<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T14:28:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/115136-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7140">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T11:30:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7140 Rechtbank Amsterdam , 14-08-2025 / 13/115136-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7140:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Art. 12 OLW: afzien van weigeren. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7140:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/115136-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 augustus 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 22 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in</para>
      <para>behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 december 2024 door <emphasis role="italic">the District Court of Lublin</emphasis> (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Polen),</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>nu gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 9 juli 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 9 juli 2025, in aanwezigheid</para>
      <para>van mr. U.E.A. Weitzel, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan</para>
      <para>door zijn raadsvrouw mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW)</para>
      <para>uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_3e384556-e5de-437f-80ea-b6862de5b44b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding</para>
      <para>bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 23 juli 2025</emphasis>
      </para>
      <para>Op 23 juli 2025 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen. Daarbij is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen in het kader van artikel 12 OLW voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 6 augustus 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in een gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 6 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De raadsvrouw was door middel van een telefonische verbinding aanwezig bij de zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De tussenuitspraak van 23 juli 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 23 juli 2025.<footnote-ref linkend="_c0464d2e-769d-46b4-b045-f24931009d36" /> Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 4.3 van de tussenuitspraak van 23 juli 2025. Ook deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. De opgeëiste persoon heeft bij het verhoor bij de politie op 10 juli 2022 een adresinstructie gekregen en heeft toen een adres opgegeven. De opgeëiste persoon, die toen in voorlopige hechtenis verbleef, was aanwezig bij de procedure in eerste aanleg, samen met zijn advocaat. Deze advocaat heeft vervolgens hoger beroep ingesteld. Nadat de opgeëiste persoon vrij kwam uit de voorlopige hechtenis ter zake van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd, heeft hij opnieuw een adres doorgegeven. De oproep voor de zitting in hoger beroep is naar dit adres verstuurd en is door een volwassen huisgenoot in ontvangst genomen. De opgeëiste persoon is na zijn vrijlating uit voorlopige hechtenis naar Nederland vertrokken zonder dit aan de Poolse autoriteiten te hebben doorgegeven. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij geen contact meer met zijn huisgenoot heeft gehad. Op grond van voormelde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig geweest door, ondanks de eerder aan hem gegeven adresinstructie, niet bereikbaar te zijn voor de Poolse justitiële autoriteiten op het adres dat hij heeft doorgegeven nadat hij uit de voorlopige hechtenis was vrijgelaten doordat hij, zonder bericht, Polen heeft verlaten en naar Nederland is vertrokken en geen contact heeft onderhouden met het thuisfront.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 6.1.3 van de tussenuitspraak van 23 juli 2025. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting een brief d.d. 22 juli 2025 doen toekomen van een Poolse jurist die gespecialiseerd is in internationaal recht. Deze brief heeft betrekking op de psychische gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon en de gevolgen die een eventuele detentie in Polen voor hem zou hebben, namelijk een reëel risico op suïcide. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de door de raadsvrouw overgelegde brief geen aanleiding vormt om tot een ander oordeel te komen dan in de tussenuitspraak is gedaan. Deze brief bevat namelijk geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit een<emphasis role="italic"> algemeen</emphasis> gevaar blijkt dat personen die een gevangenisstraf uitzitten in Polen, in detentie in onvoldoende mate medisch behandeld of psychisch geholpen kunnen worden. De rechtbank verwerpt daarom het verweer . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 302 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Lublin</emphasis> (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. C. Klomp en M. Scheeper,				   		 	  rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra,	                         		   	 griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 augustus 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3e384556-e5de-437f-80ea-b6862de5b44b" label="1">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde, vierde en vijfde lid OLW)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0464d2e-769d-46b4-b045-f24931009d36" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:5396.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>