<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-21T10:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-220554-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-20T12:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7642 Rechtbank Amsterdam , 15-10-2025 / 13-220554-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Oostenrijk, overlevering toegestaan. Artikel 13, sub b, OLW is niet van toepassing omdat Nederland vervolging kan instellen m.b.t. de feiten als ze door een derdelander op buitenlands grondgebied zouden zijn gepleegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-220554-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 15 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 26 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_990b156e-d729-477d-8424-4bae9d759ed5" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 24 juli 2025 door het Openbaar Ministerie Innsbruck (Oostenrijk) </para>
      <para>– met goedkeuring van de <emphasis role="italic">Innsbruck Regional Court Innsbruck </emphasis>(Oostenrijk) – (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para> geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para> [adres] ,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. T. Nieuwburg, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_95b39c6d-ef3f-4bf5-ae03-e2c96284788c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon geen nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een door de rechtbank goedgekeurd bevel tot aanhouding van het Openbaar Ministerie te Innsbruck van 24 juli 2025, dossiernummer 7 St 36/23 m. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Oostenrijks recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_4535f8a1-409a-47b1-83c5-246b987f1e9f" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	deelneming aan een criminele organisatie;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	vervalsing met inbegrip van namaak van de euro.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. De raadsman heeft weliswaar aangevoerd dat het lijstfeit ‘deelneming aan een criminele organisatie’ per abuis lijkt te zijn aangekruist, maar hij heeft ter zitting toegelicht dat hij hiermee bedoelt dat de Oostenrijkse autoriteiten met betrekking tot dit feit geen rechtsmacht heeft. De rechtbank zal dit verweer behandelen bij de beoordeling of de weigeringsgrond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder b, OLW van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">5. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder b, OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd ten aanzien van het lijstfeit dat is aangekruist als deelneming aan een criminele organisatie. Door de raadsman zijn stukken overgelegd waaruit, aldus de raadsman, volgt dat de deelneming aan een criminele organisatie (enkel) ziet op feiten en omstandigheden ten aanzien van een bedreiging in Milaan. De raadsman voert daarom aan dat het strafbare feit geen aanknopingspunten heeft met de Oostenrijkse rechtsorde, omdat het feit in Milaan (Italië) is gepleegd en noch de slachtoffers, noch de verdachte de Oostenrijkse nationaliteit hebben. Daarnaast stellen de Oostenrijkse autoriteiten, in het stuk dat de raadsman ter zitting heeft overgelegd, dat zij – anders dan ten aanzien van valsmunterij – geen rechtsmacht hebben om de opgeëiste persoon te vervolgen voor deelneming aan een criminele organisatie. Het lijstfeit deelneming aan een criminele organisatie lijkt per abuis te zijn aangekruist en betreft ook geen deelnemingsvorm van de valsmunterij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 13, sub b, OLW van toepassing is, maar verzoekt de rechtbank van deze weigeringsgrond af te zien. Het onderzoek is aangevangen in Oostenrijk, er is aangifte gedaan door het slachtoffer in [plaats] , het valse geld had Oostenrijk als mogelijke bestemming en het valse geld is in Oostenrijk bestemd als wettig betaalmiddel. Volgens de officier van justitie is het lijstfeit deelneming aan een criminele organisatie in redelijkheid aangekruist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 13, onder b, OLW kan de rechtbank de overlevering weigeren, indien het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat zijn gepleegd, terwijl naar Nederlands recht geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien de feiten buiten Nederland zouden zijn gepleegd. De rechtbank stelt vast dat het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die geacht worden buiten Oostenrijks grondgebied te zijn gepleegd. De rechtbank ziet zich aldus gesteld voor de vraag of Nederland rechtsmacht zou hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is – anders dan de raadsman en officier van justitie – van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 13, sub b, OLW niet van toepassing is en dus niet aan de overlevering in de weg staat. Naar Nederlands recht kan immers vervolging worden ingesteld indien de feiten buiten Nederland zijn gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Het door de uitvaardigende justitiële autoriteit aangekruiste lijstfeit ‘valsmunterij’ is volgens het Wetboek van Strafrecht (<emphasis role="italic">hierna</emphasis>: <emphasis role="italic">Sr</emphasis>) strafbaar gesteld in de artikelen 208 tot en met 214 Sr. Daarmee valt dit feit onder het bereik van artikel 4, sub c, Sr waarin wordt bepaald dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan de onder c weergegeven misdrijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de raadsman zijn stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt dat Oostenrijk ten aanzien van de deelneming aan een criminele organisatie in Milaan geen rechtsmacht heeft. Bij de beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 13, sub b, OLW gaat de rechtbank uit van de feitomschrijving in het EAB. Voor zover al uit de overgelegde stukken zou volgen dat de verdenking in de Oostenrijkse strafzaak ook ziet op feiten ten aanzien waarvan Oostenrijk geen rechtsmacht heeft, dan kan dit in deze overleveringsprocedure niet worden getoetst. De rechtbank dient immers uit te gaan van de feiten zoals deze in het EAB worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Innsbruck Regional Court Innsbruck </emphasis>(Oostenrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.L.S. Ceulen en M.W. Speksnijder, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.C. Hooibrink, griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_990b156e-d729-477d-8424-4bae9d759ed5" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_95b39c6d-ef3f-4bf5-ae03-e2c96284788c" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4535f8a1-409a-47b1-83c5-246b987f1e9f" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>