<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T15:14:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/769729 / FA RK 25-3868</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T14:31:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7698 Rechtbank Amsterdam , 10-09-2025 / C/13/769729 / FA RK 25-3868</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijkheid. Geen sprake van verzoek in die zin van artikel 1:253a BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Beschikking</para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="43bd9028-1439-4f63-b7fd-1e8d60ab7df1" depth="1" width="549" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="e85f5ef0-a88a-48ae-93fc-aa11b97a3cbb" depth="1" width="11" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="cd52a10b-6fc3-43a3-a147-2e519834e2b4" depth="1" width="1" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para>Afdeling privaatrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/769729 / FA RK 25-3868</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking van 10 september 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de vader] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , <?linebreak?>hierna te noemen de vader,<?linebreak?>advocaat mr. S.F. Yap te Amsterdam,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de moeder] , <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,  <?linebreak?>hierna te noemen de moeder,<?linebreak?>advocaat mr. K. Spaargaren te Hilversum. <?linebreak?><emphasis role="bold">1.	Het verloop van de procedure</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.1.	De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:<?linebreak?>- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 21 mei 2025;<?linebreak?>- het verweerschrift, tevens verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op <?linebreak?>10 augustus 2025;<?linebreak?>- de door de moeder overgelegde producties, ingekomen op 21 augustus 2025;<?linebreak?>- het verweerschrift, met bijlage, van de vader, op het verzoekschrift van de moeder, ingekomen op 22 augustus 2025;<?linebreak?>- de door de moeder overgelegde producties, ingekomen op 25 augustus 2025. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.2.	De mondelinge behandeling ter terechtzitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op <?linebreak?>27 augustus 2025.<?linebreak?>Verschenen en gehoord zijn: <?linebreak?>de vader, bijgestaan door zijn advocaat;<?linebreak?>de moeder, bijgestaan door haar advocaat.<?linebreak?><emphasis role="bold">2.	De feiten</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2.1.	Partijen zijn in het verleden een geregistreerd partnerschap aangegaan. Bij beschikking van 16 juni 2021 is de ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen uitgesproken. De ontbinding van het geregistreerd partnerschap is op 13 oktober 2021 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2.2.	De minderjarige kinderen van de moeder en de vader zijn: <?linebreak?><emphasis role="bold">[minderjarige 1]</emphasis>, geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;<?linebreak?><emphasis role="bold">[minderjarige 2]</emphasis>, geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2.3.	De moeder en de vader oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vader verzoekt een Parenting Coördinator te benoemen, respectievelijk vervangende toestemming te verlenen om mr. [naam] te [vestigingsplaats] als Parenting Coördinator aan te stellen, met als doel om met de ouders in gesprek te laten gaan om tot een ouderschapsplan te komen en de ouders te begeleiden en te adviseren over kwesties waarover lopende en terugkerende conflicten tussen de ouders bestaan en om tot een verbetering van de communicatie tussen de ouders te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De moeder verzoekt te bepalen dat iedere ouder in de eigen tijd de sport van de kinderen bepaalt, zonder toestemming van de andere ouder.<?linebreak?>Tevens verzoekt de moeder om de vader te veroordelen te betaling van de proceskosten, van in totaal € 3.993,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten<?linebreak?>4.1.	De vader voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat de communicatie tussen hem en de moeder verstoord is. De enige communicatievorm is de wekelijkse overdrachtsmail. Deze wordt echter steeds korter en zakelijker. Hij en de moeder verschillen structureel over de invulling van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder is voorstander van Solo Parallel Ouderschap en hij is voorstander van een constructieve vorm van ouderschap. Om tot een functionerende vorm van parallel ouderschap te komen zijn hij en de moeder in verschillende procedures verwezen naar hulpverlening. De hulpverleningstrajecten zijn allemaal zonder succes verlopen. Bij het traject bij [begeleidingsinstelling] is geadviseerd om samen te werken met een Parenting Coördinator. Deze kan hen helpen om tot een volledig ouderschapsplan te komen en kan bij conflicten bemiddelen en bindend adviseren. Ook Jeugdbescherming Regio Amsterdam benadrukt de noodzaak van de aanstelling van een Parenting Coördinator. </title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaders verzoek is ingegeven door de wens om een duurzame, kindgerichte samenwerking tot stand te brengen en verdere escalatie via juridische procedures te voorkomen.<?linebreak?