<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T12:13:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/086278-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7738">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-21T15:29:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7738 Rechtbank Amsterdam , 10-10-2025 / 13/086278-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7738:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak zware mishandeling, veroordeling voor poging tot zware mishandeling. Ontslag van alle rechtsvervolging in verband met ontoerekeningsvatbaarheid (wel een zorgmachtiging opgelegd bij rekest gelijktijdig behandeld met de strafzaak). Toewijzing van 600 euro aan immateriële schade aan de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7738:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="242b9342-d333-40fa-bbda-11d6841b022c" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/086278-25 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 10 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP-adres] , </para>
      <para>Nu gedetineerd in [P.I.] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. de Krijger, en van wat verdachte en zijn  raadsvrouw, mr. M.A. Muntjewerf, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering benadeelde partij van [benadeelde partij] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – na wijziging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 18 maart 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of een of meerdere sneeën in het gezicht en/of een of meerdere blijvend(e) litteken(s) in het gezicht, heeft toegebracht door die [benadeelde partij] een of meermaals met kracht met een ijzeren steel van een bezem/dweil en/of een mariabeeldje en/of een hard voorwerp in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(art. 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 18 maart 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde partij] een of meermaals met kracht met een ijzeren steel van een bezem/dweil en/of een mariabeeldje en/of een hard voorwerp in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(art. 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 18 maart 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij] heeft mishandeld door die [benadeelde partij] een of meermaals met kracht met een ijzeren steel van een bezem/dweil en/of een mariabeeldje en/of een hard voorwerp in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht om vrijspraak van het primair tenlastegelegde, omdat op grond van de informatie in het dossier het letsel van [benadeelde partij] niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.</para>
        <para>De officier van justitie acht het subsidiair tenlastegelegde bewezen op grond van de inhoud van het dossier. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt van zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in de artikelen 302 en 82 van het Wetboek van strafrecht (hierna: Sr). </para>
        <para>Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vrijspraak van het primair ten laste gelegde </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het door verdachte aan [benadeelde partij] toegebrachte letsel kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 Sr. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van de primair ten laste gelegde zware mishandeling.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in het dossier de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij] bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 18 maart 2025 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde partij] meermaals met kracht met een ijzeren steel van een bezem/dweil tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte moet niet volledig ontoerekeningsvatbaar worden geacht. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte totaal niet in staat was om ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde zijn begrip en wil te vormen. Daarnaast is vanwege het cannabisgebruik van verdachte sprake van ‘culpa in causa’, wat in de weg staat aan het aannemen van ontoerekeningsvatbaarheid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de inhoud van de NIFP-rapportage van 11 juli 2025 – is sprake van volledige ontoerekeningsvatbaarheid, zodat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>. <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis></para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ontslag van alle rechtsvervolging </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de NIFP-rapportage van 11 juli 2025, opgesteld door J. van der Meer, psychiater. Hieruit blijkt – kort samengevat – het volgende. </para>
          <para>Bij verdachte is sprake van schizofrenie en een (matige) stoornis in het gebruik van cannabis. Daarvan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde, in die zin dat sprake was van een (floride) psychose. Er is sprake van een direct verband tussen de inhoud van de psychose en het tenlastegelegde, omdat verdachte een waan had over de aangever waarbij verdachte dacht dat deze hem op seksueel gebied lastig viel en pestte. Dit maakte dat verdachte besloot om aangever aan te vallen. Verdachte werd beheerst door zijn psychose. Het tenlastegelegde wordt daarom vooral gezien als een uiting van het psychiatrische toestandsbeeld dat op dat moment aanwezig was bij verdachte. Volgens de psychiater zal het cannabisgebruik weinig invloed hebben gehad op het tenlastegelegde. Het is mogelijk dat door de cannabis de psychose werd versterkt, maar ook daarin zal verdachte door zijn psychose weinig keuzevrijheid hebben gehad. Dit omdat hij mede als gevolg van de met de psychose samenhangende onrust overging tot het cannabisgebruik. Geadviseerd wordt het tenlastegelegde niet aan verdachte toe te rekenen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu voornoemde conclusies van de gedragsdeskundige worden gedragen door zijn bevindingen, maakt de rechtbank die tot de hare. Dit betekent dat dat de rechtbank verdachte niet toerekeningsvatbaar acht voor het bewezen verklaarde feit, zodat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Mede gelet op de hiervoor weergegeven inhoud van de NIFP-rapportage, leidt wat door de officier van justitie ter terechtzitting is aangevoerd niet tot een ander oordeel.