<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-14T16:19:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11479627 \ CV EXPL  25-307</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_europeesCivielRecht">Civiel recht; Europees civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7231">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7231</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T16:28:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7231 Rechtbank Amsterdam , 25-09-2025 / 11479627 \ CV EXPL  25-307</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7231:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Vordering erkend, maar aangevoerd dat leaseovereenkomst is aangegaan als consument. Ondanks bepaling uitsluitend bedrijfsmatig gebruik, staat niet vast dat de overeenkomst is gesloten handelend in uitoefening van bedrijf. Personenauto, die naar aard ook voor privé kan worden gebruikt. Consument objectief begrip. Costea-arrest. Mondelinge behandeling gelast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7231:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11479627 \ CV EXPL  25-307</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HILTERMANN LEASE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Hoofddorp,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna de noemen: Hiltermann,</para>
      <para>gemachtigde: Janssen &amp; Janssen c.s.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>handelende onder de naam<emphasis role="bold"> [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna de noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 13 december 2024, met producties,</para>
      <para>- het proces-verbaal van mondeling antwoord van 9 januari 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Hiltermann vordert, uit hoofde van een met [gedaagde] gesloten leaseovereenkomst, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.287,31 vermeerderd met rente en proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hiltermann stelt dat zij onder meer met [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] het leaseobject, zijnde een personenauto (Volkswagen Golf), uitsluitend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf zal gaan gebruiken. Volgens Hiltermann is [gedaagde] de overeenkomst niet als consument aangegaan, zodat ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht niet aan de orde is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij antwoord laten weten dat de vordering op zichzelf klopt, maar dat zij, ondanks dat zij als zelfstandige werkt in de zorg, de leaseovereenkomst is aangegaan als consument. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Geoordeeld wordt dat, mede gelet op het antwoord van [gedaagde] , vooralsnog niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst handelde voor doeleinden die (uitsluitend, althans hoofdzakelijk) binnen haar bedrijfs- of beroepsactiviteiten vallen. Dat in de leaseovereenkomst een bepaling is opgenomen dat het leaseobject uitsluitend in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep zal worden gebruikt, is daarvoor op zichzelf onvoldoende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het begrip consument is een objectief begrip. Van belang is met welk doel de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de goederen of diensten waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft <?linebreak?>(HvJEU 3 september 2015, C-110/14, Costea, ECLI:EU:C:2015:538).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Nu het leaseobject een personenauto is, die naar zijn aard ook in privé kan worden gebruikt, terwijl [gedaagde] ook zelf verklaart dat zij als consument handelde, staat niet vast met welk doel de overeenkomst is gesloten. Daarin wordt aanleiding gezien een mondelinge behandeling te gelasten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Stukken ten behoeve van de mondelinge behandeling dienen uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en de wederpartij te worden toegestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter wijst partijen erop dat partijen op de hierna vermelde roldatum </para>
        <para>(9 oktober 2025) nog niet hoeven te verschijnen, maar dat (uiterlijk) op die datum alleen hun verhinderdata schriftelijk kunnen worden doorgegeven. Daarna zal een datum voor de mondelinge behandeling worden vastgesteld. Die wordt schriftelijk aan partijen kenbaar gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, Hiltermann bijgestaan door haar gemachtigde, voor het geven van inlichtingen en het nader onderbouwen van hun stellingen, door mr. L. van Berkum, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en Hiltermann dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van deze zaak – en bij voorkeur ook van deze overeenkomst – op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">donderdag 9 oktober 2025 om 10.00 uur</emphasis> voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen in de maanden <emphasis role="bold">oktober 2025</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">februari 2026</emphasis>, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald, waarvan partijen op de hoogte zullen worden gesteld,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling <emphasis role="bold">60 minuten</emphasis> zal worden uitgetrokken,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>991</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>