<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T14:55:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/108643-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T14:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7733 Rechtbank Amsterdam , 15-10-2025 / 13/108643-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Frankrijk, tussenuitspraak, afzien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW, artikel 11 OLW: op basis van de aanvullende informatie niet kunnen beoordelen of het algemene gevaar is weggenomen, aanvullende vragen gesteld aan de autoriteiten ivm hoeveelheid persoonlijke ruimte en wat wordt verstaan onder "personal space".</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/108643-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 15 oktober 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 24 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_f46c32dd-1273-461a-b57a-6a3b71c094a8" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 4 februari 2025 door de <emphasis role="italic">Procureur de la République près le</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tribunal Judiciaire de Lille</emphasis>, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Irak), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 juni 2025, in</para>
      <para>aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is – conform de</para>
      <para>door hem ondertekende afstandsverklaring van 10 juni 2025 – niet verschenen. De opgeëiste</para>
      <para>persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. L.D. Lubrano, advocaat te</para>
      <para>Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ter zitting de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst voor bepaalde tijd om het antwoord van de Franse uitvaardigende justitiële autoriteit op de vraag waar de opgeëiste persoon na zijn overlevering geplaatst zal worden, af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 1 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van de raadsvrouw en de</para>
      <para>officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 1 juli 2025, in</para>
      <para>aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is – conform de door hem ondertekende afstandsverklaring van 30 juni 2025 – niet verschenen en is</para>
      <para>vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw.<footnote-ref linkend="_43a3a541-8346-4559-b498-cd19b0daf707" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW)</para>
      <para>uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_acb351e3-311e-4d3a-97ab-0d947f144683" /> Daarnaast heeft de rechtbank de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW nogmaals met dertig dagen verlengd – ingaand op het moment waarop de termijn van negentig dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 15 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 15 juli 2025 een tussenuitspraak gewezen,<footnote-ref linkend="_110379af-9993-47ba-85e5-2d1b4caee828" /> waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst, om partijen in de gelegenheid te stellen zich op de volgende zitting uit te laten over de in overweging 5 van de tussenuitspraak genoemde statistische gegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 22 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. D.J. Troost, die waarneemt voor haar kantoorgenoot <?linebreak?>mr. L.B. Lubrano, beiden advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 5 augustus 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 5 augustus 2025 een tussenuitspraak gewezen,<footnote-ref linkend="_709cf7a4-e4ac-42ce-b28f-159ae4eb3244" /> waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder overweging 4.4. geformuleerde vragen omtrent de detentieomstandigheden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van</para>
      <para>artikel 22, vijfde lid, OLW nog eens met dertig dagen verlengd en gelijktijdig de</para>
      <para>gevangenhouding verlengd met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is met instemming van de raadsvrouw en de</para>
      <para>officier van justitie in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 1 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. L.B. Lubrano, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.<footnote-ref linkend="_e39a9bc9-6b3e-4d7c-88cb-b3a238c5119a" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Iraakse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 15 juli 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2025 al is</para>
      <para>geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de strafbaarheid van de feiten. De overwegingen van de rechtbank in deze tussenuitspraak kunnen als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsvrouw </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 13, sub a en sub b, OLW van toepassing is. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht van deze weigeringsgrond af te zien. Ten aanzien van de weigeringsgrond van artikel 13, sub a, OLW heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat het onderzoek in Frankrijk is aangevangen, het bewijs zich daar bevindt en de smokkel vanuit Frankrijk heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van artikel 13, sub b, OLW heeft de officier van justitie opgemerkt dat hij niet weet of Nederland in dit geval zou kunnen vervolgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van artikel 13, sub a, OLW</emphasis>
      </para>
      <para>Het EAB ziet volgens de feitomschrijving op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.<footnote-ref linkend="_3cdc6734-8a4d-4795-b9e7-c3132e8f1f65" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;</para>
    <para />
    <para>- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor feit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop en op de door de officier van justitie gegeven argumenten, is de rechtbank van oordeel dat het gegeven dat de feiten worden geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding is om de weigeringsgrond toe te passen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van artikel 13, sub b, OLW</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 13, onder b, OLW kan de rechtbank de overlevering weigeren, indien het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die geheel buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat zijn gepleegd, terwijl naar Nederlands recht geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien de feiten buiten Nederland zouden zijn gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de feiten in het EAB gaat het om mensensmokkel met onder meer pleegplaatsen in Frankrijk, zodat de weigeringsgrond van artikel 13, onder b, OLW niet van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; Franse detentieomstandigheden </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraken van 15 juli 2025 en </para>