>Mr. [naam] is gespecialiseerd in complexe scheidingsdynamieken ouderbegeleiding, beschikt over ruime ervaring in parallel ouderschapstrajecten en staat niet als hulpverlener aan een van beide zijden. Hij is bereid de kosten van de deskundige te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder voert aan kort, kort en zakelijk weergeven, dat alles rondom de echtscheidingsprocedure en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders uitputtend behandeld is geweest en er is niets onbesproken gebleven. Er zijn veel hulpverleningstrajecten inzet geweest en een ondertoezichtstelling ter zake de omgang. Alles zonder resultaat. De conclusie is geweest dat Solo Parallel Ouderschap het hoogst haalbare is en ook het beste is voor de kinderen. Solo Parallel Ouderschap geeft rust en duidelijkheid en functioneert in de praktijk. [begeleidingsinstelling] is intensief betrokken geweest bij het traject, maar het traject bij [begeleidingsinstelling] is voortijdig afgebroken omdat de vader zijn zin niet kreeg. Dit typeert de houding van de vader. Het patroon van handelen van de vader in de afgelopen jaren laat zien dat de vader met haar in conflict wil blijven en controle over haar wil houden. Er is sprake van intieme terreur / coercive control. <?linebreak?>Hulpverlening gericht op verbetering van de communicatie is voor haar een gepasseerd station. Het is ook contraproductief omdat het de vader weer een podium biedt om in conflict te gaan met haar. Zij is aan het eind van haar incasseringsvermogen wat betreft conflicten en overleg met de vader. Zij wil geen enkele vorm van contact meer met de vader, anders dan strikt noodzakelijk per e-mail.  De verzoeken van de vader dienen te worden afgewezen en de vader dient te worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De vader dient een signaal te krijgen dat blijven procederen niet redelijk is.<?linebreak?>Voor wat betreft moeders eigen verzoek; de moeder wil geen overlappende sporten voor de kinderen, waarbij zij en de vader betrokken zijn. Dit leidt weer tot conflicten. Vader dringt echter steeds op overleg aan. Als moeders verzoek wordt toegewezen, is het probleem opgelost. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De vader heeft zijn verzoek gegrond op artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Artikel 1:253a, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, bepaalt dat in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De vader betoogt dat er sprake is van een geschil omtrent het gezag. De benoeming van een deskundige/begeleider/neutrale derde is onderworpen aan het geschil tussen de ouders. Indien één van beide ouders meent dat een deskundige dient te worden benoemd, wordt het een gezag geschil.<?linebreak?>5.4.	De rechtbank volgt het betoog van de vader niet en is van oordeel dat het feit dat beide ouders met gezag het niet eens zijn over de inzet van een Parenting Coördinator, geen geschil is omtrent de uitoefening van het gezag als bedoeld in artikel 1:253a BW en dus niet binnen de reikwijdte van die bepaling valt. Gelet hierop zal de vader niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De rechtbank merkt nog op dat, ook al zou er een juridische grondslag bestaan voor het verzoek van de vader waardoor de rechtbank zou toekomen aan een inhoudelijke beoordeling, een dergelijk verzoek niet voor toewijzing in aanmerking kan komen, nu voor een traject bij een Parenting Coördinator de bereidwilligheid van beide ouders nodig is. De rechtbank stelt vast dat die ontbreekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De moeder wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het verzoek van de moeder is niet geconcretiseerd. Daarbij staat het de moeder en de vader vrij om te bepalen welke activiteiten de kinderen ontplooien, in de tijd dat de kinderen bij hen zijn. Hiervoor hebben zij geen toestemming van elkaar nodig laat staan vervangende toestemming van de rechtbank. Zodra het echter aankomt op een inschrijving voor een club waarbij de andere ouder toestemming zou moeten geven en ouders worden het niet eens, dan kan daar desgewenst een procedure voor vervangende toestemming worden aangespannen waarna de rechtbank dit verzoek dan op zijn merites zal beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt nog ten overvloede dat zij hoopt dat de moeder en de vader in de toekomst een vorm vinden om het gezamenlijk gezag vorm te kunnen blijven geven, ondanks de uiteenlopende karakters en beleving. Uiteraard heeft de rechtbank begrip voor de vader die graag het overleg zoekt, maar de rechtbank constateert ook dat het voor moeder nu van essentieel belang is dat zij rust ervaart en dat de vader niet steeds het overleg opzoekt en haar contacteert over zaken die minder van belang zijn. De rechtbank drukt de vader op het hart die wens, in het belang van de kinderen, te respecteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Er is reden de proceskosten te compenseren als na te melden. Er is, vooralsnog, geen sprake van misbruik van procesrecht aan de zijde van de vader. <?linebreak?>5.9.	Er zal worden beslist als na te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.<?linebreak?>Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A. van Luijck, tevens kinderrechter, <?linebreak?>en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick, griffier, <?linebreak?>op 10 september 2025.<footnote-ref linkend="_ad1b29f3-c3bb-4c0c-ba7a-8d73cbf1b65e" /></para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ad1b29f3-c3bb-4c0c-ba7a-8d73cbf1b65e" label="1">
    <para>Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).<?linebreak?>Het beroep moet worden ingesteld:<?linebreak?>- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;<?linebreak?>- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>