven voor de legale herkomst van het geld. Gelet hierop is er geen andere conclusie mogelijk dan dat voornoemde geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte hier ook van wist.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht ten aanzien van <emphasis role="bold">feit 4 </emphasis>bewezen dat [de verdachte] opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de in de tenlastelegging genoemde valse facturen, als ware deze echt en onvervalst, door deze in de administratie van zijn eenmanszaak te (laten) inboeken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>in de periode van 1 mei 2020 tot en met 11 juli 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, (telkens) zonder registratie</para>
    </parablock>
    <para>- 15 kilogram ketamine en 3,668 kilogram ketamine (zaakdossier 1) en</para>
    <para>- 240,4 kilogram ketamine (zaakdossier 2) en</para>
    <para>- 30 kilogram ketamine (paragraaf 5.1 zaakdossier 8) en</para>
    <para>- 670 gram ketamine (paragraaf 5.2.1. zaakdossier 8) en</para>
    <para>- 68 gram en 15 gram ketamine (5.2.2. zaakdossier 8),</para>
    <para>in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>in de periode van 30 maart 2020 tot en met 11 juli 2023 in Nederland en/of te Verenigd Koninkrijk, tezamen en in verenging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (ongeveer)</para>
      <para>586 gram MDMA (zaakdossier 2) en</para>
    </parablock>
    <para>27 kilogram ‘roze cocaïne’ (zaakdossier 7) en</para>
    <para>5 kilogram ‘roze cocaïne’ (zaakdossier 7) en</para>
    <parablock>
      <para>14,36 gram MDMA/2-MMC/ketamine (bekend als ‘roze cocaïne’) (zaakdossier 7),</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>in de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 juli 2023 in Nederland, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geldbedragen van in totaal (ongeveer) € 89.325,- (paragraaf 5.2 zaakdossier 9) en € 8.250,- (paragraaf 5.3 zaakdossier 9), heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat die geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een contant geldbedrag van € 121.940,- heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl dat geld onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf; (zaakdossier 9)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>in de periode van 31 januari 2020 tot en met 29 december 2022 in Nederland,</para>
      <para>geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten facturen met de debiteuren [naam bedrijf 1] . en [persoon 3] (zoals gespecificeerd in de tabellen op p. 10 en 11 van het relaas van zaakdossier 9) opzettelijk heeft gebruikt en afgeleverd en voorhanden heeft gehad, als ware deze echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken en afleveren hierin dat hij, verdachte, die valse facturen heeft ingeboekt en/of heeft laten inboeken in de administratie van [naam bedrijf 2] als zijnde omzet terwijl hij, verdachte, wist, dat die geschriften bestemd waren voor dusdanig gebruik. (zaakdossier 9)</para>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek van voorarrest en daarnaast een geldboete van € 15.000,-, te vervangen door 110 dagen hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat de feiten al van langere tijd geleden zijn. Daarnaast heeft de verdediging de rechtbank verzocht er rekening mee te houden dat de in de woning(en) van verdachte aangetroffen relatief geringe hoeveelheden ‘roze cocaïne’ en ketamine, beter passen bij eigen gebruik, dan bij handel. De verdediging heeft zoals hierboven is weergegeven vrijspraak gevraagd voor een aantal onderdelen op de tenlastelegging en stelt voor het overige als straf voor een geldboete van € 50.000,-. Als de rechtbank dat als straf niet afdoende zou vinden, verzoekt de verdediging de rechtbank om naast de geldboete een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (medeplegen van) bezit van en handel in ‘roze cocaïne’, MDMA en ketamine, witwassen en valsheid in geschrift. Dit zijn ernstige feiten. De handel in drugs vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Met de internationale handel in drugs wordt daarnaast veel criminele winst behaald. Het op de markt brengen van drugs vormt daarnaast een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en bevordert de toename van criminaliteit en het daarmee gepaard gaande geweld. Door voornoemde stoffen voorhanden te hebben en daarin te handelen, heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een markt voor deze drugs. De rechtbank overweegt bovendien dat ketamine, hoewel het niet op één van de lijsten bij de Opiumwet staat, populair is als partydrug. Dat is ook de reden waarom er veel vraag naar en illegale handel in is. Bovendien is de stof verslavend en levert gebruik ervan gezondheidsrisico’s op. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om bij de strafoplegging met betrekking tot dit onderdeel aan te sluiten bij de straffen die worden opgelegd voor de handel in harddrugs. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Door valse facturen in zijn administratie op te nemen, heeft verdachte het vertrouwen geschaad dat bijvoorbeeld de Belastingdienst zou moeten hebben in dit soort documenten. Verdachte heeft over de feiten geen openheid van zaken gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 20 maart 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 6 oktober 2023. De reclassering schrijft hierin dat zij geen problemen constateert met betrekking tot de leefgebieden van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de bewezenverklaarde feiten is een geldboete zoals door de verdediging voorgesteld, niet passend. Ook een aanvullende voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf is niet voldoende. De rechtbank is van oordeel dat gezien de ernst van de feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, acht de rechtbank de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist, te hoog. De rechtbank legt daarom een gevangenisstraf van 3 jaar op, met aftrek van voorarrest. </para>
