<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T13:55:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.037119.24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7862">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T13:54:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7862 Rechtbank Amsterdam , 31-07-2025 / 13.037119.24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7862:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Verdachte wordt veroordeeld voor een ernstige bedreiging van meerdere personen, werkzaam bij en verbonden aan zijn school. In deze e-mail wordt onder andere aangegeven dat de school morgen of overmorgen beschoten zou worden. Aan verdachte wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 62 uren. Deze straf is lager dan geëist. De rechtbank houdt rekening met de jonge leeftijd van verdachte, het feit dat het gaat om een oude zaak, verdachte spijt heeft betuigd en dat verdachte zich in het kader van zijn schorsing lange tijd aan voorwaarden heeft moeten houden, waar hij goed aan heeft meegewerkt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7862:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9a5347ea-2afc-444c-99d6-8c05e548a079" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie &amp; Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.037119.24	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 31 juli 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009, </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 31 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C. Kramer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R. Pothast naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [medewerker De Raad], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker JBRA] namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) en door de moeder en de vader van verdachte naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bedreiging van één of meerdere personen (werkzaam bij en/of verbonden aan [school] ) met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling in de periode 13 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er is geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat het feit wettig en overtuigend is bewezen, omdat verdachte het feit heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank is – met de raadsman – van oordeel dat het feit gepleegd is op 29 januari 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 29 januari 2024 te Amsterdam, meerdere personen (werkzaam bij en verbonden aan [school] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een emailbericht te sturen naar [school] vanaf het emailadres “ [e-mailadres] ” met als onderwerp “ [school] jullie school in de volgende A kanker hoeren” waarin (onder meer) het volgende werd vermeld:</para>
      <para>“Jullie school IS DE NEXT het is nu jullie beurt AHH KANKER HONDEN. MORGEN</para>
      <para>OF OVERMORGEN GAAT DIE SCHOOL WORDEN BESCHOTEN.</para>
      <para>ALVAST EEN TIP DIE JE MOET ONTHOUDEN WIJ BEGINNEN BIJ DE</para>
      <para>NOODUITGANG VAN [straat] EN DAN GAAN WE NAAR BINNEN DUS WEES</para>
      <para>PARAAT VOOR DEZE GEKKE DAGEN.”</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bewijs </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van de feiten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De eis van de officier van justitie</para>
        <para>De officier van justitie eist een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met aftrek, onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de één jaar durende proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het standpunt van de verdediging</para>
        <para>De raadsman heeft bepleit de straf zo laag mogelijk te houden. De raadsman heeft verzocht om een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen voor het aantal uren dat omgezet gelijk staat aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
        <para>Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank zich laten leiden door de persoon van de verdachte zoals die naar voren komt in nagenoemde rapportages en door hetgeen de deskundigen ter zitting hebben verklaard, alsmede de ernst van het bewezen geachte en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich op 29 januari 2024 schuldig gemaakt aan een ernstige bedreiging van meerdere personen, werkzaam bij en verbonden aan [school] door vanuit het e-mailadres </para>
        <para>‘ [e-mailadres] ’ een e-mailbericht te sturen. In deze e-mail werd onder andere aangegeven dat de school morgen of overmorgen beschoten zou worden. Dit bericht is zeer bedreigend. De personen die deze e-mail ontvingen hebben in angst en onzekerheid geleefd, omdat niet direct duidelijk was wie er achter het versturen van deze e-mail zat. Het was daardoor tevens onzeker of de school daadwerkelijk doelwit van een schietpartij was. Hij heeft daarbij de schoolleiding voor het dilemma geplaatst of toegang tot de hele school afgesloten moest worden of niet. Dit neemt de rechtbank de verdachte kwalijk. Een school is bij uitstek een plaats waar leerlingen, leraren, andere medewerkers en bezoekers zich veilig moeten kunnen voelen. Deze gebeurtenis zorgt niet alleen voor ernstige gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers, maar ook voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juni 2025 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor een misdrijf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de rapportages die over de verdachte zijn opgesteld, waaronder: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapportage, opgemaakt door D. van Luijk, GZ-psycholoog van 26 september 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rapporten van de Raad, waaronder het meest recente rapport van 28 juli 2025 ten behoeve van de inhoudelijke behandeling; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rapporten van de JBRA, waaronder het meest recente rapport van 9 juli 2025 ten behoeve van de inhoudelijke behandeling. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De <emphasis role="underline">psycholoog</emphasis> heeft, voorzover van belang, geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een oppositioneel opstandige gedragsstoornis en adviseert de rechtbank het feit licht verminderd aan verdachte toe te rekenen. Verder concludeert de psycholoog dat het recidiverisico zonder interventies op matig. De psycholoog adviseert om aan verdachte bij een voorwaardelijk deel van de straf toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De <emphasis role="underline">Raad</emphasis> adviseert de rechtbank, anders dan de psycholoog, om aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. De Raad merkt op dat het goed gaat met verdachte en dat de kans op recidive heel laag is. De Raad ziet geen aanleiding om de betrokkenheid van de jeugdreclassering te verlengen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De <emphasis role="underline">JBRA</emphasis> sluit zich aan bij het advies van de Raad en is van mening dat verdachte niet langer toezicht en begeleiding nodig heeft. Verdachte heeft zich lange tijd aan voorwaarden moeten houden in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis en hij heeft zich in die periode positief ontwikkeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Werkstraf </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 62 uren met aftrek. De rechtbank legt hiermee een lagere straf op dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf sterk rekening gehouden met de jonge leeftijd van verdachte. Daarnaast heeft verdachte zich in het kader van zijn schorsing een lange tijd aan voorwaarden moeten houden, waar hij goed aan mee heeft gewerkt. Hij heeft zich sindsdien positief ontwikkeld. De rechtbank concludeert daarnaast dat sprake is van een oude zaak. Verdachte heeft spijt betuigd en zijn excuses aangeboden aan de school. Bovendien is er inmiddels sprake van een laag recidiverisico. De rechtbank ziet hierdoor geen aanleiding om nog een voorwaardelijke straf met een proeftijd op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n, 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals in rubriek 5 is vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van <emphasis role="bold">62 (tweeënzestig) uren. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat als verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">31 (eenendertig) dagen. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft op</emphasis> het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.J.M. Marseille, 	voorzitter tevens kinderrechter,</para>
      <para>mrs. H.P.E. Has en B.D. Hendriks, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de terechtzitting van deze rechtbank van 31 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>