<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T15:17:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10891526 \ TB EXPL  24-1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T15:11:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7711 Rechtbank Amsterdam , 14-10-2025 / 10891526 \ TB EXPL  24-1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>zorgbulk tussenvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10891526 \ TB EXPL  24-1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 14 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Wageningen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- de dagvaarding van 15 januari 2024, met producties,<?linebreak?>- het tegen gedaagde partij verleende verstek.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 269,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke kosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eisende partij stelt dat gedaagde partij via de website van Menzis een zorgverzekeringsovereenkomst met haar heeft gesloten en heeft het toepasselijke polisblad overgelegd. De toepasselijke algemene voorwaarden zijn bij de rechtbank gedeponeerd en zij heeft in de dagvaarding het beding waarop zij een beroep kan doen geciteerd en zich uitgelaten over de eerlijkheid daarvan. Eisende partij heeft verder een specificatie overgelegd van de door haar gevorderde hoofdsom en een veertiendagenbrief. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De specificatie is in de dagvaarding verder niet toegelicht, maar daaruit wordt opgemaakt dat de hoofdsom bestaat uit premie basisverzekering over de maanden april en mei 2023. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Nu de overeenkomst op afstand tot stand is gekomen tussen een handelaar en een consument moet (anders dan eisende partij stelt) ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht, waaronder de richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (93/13/EG).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Om deze toetsing te kunnen uitvoeren moet eisende partij ook toelichten wanneer en hoe de verzekeringsovereenkomst en de toepasselijke voorwaarden aan gedaagde partij zijn toegezonden, of dit is gebeurd op een duurzame drager en of gedaagde partij in de gelegenheid is gesteld de overeenkomst te ontbinden zoals is bepaald in artikel 6:230x lid 1 BW. Eisende partij zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Eisende partij zal dit in het vervolg reeds bij de dagvaarding moeten doen. Wanneer de stukken en/of deze toelichting ontbreekt, kan dat in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold underline">dinsdag 11 november 2025 om 14.00 uur</emphasis> voor het nemen van een akte door eisende partij als hiervoor is overwogen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>811</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>