        <para>De officier van justitie heeft tot slot gevorderd om naast een gevangenisstraf een geldboete op te leggen. Hierbij heeft zij naar voren gebracht dat dit als een soort profijtontneming zou kunnen dienen, aangezien het openbaar ministerie tegen verdachte geen ontnemingsvordering zal aanbrengen. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om een geldboete op te leggen. De ontnemingsprocedure is de geëigende weg om profijt te ontnemen. Daarnaast blijkt uit de strafprocedure zoals deze nu heeft plaatsgevonden, onvoldoende hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel verdachte heeft genoten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal tot slot het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Voorwerpnummer 8150 EUR - IBGl 11-07-2023</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778137)</para>
    <para>2. 1 STK Horloge</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778139 , Zilver, merk: Rolex)</para>
    <para />
    <para>3. 1 STK Telefoontoestel</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778155, Google pixel)</para>
    <para />
    <para>4. 1 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778138, Notitieblok)</para>
    <para />
    <para>5. 6 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778144, Notitieblokken)</para>
    <para />
    <para>6. 4 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778853, Notitieblok)</para>
    <para />
    <para>7. 1 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778855, Notitieblok)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verbeurdverklaring </emphasis>
      </para>
      <para>Het onder 1 genoemde voorwerp behoort aan verdachte toe. Omdat met betrekking tot dit voorwerp het onder 3 bewezen geachte is begaan, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
      </para>
      <para>Omdat met behulp van het onder 3 genoemde voorwerp het onder 1 bewezen geachte is begaan en dit van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewaring voor de rechthebbende </emphasis>
      </para>
      <para>De onder 2 en 4 tot en met 7 genoemde voorwerpen worden bewaard voor de rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>36b, 36d, 47, 57, 420bis.1 en 420ter Wetboek van Strafrecht</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 en 10 Opiumwet</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>38 Geneesmiddelenwet</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1, 2 en 6 Wet op de economische delicten</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 38, eerste lid van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">witwassen, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">eenvoudig witwassen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">valsheid in geschrift, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[de verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 3 (drie) jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart<emphasis role="bold"> verbeurd</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Voorwerpnummer 8150 EUR - IBGl 11-07-2023</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778137)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">onttrokken aan het verkeer</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. 1 STK Telefoontoestel</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778155, Google pixel)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">bewaring ten behoeve van de rechthebbende</emphasis> van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Voorwerpnummer 8150 EUR - IBGl 11-07-2023</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778137)</para>
    <para />
    <para>2. 1 STK Horloge</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778139 , Zilver, merk: Rolex)</para>
    <para />
    <para>4. 1 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778138, Notitieblok)</para>
    <para />
    <para>5. 6 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778144, Notitieblokken)</para>
    <para />
    <para>6. 4 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778853, Notitieblok)</para>
    <para />
    <para>7. 1 STK Administratie</para>
    <para>(Omschrijving: PL1300-ADRBB23010_778855, Notitieblok)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft op</emphasis> het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. C. Wildeman, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.J. Bos en G. Demmink, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [… 1]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [… 2]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 3]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 11] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [… 9]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 10] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 8]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [… 7]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [… 7] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [… 6]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 6]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [… 5]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [… 4]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> .</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>