      <para>5 augustus 2025 ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 september 2025 zijn van de Franse autoriteiten de volgende informatie ontvangen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“1. How much personal space is available to prisoners detained in an individual cell and a multi-persons cell in the prison unit for male prisoners in pre-trial detention? </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">All the cells, whether single or shared, are between 9 and 12 m² in LILLE-ANNOEULLIN. Most of them are occupied by two people in LILLE-ANNOEULLIN.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. Does the amount of personal space include or exclude the sanitary facilities, and are these facilities properly shielded</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">? Sanitary facilities are included in the 9 to 12m² surface area. They are located behind walls that allow them to be isolated from the view of fellow inmates.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. If the personal space is less than 3 square meters, please answer the following questions:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. How many hours per day do prisoners stay in their cell? </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">It depends on the activities they take part in. They are obliged to stay in their cells from 7pm to 7am.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. What possibilities do prisoners have for outdoor time, work, sports, education and other activities outside their cell? </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">All its activities are offered, as well as religious worship and visiting rooms.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. How many hours per day can prisoners participate in these activities? </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Up to 9 hours</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. Do these prisons generally have decent conditions of detention, and will [de opgeëiste persoon] not be subjected to other circumstances that are considered aggravating factors for poor conditions of detention? </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Yes. The prison is recent establishment that are regularly maintained and have not been the subject of any convictions for unworthy conditions of detention.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 september 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit verder nog, voor zover relevant, de volgende aanvullende informatie verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“On his arrival in France, the Lille Judicial Court indicated that [de opgeëiste persoon] would be incarcerated in the Lille - Annœullin prison.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">At the Lille - Annœullin prison, as in all French prisons, cell capacity is determined by the circularof 16 March 1988 in relation to the floor area of the premises. The surface area of the sanitary space is therefore included in the surface area of the premises. It depends on technical constraints and varies between 1.4 and 1.8m². Each cell in these establishments has a space providing access to sanitary facilities and a sink.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">The Lille Annœullin penitentiary centre has a men's prison section with a capacity of 429 places, including 50 places reserved for new arrivals, 5 places reserved for people with reduced mobility, and 20 places in the regional medical and psychological service, offering psychiatric hospitalisation for days on the decision of the medical service. It also has a 209-place detention centre section dedicated to the reception of convicted prisoners following a referral procedure.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">The adult male prison section is organised as follows:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">273 cells with a surface area of 10 to 11 m² and a theoretical capacity of one place, equipped with two beds,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">7 cells with a surface area of 12 to 13 m², with a capacity of two places and equipped with two beds.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">73 cells with a surface area of 13 to 14 m² with a theoretical capacity of 2 places and equipped with two beds,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">15 units with a surface area of 14 to 19 m², with a theoretical capacity of 3 beds and equipped with two beds,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">5 cells with a surface area of between 19 and 24 m², with a capacity of one bed, designed to accommodate people with reduced mobility.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Given the current occupancy of the Lille-Annœullin prison, it cannot be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will have a personal space of at least 3 square metres as soon as he arrives. Indeed, the occupancy situation in the arrivals section of the men's prison section (QMAH) is likely to result in less personal space, due to the vagaries of the incoming flow of new arrivals. This flow may exceed the 50 places theoretically available for new arrivals within the prison centre and require the installation of additional beds in the cells. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">However, the Lille-Annœullin prison is taking steps to ensure that the length of stay in the arrivals section is as short as possible, by limiting the transit time in this section before distribution within the prison from 4 to 15 days. </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">At the end of this transitional phase, [de opgeëiste persoon] would be entitled to a personal space of at least 3 square metres, in one of the QMAH cells mentioned above</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Each cell has a partitioned sanitary area with a toilet, a washbasin with access to hot and cold water, and a heating system. Lighting is provided by a ceiling light, turned on by a switch in the cell. Each detainee has a bed.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Access to cultural, sporting, social, integration, training or work activities is at the request of the detainee and after validation of their registration on a list. Prisoners can take advantage of sports sessions in a weight room or on an outdoor sports field. They can also have access to teaching adapted to their level and provided by national education staff working in the establishment, or, where applicable, to distance learning through the CNED, and they can have access to the facility's library. Subject to their registration for work, prisoners may also carry out paid work in the establishment's workshops or in the general service. Each establishment also offers cultural activities based on programmes that change throughout</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">the year. However, even if the detainee does not request any activity or does not respond to any proposal from the staff, he/she will have the possibility of accessing an outside walking yard each day for a minimum of one hour.