<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T15:10:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-219954-25 (tussenuitspraak)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T11:28:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7438 Rechtbank Amsterdam , 09-10-2025 / 13-219954-25 (tussenuitspraak)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Hongarije. Tussenuitspraak. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Hongarije. Rechtbank heropent onderzoek om een aanvullende vraag te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-219954-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold"> TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 11 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_93275810-0288-464f-889b-c28f2c9c027e" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 augustus 2025 door <emphasis role="italic">the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII,</emphasis> Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] (Hongarije), </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,</para>
      <para>	nu gedetineerd in [detentie adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 september 2025, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_bb7fa314-4d2f-4361-a670-f93d34ff48ac" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 1 augustus 2025, vermeldt een <emphasis role="italic">national arrest warrant No. 3.B.XXI.96/2025/32 of the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII, </emphasis>uitgevaardigd op 23 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_6d6ef785-00a4-4ca7-a66c-900e9d1a0ee4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman bepleit dat sprake is van een executie-EAB. De opgeëiste persoon is in Hongarije al veroordeeld voor het feit dat staat omschreven in het EAB en waarvoor overlevering wordt verzocht. De raadsman verzoekt daarom de zaak aan te houden om aan de Hongaarse autoriteiten meer informatie te vragen over de grondslag van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie verzet zich tegen aanhouding. De rechtbank moet uitgaan van de juistheid van de informatie van de Hongaarse autoriteiten. Bovendien heeft de opgeëiste persoon geen stukken ter onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat hij in Hongarije onherroepelijk is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de informatie die door de Hongaarse autoriteiten is verstrekt. Er zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit blijkt dat deze informatie onjuist is. De enkele stelling van de opgeëiste persoon, dat hij al onherroepelijk is veroordeeld voor het feit dat ten grondslag ligt aan dit EAB is niet voldoende. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aanvullende vragen te stellen over de grondslag van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als voldaan is aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: Hongaarse detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken op basis van het rapport van <emphasis role="italic">the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment</emphasis> (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de <emphasis role="italic">ill-treatment</emphasis> van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling.<footnote-ref linkend="_457338d2-10c9-4ba1-b3c7-9364ff16083f" /> Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 4 augustus 2025 heeft <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law</emphasis> de volgende informatie gegeven over de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“With reference to the extradition case pending based on a European arrest warrant before the competent Dutch authority under the case number referred to above, in relation to Hungarian citizen </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
        <emphasis role="italic"> (date of birth: [geboortedag] 1998), I hereby inform you of the following. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Depending on the stage of the criminal proceedings, </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">it can not be clearly predicted in which Hungarian penitentiary institution the extradited prisoner will initially be placed.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> However, this is not even relevant, as [opgeëiste persoon] will be transferred to the </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Szombathely National Prison</emphasis>
        <emphasis role="italic"> shortly after his admission. Information related to the undertaking is recorded in the registration file of each prisoner concerned (manually and electronically). (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman bepleit dat de verstrekte detentiegarantie niet voldoende is, omdat niet kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering wordt geplaatst in de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Bovendien blijkt uit de verstrekte garantie dat opgeëiste persoon mogelijk in Szombathely National Prison wordt geplaatst waar de detentieomstandigheden vergelijkbaar zijn met de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman verwezen naar pagina 20 van het rapport van de <emphasis role="italic">Hungarian Helsinki Committee</emphasis> van 6 mei 2024. De raadsman verzoekt om een aanvullende garantie op te vragen zodat de fundamentele rechten van opgeëiste persoon worden gewaarborgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat. De verstrekte garantie is afdoende, omdat ten aanzien van Szombathely National Prison geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten is aangenomen. