<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T12:05:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81/212915-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025100710</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2033</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-06T14:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7280 Rechtbank Amsterdam , 19-06-2025 / 81/212915-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesafspraken. Bewezenverklaring van feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd. Taakstraf 160 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb05c489-6808-4f9b-aaf0-fbacf7ec7ca8" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 81/212915-22 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 19 juni 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1983,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.P. Hopman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K. Renssen, advocaat te ’s-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de tussen het openbaar ministerie en de verdediging gesloten overeenkomst over de door hen gemaakte procesafspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat [naam] B.V. in de periode van 31 juli 2021 tot en met 15 november 2021 in Nederland, opzettelijk onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting heeft gedaan, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven en verdachte hiertoe opdracht heeft gegeven en/of aan deze verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procesafspraken </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De totstandkoming van procesafspraken en procesgang </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie en de raadsman hebben begin 2025 de mogelijkheid besproken van het maken van procesafspraken met betrekking tot afdoening van de strafzaak. </para>
        <para>Op 13 februari 2025 hebben partijen procesafspraken ondertekend. Tijdens de zitting van 19 februari 2025 zijn de procesafspraken door de politierechter aan de orde gesteld. </para>
        <para>De politierechter achtte zichzelf niet in staat om de procesafspraken enkelvoudig te beoordelen. Daarom heeft de politierechter de behandeling van de zaak aangehouden en verwezen naar de terechtzitting van de meervoudige strafkamer. Na de zitting van 19 februari 2025 hebben de officier van justitie en de raadsman per e-mail van respectievelijk 5 maart 2025 en 24 februari 2025 te kennen gegeven dat zij nog steeds achter de procesafspraken staan. De partijen hebben de procesafspraken vervolgens gewijzigd. Deze gewijzigde afspraken zijn op 4 en 5 juni 2025 door partijen ondertekend en op 5 juni 2025 aan de rechtbank verstrekt. De (gewijzigde) procesafspraken worden als <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> aan dit vonnis gehecht en gelden als hier ingevoegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De overeengekomen procesafspraken </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het openbaar ministerie en de verdediging zijn in de procesafspraken van 5 juni 2025 – samengevat – overeengekomen dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- de verdediging geen bewijsverweer voert; </para>
      <para />
      <para>- de eventueel openstaande onderzoekswensen komen te vervallen; </para>
      <para />
      <para>- de verdachte het tenlastegelegde niet betwist;</para>
      <para />
      <para>- de officier van justitie een taakstraf van 160 uur zal eisen;</para>
      <para />
      <para>- de verdediging geen strafmaatverweer voert; </para>
      <para />
      <para>- beide partijen niet in hoger beroep zullen gaan indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform het afdoeningsvoorstel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank kan alleen acht slaan op een door het openbaar ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt dat de verdachte afziet van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.<footnote-ref linkend="_b59d45d2-791f-4c47-8f38-aa0b9162197e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft op de zitting van 5 juni 2025 de procesafspraken besproken met verdachte, terwijl hij werd bijgestaan door zijn raadsman. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij begrijpt waar de procesafspraken uit bestaan. De rechtbank heeft de gevolgen van de procesafspraken besproken en de rechtspositie van verdachte concreet aan de orde gesteld. Verdachte heeft verklaard dat hij akkoord gaat met de procesafspraken van 5 juni 2025.</para>
        <para>De rechtbank heeft begrepen dat hij zich vrij voelde om zelf te beslissen en zich niet onder druk gezet heeft gevoeld om de procesafspraken te maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte, die gedurende zijn proces steeds is bijgestaan door een advocaat, vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan de procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling van vergewist dat verdachte nog altijd achter de gemaakte afspraken en het afdoeningsvoorstel staat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op de tussen het openbaar ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweer gevoerd. Verdachte heeft – ondanks hier niet toe gehouden te zijn door de procesafspraken – ter terechtzitting het tenlastegelegde feit bekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Omdat verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, kan op grond van artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met opgave van bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] B.V. in de periode van 31 juli 2021 tot en met 15 november 2021 in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting over:</para>
    </parablock>
    <para>- kwartaal 2 van het jaar 2021 (ten name van [naam] B.V.) en</para>
    <para>- kwartaal 3 van het jaar 2021 (ten name van [naam] B.V.),</para>
    <para>onjuist heeft gedaan, immers heeft verdachte opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemde jaar een te hoog bedrag aan voorbelasting opgegeven, terwijl dat feit telkens er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft overeenkomstig de procesafspraken geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft zich beraden over de procesafspraken en haar eigen afweging gemaakt bij de bepaling van de op te leggen straf. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren zijn gekomen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde taakstraf in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak, mede gelet op het tijdsverloop. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal in lijn met de procesafspraken aan verdachte een taakstraf van 160 uur opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 51, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 160 (honderdzestig) uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 80 (tachtig) dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. A. Eichperger, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.J. Bos en M.C.H. Broesterhuizen,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b59d45d2-791f-4c47-8f38-aa0b9162197e" label="1">
    <para> Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR.2022:1252, NJ 2023/31.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>