<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:7138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T12:33:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-266049-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T11:20:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:7138 Rechtbank Amsterdam , 20-08-2025 / 13-266049-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Toestemming voor doorlevering. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:7138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-266049-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 20 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 23 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_38a4b98f-637f-4b88-bf18-93663b23e44d" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juli 2024 (en gewijzigd op 2 augustus 2024) door <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin</emphasis> (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>,</para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
      <para>	uit anderen hoofde gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 19 maart 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 maart 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat in Venlo, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de aan Duitsland verzochte toestemming tot doorlevering van de opgeëiste persoon aan Polen af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 8 april 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is na akkoord van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 14 mei 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat in Venlo, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de aan Duitsland verzochte toestemming tot doorlevering van de opgeëiste persoon aan Polen af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 14 mei 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is na akkoord van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 14 mei 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat in Venlo, zijn niet ter zitting verschenen. Van de opgeëiste persoon is een afstandsverklaring van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn ontvangen. Deze verklaring is aan het dossier toegevoegd. De raadsvrouw heeft voorafgaand aan de zitting schriftelijk laten weten niet bij de behandeling aanwezig te zullen zijn. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de resultaten van het onderzoek bij de Duitse rechtbank naar de toelaatbaarverklaring van de doorlevering van de opgeëiste persoon aan Polen af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is na akkoord van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 11 juni 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. Van de opgeëiste persoon is een afstandsverklaring van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn ontvangen. Deze verklaring is aan het dossier toegevoegd. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigde raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat in Venlo. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB aangehouden om de beslissing van de Duitse rechtbank op het verzoek tot toelaatbaarverklaring van de doorlevering van de opgeëiste persoon aan Polen af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 10 juli 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is na akkoord van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 10 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. Van de opgeëiste persoon is een afstandsverklaring van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn ontvangen. Deze verklaring is aan het dossier toegevoegd. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigde raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat te Venlo. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit een detentiegarantie op te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 6 augustus 2028</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is na akkoord van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 6 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H. van der Ende, advocaat in Venlo, en door een tolk in de Poolse taal. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin </emphasis>van 16 maart 2023 (III K 46/19) dat is gewijzigd met het arrest van <emphasis role="italic">the Appeal Court in Szczecin</emphasis> van 28 maart 2024 (II Aka 252/23). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaren, twee maanden en achtentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_eea3b124-0677-4d3f-8e74-428d1e171fa3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_0cf6db76-2e37-4e02-a05a-4078fa86f2dd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de stukken, het EAB, de aanvullende informatie van 26 februari 2025 en de verklaringen van de opgeëiste persoon ten overstaan van de rechtbank, stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst feit I aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van feit I waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten II tot en met X niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als voldaan wordt aan de eisen van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">telkens; diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis></para>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking terwijl het feit wordt geleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis></para>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">diefstal, terwijl het feit wordt geleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis></para>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">opzettelijk voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toestemming voor doorlevering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 7 juli 2025 heeft de Hoofdofficier van Justitie van het Parket-Generaal Düsseldorf (Duitsland) een gewaarmerkte kopie van de beslissing van de 1e Strafkamer van het <emphasis role="italic">Oberlandesgericht Düsseldorf</emphasis> van 27 juni 2025 toegezonden met onder meer de volgende inhoud:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Vaststaat dat de uitlevering van de vervolgde persoon aan de Poolse regering met het oog op de tenuitvoerlegging van de straf die hem is opgelegd bij vonnis van het Landgericht Szczecin van 16 maart 2023, zoals gewijzigd bij het vonnis van het hof van beroep van Szczecin van 28 maart 2023 (dossiernummer III K 46/19 [II Aka 252/23]), waarbij hem een totale gevangenisstraf van vier jaar en twee maanden is opgelegd, waarvan twee jaar, twee maanden en 28 dagen nog moeten worden uitgezeten, toelaatbaar zou zijn, met dien verstande dat de vervolgde voor de volledige duur van zijn detentie niet in de gevangenissen van Barczewo, Kaminsk en Tarnow wordt geplaatst.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 juli 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit een brief toegezonden met onder meer de volgende inhoud:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The Court of this place informs, that after the surrender of the requested person to Poland the above information will be transmitted to the appropriate services, therein the Police and the administration of the penitentiary establishment, with the purpose of a correct placing of the requested person while taking into consideration the stipulation made by the German side. At the same the, the Court of this place informs, that for the present moment, it is not able to indicate in which penitentiary establishment will be placed [opgeëiste persoon] after the surrender to Poland, however the Court of this place can guarantee, that the stipulation made by the German side will be respected and the sentenced person will be placed in a suitable penitentiary establishment with the omission of the penitentiary establishments in Barczewo, Kamitisk and Tarnów.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de beslissing van 27 juni 2025 van het <emphasis role="italic">Oberlandesgericht Düsseldorf</emphasis> blijkt dat de Duitse rechter toestemming heeft verleend voor de doorlevering van de opgeëiste persoon onder de voorwaarde dat de opgeëiste persoon niet wordt geplaatst in de penitentiaire instellingen Barczewo, Kamitisk en Tarnów. Nu de Poolse autoriteiten een garantie hebben verstrekt dat de opgeëiste persoon niet in deze instellingen zal worden geplaatst, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde overlevering kan worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_5c908568-6e6b-400f-98e6-63167fb2a1a7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_14f27b04-6cfd-445f-82c8-79053cdefb62" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 310, 311 en 231 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin</emphasis>, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. C. Klomp en M. Scheeper,        				   			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra,	                         		 	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_38a4b98f-637f-4b88-bf18-93663b23e44d" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eea3b124-0677-4d3f-8e74-428d1e171fa3" label="2">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0cf6db76-2e37-4e02-a05a-4078fa86f2dd" label="3">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c908568-6e6b-400f-98e6-63167fb2a1a7" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_14f27b04-6cfd-445f-82c8-79053cdefb62" label="5">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>