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat een reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon na overlevering wordt onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. De periode dat de opgeëiste persoon minder dan 3 m2 persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben is te lang en wordt onvoldoende gecompenseerd door andere factoren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentieomstandigheden niet aan de overlevering in de weg staan. Hoewel de opgeëiste persoon na zijn overlevering in eerste instantie wordt gedetineerd in een detentie-instelling waar niet wordt gegarandeerd dat hij 3 m2 persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben, zal deze situatie van korte duur zijn en alleen indien noodzakelijk. De compenserende factoren zijn voldoende. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld dat een dergelijke inbreuk op grondrechten van korte duur is toegestaan en geen aanleiding geeft om geen gevolg te geven aan het EAB of om hierover verdere vragen te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Voor de beoordeling van de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in <emphasis role="italic">the Lille-Annoeullin prison </emphasis>sluit de rechtbank aan bij een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober 2019<footnote-ref linkend="_39f00f6f-c471-4043-ab17-fa8c85e020cf" />. Uit dit arrest volgt onder meer dat wanneer een gedetineerde over minder dan 3 m2 aan persoonlijke ruimte beschikt in een meerpersoonscel, dit een sterk vermoeden van schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling met zich meebrengt<footnote-ref linkend="_6cd3b452-4bda-4147-934f-0791a027515f" />. Dit sterke vermoeden van schending van het in artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) bedoelde verbod kan blijkens het arrest normaliter enkel worden weerlegd indien<footnote-ref linkend="_922063c3-b434-4144-bd06-1e06fefcd79c" />: </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>a. de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de minimaal vereiste 3 m2;</para>
    <para>b. hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden;</para>
    <para>c. in de inrichting in het algemeen sprake is van decente detentieomstandigheden en de betrokkene niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan op basis van de verstrekte informatie nog niet volledig beoordelen of het vastgestelde algemene gevaar op schending van de grondrechten in detentie in Frankrijk voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen. De opgeëiste persoon zal na overlevering op een afdeling komen waar 3 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel niet kan worden gegarandeerd. Bij een hoge instroom van nieuwe gedetineerden kan het namelijk voorkomen dat meer gedetineerden dan waar de theoretische capaciteit in voorziet op een cel worden geplaatst. In dat geval is sprake van een sterk vermoeden van een schending van artikel 4 Handvest. Dit sterke vermoeden kan worden weerlegd indien de voornoemde compenserende factoren aanwezig zijn. De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een relatief korte tijd van maximaal vijftien dagen waarin de opgeëiste persoon geen 3 m2 aan persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben. Ook gaat het om een situatie bij gelegenheid, namelijk alleen bij een hoge instroom van nieuwe gedetineerden in de detentie-instelling. Daarbij komt dat blijkens de aanvullende informatie gedetineerden niet langer dan 12 uur per nacht op cel verblijven en dat sprake is van decente detentieomstandigheden. De rechtbank kan op basis van de aanvullende informatie niet vaststellen of het ook gaat om een reductie van geringe mate ten opzichte van de vereiste 3 m2 persoonlijke leefruimte, zoals bedoeld onder a. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen teneinde de officier van justitie de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te laten stellen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Over hoeveel vierkante meter ‘<emphasis role="italic">personal space</emphasis>’ kan de opgeëiste persoon minimaal beschikken, als de situatie zich voordoet dat de opgeëiste persoon (als gevolg van het plaatsen van extra bedden) tijdelijk niet kan beschikken over minimaal 3 m2 personal space in een meerpersoonscel?</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Kan de uitvaardigende justitiële autoriteit bevestigen dat onder ‘<emphasis role="italic">personal space’ </emphasis>in een meerpersoonscel wordt verstaan de persoonlijke leefruimte exclusief de sanitaire voorzieningen, <emphasis role="underline">maar inclusief het meubilair</emphasis>? </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting zal worden heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat de zaak uiterlijk over 30 dagen wederom op zitting zal worden aangebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en<emphasis role="bold"> SCHORST </emphasis>het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT </emphasis>dat de zaak uiterlijk over 30 dagen (op 13 november 2025) opnieuw op zitting wordt gepland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Koerdische (Sorani) taal tegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.L.S. Ceulen en M.W. Speksnijder, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.C. Hooibrink, griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f46c32dd-1273-461a-b57a-6a3b71c094a8" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43a3a541-8346-4559-b498-cd19b0daf707" label="2">
    <para> Op de afstandsverklaring is 30-7-2025 opgeschreven als datum van ondertekening. De rechtbank gaat uit van</para>
    <para>een kennelijke verschrijving door de opgeëiste persoon en leest dit verbeterd als 30 juni 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_acb351e3-311e-4d3a-97ab-0d947f144683" label="3">
    <para>Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_110379af-9993-47ba-85e5-2d1b4caee828" label="4">
    <para> Rb Amsterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4974.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_709cf7a4-e4ac-42ce-b28f-159ae4eb3244" label="5">
    <para> Rb Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e39a9bc9-6b3e-4d7c-88cb-b3a238c5119a" label="6">
    <para>De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cdc6734-8a4d-4795-b9e7-c3132e8f1f65" label="7">
    <para> Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39f00f6f-c471-4043-ab17-fa8c85e020cf" label="8">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6cd3b452-4bda-4147-934f-0791a027515f" label="9">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 72.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_922063c3-b434-4144-bd06-1e06fefcd79c" label="10">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 73.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>