<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T15:54:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10982694 / CV 24-2652</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T12:18:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7228 Rechtbank Amsterdam , 18-07-2025 / 10982694 / CV 24-2652</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsen, OLVG, geen duidelijke en begrijpelijke prijs meegedeeld voorafgaand aan de behandeling, oneerlijk prijsbeding, vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b28fa4c2-3ccd-4e4e-8971-6f19e7cd7e41" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9e5249e8-1b06-42b0-9baa-bd6e4ec86764" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>zaaknummer: 10982694 CV EXPL 24-2652</para>
      <para>vonnis van:  18 juli 2025</para>
      <para>fno.:  364</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting STICHTING OLVG</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres, nader te noemen: OLVG</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde, nader te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 februari 2025 heeft de kantonrechter bij rolmededeling laten weten graag te vernemen of OLVG de factuur van 22 mei 2023 alsnog zelf kon indienen bij Zilveren Kruis en als dat niet mogelijk was, waarom niet. OLVG heeft daarop een akte genomen, waarop [gedaagde] heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is opnieuw een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>OLVG heeft bij akte (opnieuw) gesteld dat zij de factuur niet kon indienen omdat [gedaagde] ten tijde van de behandeling op 2 februari 2023 niet was verzekerd. OLVG heeft daarbij verwezen naar een, ook al eerder overgelegde, uitdraai uit het systeem van Vecozo, waaruit volgens OLVG blijkt dat [gedaagde] op 26 januari 2023 een aanvraag heeft gedaan bij Zilveren Kruis en de verzekering op dat moment is gestart. De verzekering is vervolgens op 28 januari 2023 weer beëindigd, waarschijnlijk omdat de aanvraag is ingetrokken of niet gehonoreerd. Daarna is [gedaagde] pas weer vanaf 20 mei 2023 verzekerd bij Zilveren Kruis, zodat er op het moment van behandeling geen dekking was en [gedaagde]  de factuur zelf moet voldoen, aldus OLVG.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Volgens [gedaagde] heeft hij niet eerder gehoord dat hij niet was verzekerd op 2 februari 2023. De premie voor de maanden januari tot en met maart 2023 heeft hij destijds aan Zilveren Kruis voldaan, zoals hij ook ter zitting heeft aangetoond. Als [gedaagde] had geweten dat hij niet was verzekerd was hij niet naar het ziekenhuis gegaan. [gedaagde] heeft na de zitting van 18 juli 2024 geprobeerd de factuur alsnog in te dienen via de website van Zilveren Kruis, maar kreeg als antwoord dat dat niet kon. Daarna heeft hij contact opgenomen met de gemachtigde van OLVG, [naam] van LAVG. Die heeft volgens [gedaagde] toen meegedeeld dat hij de zaak zou beëindigen maar dat is niet gebeurd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Tegenover de stellingen van OLVG heeft [gedaagde] onvoldoende aangetoond dat hij wel op 2 februari 2023 was verzekerd, zodat ervan uit wordt gegaan dat dit niet zo was.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Nu [gedaagde] een consument is, moet de behandelovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt - zoals ook ter zitting is besproken - ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. De informatieplichten zijn daarvan op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d BW uitgezonderd.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>5. OLVG heeft een standaard prijs voor de behandeling bij [gedaagde] in rekening gebracht en vordert daarvan in deze procedure betaling. Over deze prijs is niet afzonderlijk onderhandeld en [gedaagde] kon hierop geen invloed hebben. Dit prijsbeding moet daarom ambtshalve worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. De beoordeling van het oneerlijke karakter van een prijsbeding is alleen aan de orde als het prijsbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd (artikel 4 lid 2 van de richtlijn). In dit kader is het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van <?linebreak?>12 januari 2023 van belang (ECLI:EU:C:2023:14).</para>
    <para />
    <para>6. Gesteld noch gebleken is dat OLVG [gedaagde] voorafgaande aan de behandeling over de prijs heeft geïnformeerd. De uitzondering van artikel 4 lid 2 van de richtlijn gaat daarom niet op, zodat het prijsbeding op oneerlijkheid moet worden getoetst. </para>
    <para>Dat een prijsbeding niet transparant is, leidt nog niet direct tot het oordeel dat het beding ook oneerlijk is, maar het is wel een (belangrijk) element binnen die toets. Volgens artikel 3 lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst (waarover niet afzonderlijk is onderhandeld), als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort of kan verstoren. Dat is hier het geval. Door de prijs van de behandeling van te voren niet aan [gedaagde] mee te delen, heeft OLVG hem de mogelijkheid ontnomen om te beslissen of hij de behandeling op dat moment wel wilde ondergaan tegen die prijs. Sterker, [gedaagde] heeft zelf aangevoerd dat als hij de prijs had geweten, hij de behandeling niet had ondergaan. Daarbij geldt dat ingevolge artikel 38 lid 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg  OLVG verplicht is om [gedaagde] tijdig en zorgvuldig te informeren over het voor de prestatie in rekening te brengen tarief. Dit artikel is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nader uitgewerkt in artikel 4 en 5 van de Regeling transparantie zorgaanbieders TH/NR-018, waaruit volgt dat OLVG [gedaagde] had moeten informeren over datgene dat voor hem van belang was om een weloverwogen keuze te maken om zorg te vergelijken en te ontvangen, over tarieven die voor hem van belang waren, of de te leveren prestaties of diensten verzekerd waren en of [gedaagde] zelf een bedrag moest betalen. Die informatieplicht ligt, anders dan toentertijd bepaald in de algemene voorwaarden van OLVG, niet bij de patiënt maar bij OLVG.</para>
    <para>7. Gelet op artikel 6 lid 1 van de richtlijn is [gedaagde] niet aan het oneerlijke prijsbeding  gebonden. Als gevolg daarvan kan de overeenkomst niet blijven voortbestaan. Nu het, vanwege het oneerlijke prijsbeding, niet redelijk is om op grond van ongedaanmaking (artikel 6:203 lid 3 jo. 6:210 lid 2) dan wel ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 lid 1 BW) alsnog een (schade)vergoeding te vragen, wordt vastgesteld dat [gedaagde] van het vervallen van de overeenkomst geen uiterst nadelige gevolgen ondervindt. Daarbij wordt opgemerkt dat de lange termijn doelstelling van artikel 7 lid 2 van de richtlijn oneerlijke bedingen – een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen – in het gedrang komt wanneer OLVG alsnog een vergoeding voor haar diensten zou kunnen krijgen terwijl zij een oneerlijk prijsbeding hanteert. Voorgaande houdt in dat het niet noodzakelijk is de overeenkomst aan te vullen om ervoor te zorgen dat deze kan voortbestaan (zie onder andere ECLI:EU:C:2020:954).<?linebreak?></para>
    <para>8. Nu de overeenkomst is vervallen, heeft [gedaagde] geen betalingsverplichting tegenover OLVG. De vordering wordt dan ook afgewezen.</para>
    <para>9. OLVG wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vordering af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt OLVG in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025 in tegenwoordigheid van mr. T.C. van Andel, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>