<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T08:53:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-223274-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7825">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T08:43:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7825 Rechtbank Amsterdam , 22-10-2025 / 13-223274-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7825:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Hongarije. Overlevering toegestaan. Artikel 7 OLW. Feit valt niet onder aangekruiste lijstfeit, maar feit is dubbel strafbaar. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Hongarije. Individuele detentiegarantie voldoende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7825:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-223274-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 25 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_9b5ec2c2-ad7f-45f0-9a7d-3a397843f7b9" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2025 door <emphasis role="italic">the Pest Central District Court</emphasis>, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para> geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 2000, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_3aec3adc-d36e-4363-abd2-e0365129d9ea" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 6 oktober 2025, een <emphasis role="italic">national arrest warrant</emphasis> van <emphasis role="italic">the Pest Central District Court</emphasis> met referentienummer 10.B.10.213/2025/4, uitgevaardigd op 27 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_950c3b82-6ee7-4149-a787-28bc318d728e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman bepleit dat het lijstfeit niet in redelijkheid is aangekruist. De opgeëiste persoon wordt verdacht van het in bezit hebben van een kleine hoeveelheid verdovende middelen en het gebruik daarvan. Het gaat dus niet om handel in verdovende middelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens de officier van justitie is het lijstfeit niet in redelijkheid aangekruist, omdat in Hongarije op dit feit een maximumstraf van twee jaar is gesteld. Het feit is dubbel strafbaar, omdat de stoffen staan vermeld op lijst II van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB is in onderdeel C echter aangegeven dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van <emphasis role="italic">twee jaren</emphasis> is gesteld. Om die reden valt het feit waarvan de opgeëiste persoon verdacht wordt niet onder een lijstfeit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat een feit, ondanks het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit, geen lijstfeit oplevert, kan niet direct tot weigering van de overlevering leiden. In zo’n geval moet de rechtbank nagaan of dat feit strafbaar is naar Nederlands recht.<footnote-ref linkend="_343772c1-b1ff-47a0-883f-135e468c58e3" /> Pas wanneer ook naar Nederlands recht de strafbaarheid van het feit ontbreekt, rijst de vraag of de rechtbank gebruik maakt van de haar in de OLW geboden facultatieve weigeringsgrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para>Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op dit feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 lid 6 van de Opiumwet; en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 6 van de Opiumwet, meermalen gepleegd.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Hongarije</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken op basis van het rapport van <emphasis role="italic">the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment</emphasis> (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de <emphasis role="italic">ill-treatment</emphasis> van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling.<footnote-ref linkend="_e6b284ad-4578-4c88-a62d-4b26f4ebbd40" /> Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 24 september 2025 heeft <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law</emphasis> een brief van de <emphasis role="italic">Hungarian Prison Service</emphasis> (ongedateerd) opgestuurd met informatie over de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar verwachting zal worden gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 oktober 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) van het openbaar ministerie per e-mail een correcte Nederlandse vertaling van de hiervoor genoemde detentiegarantie verstrekt. Uit deze informatie blijkt, voor zover van belang, het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Inzake de bij de bevoegde Nederlandse autoriteiten aanhangige overleveringsprocedure op grond van een Europees aanhoudingsbevel, met bovengenoemd kenmerk en betreffende [de opgeëiste persoon] (geboren op [geboortedag] -2000), deel ik u het volgende mede. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op basis van de thans beschikbare informatie – met inachtneming van het Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de Centrale Districtsrechtbank van Pest – wordt betrokkene naar verwachting tijdens zijn voorlopige hechtenis in de Hoofdstedelijke Penitentiaire Inrichting geplaatst. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bovengenoemde persoon zal na het opleggen van een onherroepelijke gevangenisstraf worden overgeplaatst naar de Landelijke Penitentiaire Inrichting van Szombathely. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorts wordt gegarandeerd dat [de opgeëiste persoon] gedurende zijn detentie niet in de Landelijke Penitentiaire Inrichting van Tiszalök zal worden geplaatst. (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman bepleit dat de verstrekte detentiegarantie niet voldoende is, omdat niet kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering langdurig wordt geplaatst in een politiecel, hetgeen onwenselijk is. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman verwezen naar het CPT-rapport van 3 december 2024, waarin staat vermeld dat politiecellen ongeschikt zijn voor langdurige detentie. De raadsman verzoekt om geen gevolg te geven aan het EAB en de overlevering te weigeren (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren</emphasis>). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat. De verstrekte garantie is afdoende, omdat de opgeëiste persoon na zijn overlevering waarschijnlijk zal worden geplaatst in een penitentiaire inrichting van Boedapest. Bovendien wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon niet in de detentie-instelling van Tiszalök wordt geplaatst. Door de rechtbank is alleen een algemeen gevaar aangenomen voor de detentie-instelling van Tiszalök, waardoor met de verstrekte garantie het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_3955f80f-7871-4092-b2ad-dc6f0cb40239" /> Uit deze individuele detentiegarantie volgt dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden gedetineerd in de detentie-instelling van Tiszalök, maar naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de penitentiaire inrichting van Boedapest (“<emphasis role="italic">de Hoofdstedelijke Penitentiaire Inrichting”</emphasis>). Uit de garantie blijkt verder niet dat de opgeëiste persoon na overlevering in een politiecel zal worden geplaatst. Alleen al daarom slaagt het verweer van de raadsman niet. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de verstrekte individuele garantie, het vastgestelde algemene reële gevaar van detentie in de detentie-instelling van Tiszalök voor de opgeëiste persoon weggenomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering in de weg staat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Pest Central District Court</emphasis>, Hongarije, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9b5ec2c2-ad7f-45f0-9a7d-3a397843f7b9" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3aec3adc-d36e-4363-abd2-e0365129d9ea" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_950c3b82-6ee7-4149-a787-28bc318d728e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_343772c1-b1ff-47a0-883f-135e468c58e3" label="4">
    <para> HvJ EU 3 maart 2020, C-717/18, ECLI:EU:C:2020:142 (<emphasis role="italic">X (Europees aanhoudingsbevel – Dubbele strafbaarheid)</emphasis>), punt 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6b284ad-4578-4c88-a62d-4b26f4ebbd40" label="5">
    <para> Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3955f80f-7871-4092-b2ad-dc6f0cb40239" label="6">
    <para>Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>