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank waarin de overlevering op basis van een gelijkluidende garantie is toegestaan.<footnote-ref linkend="_dadd9bc4-1b53-4157-be41-549475a3f734" /> Het door de raadsman overgelegde rapport dateert van vóór het CPT-rapport, op grond waarvan uitsluitend een algemeen gevaar is aangenomen voor Tiszalök. De officier van justitie verzoekt om geen algemeen gevaar aan te nemen voor Szombathely National Prison. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Uit de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte garantie volgt dat niet zeker is waar de opgeëiste persoon in eerste instantie gedetineerd zal worden. De rechtbank begrijpt de informatie zo dat de opgeëiste persoon kort na zijn overlevering zal worden overgeplaatst naar Szombathely National Prison. Aangezien de plaats waar opgeëiste persoon in eerste instantie terecht komt onbekend is, is niet uitgesloten dat de opgeëiste persoon direct na zijn overlevering alsnog in de detentie-instelling Tiszalök terecht zal komen. Hoewel deze eerste periode maar van korte duur zal zijn, acht de rechtbank het – in het bijzonder gezien de ernst van de omstandigheden in Tiszalök – noodzakelijk dat de Hongaarse autoriteiten garanderen dat de opgeëiste persoon ook direct na de feitelijke overlevering niet in de detentie-instelling in Tiszalök zal worden geplaatst. Zonder een dergelijke garantie, althans zonder concrete informatie waar de opgeëiste persoon direct na feitelijke overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, kan naar het oordeel van de rechtbank het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon niet worden weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voornoemde ziet de rechtbank aanleiding om het onderzoek ter zitting te heropenen en de officier van justitie te verzoeken om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit een aanvullende vraag te laten stellen. Deze vraag luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid worden geplaatst direct na de feitelijke overlevering, voordat hij wordt overgeplaatst naar Szombathely National Prison? Indien u dit niet concreet kunt aangeven, kunt u dan garanderen dat de opgeëiste persoon direct na feitelijke overlevering niet in de detentie-instelling in Tiszalök zal worden gedetineerd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt nog dat, voor zover de raadsman met overlegging van het rapport heeft willen betogen dat eenzelfde algemeen reëel gevaar als is aangenomen voor Tiszalök National Prison dient te worden aangenomen voor Szombathely National Prison, daartoe geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens zijn overgelegd die duiden op een algemeen gevaar voor de schending van grondrechten. In het rapport dat door de raadsman is overgelegd wordt enkel melding gemaakt van enkele klachten die over de instelling zijn ontvangen. Dat de situatie daadwerkelijk zodanig is dat er sprake is van een algemeen gevaar voor de schending van grondrechten wordt in het rapport niet met cijfers of waarnemingen door een onafhankelijke instantie onderbouwd. Nu er geen sprake is van een algemeen reëel gevaar voor deze detentie-instelling komt de rechtbank niet toe aan de vraag of voor deze opgeëiste persoon na zijn overlevering een individueel reëel gevaar van onmenselijke behandeling in Szombathely National Prison bestaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging van de termijn </emphasis>
      </para>
      <para>De termijn om over de overlevering te beslissen loopt na de verlenging ter zitting af op 24 oktober 2025. Omdat de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om over de overlevering te beslissen zal zij tevens de beslistermijn verlengen met dertig dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen zoals hiervoor in rubriek 5 is overwogen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT</emphasis> de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW <emphasis role="bold">met 30 dagen </emphasis>(eindigend op 23 november 2025), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de zaak zo snel mogelijk, maar uiterlijk op<emphasis role="bold"> 6 november 2025</emphasis>, opnieuw op zitting wordt aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. </para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,	  				                        	 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Westerman en M. Scheeper,					   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.L. Kole,			                         		griffier.</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_93275810-0288-464f-889b-c28f2c9c027e" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb7fa314-4d2f-4361-a670-f93d34ff48ac" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d6ef785-00a4-4ca7-a66c-900e9d1a0ee4" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_457338d2-10c9-4ba1-b3c7-9364ff16083f" label="4">
    <para> Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dadd9bc4-1b53-4157-be41-549475a3f734" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:4708. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>