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Zorgmachtiging</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft aan verdachte in de zaak met rekestnummer 25/7044, welk rekest tegelijkertijd met de onderhavige strafzaak is behandeld, een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3, eerste lid, Wfz voor de duur van zes maanden verleend.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Beslag  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is in beslag genomen een steel van een bezem/dweil met goednummer 6632708.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar. Het bewezen geachte is immers met behulp hiervan begaan en dit voorwerp is bij gelegenheid van het onderzoek naar de bewezenverklaarde feiten aangetroffen en kan dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 839,- aan vergoeding van materiële schade (de kosten van een nieuwe bril) en € 600,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2025<emphasis role="italic">.</emphasis> Tevens is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering kan in het geheel worden toegewezen met toepassing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadvrouw heeft verzocht de gevorderde materiële schade af te wijzen, dan wel niet ontvankelijk te verklaren. Niet kan worden vastgesteld dat de bril van [benadeelde partij] kapot is  gegaan als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Tevens kan niet worden vastgesteld wat de waarde was van die bril, en of het gevorderde (de kosten van een nieuwe bril) daarmee enigszins in verhouding staat. </para>
        <para>Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>9.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Voor de stelling dat de bril kapot is gegaan ten gevolge van het bewezen verklaarde feit  bevat het huidige dossier geen aanknopingspunt. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Vaststaat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Hij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, zoals blijkt uit het dossier. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij dan recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade. De vordering, en in het bijzonder dat de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen, is voldoende onderbouwd. Gelet hierop en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, zal de rechtbank de vordering dan ook volledig toewijzen en de immateriële schadevergoeding naar billijkheid begroten op <emphasis role="bold">€ 600,- </emphasis>(<emphasis role="bold">zeshonderd euro</emphasis>). Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (18 maart 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>9.4.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [benadeelde partij] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank waardeert deze – zoals hiervoor overwogen – op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 600,- </emphasis>(<emphasis role="bold">zeshonderd euro</emphasis>), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 maart 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
          <para>De rechtbank zal de maximale gijzeling bij niet-betaling op nul dagen stellen in verband met de ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen schadevergoedingsmaatregel en de onttrekking aan het verkeer zijn  gegrond op de artikelen 36b, 36d, en 36f van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">poging tot zware mishandeling</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, voor het bewezene niet strafbaar en <emphasis role="bold">ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging</emphasis> ter zake daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">onttrokken aan het verkeer</emphasis>: een steel van een bezem/dweil met goednummer 6632708.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[benadeelde partij]</emphasis> toe tot een bedrag van<emphasis role="bold"> € 600,-</emphasis> (<emphasis role="bold">zeshonderd euro</emphasis>) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 maart 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van <emphasis role="bold">[benadeelde partij]</emphasis> aan de Staat <emphasis role="bold">€ 600,- (zeshonderd euro)</emphasis> te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 maart 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op <emphasis role="bold">0 (nul) dagen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bevel tot voorlopige hechtenis heeft de rechtbank op de zitting van 26 september opgeheven met onmiddellijke ingang. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd. </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.K. Oosterling – van der Maarel, voorzitter,</para>
      <para>mrs. J. Thomas en C.M. Degenaar, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.A. Baaijens, griffier </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>