<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T12:56:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-044986-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T11:27:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6874 Rechtbank Amsterdam , 17-09-2025 / 13-044986-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Polen, artikel 6 OLW: opgeëiste persoon kan gelijk gesteld worden met een Nederlander, in dictum vermelding dat de overlevering wordt toegestaan onder voorbehoud van de terugkeergarantie, de verstrekte detentiegarantie neemt het individuele gevaar voor de opgeëiste persoon weg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-044986-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 22 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_8b1416e7-8b6f-46d3-81a5-b6de8907adc1" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 9 september 2022 door <emphasis role="italic">the Regional Court (Sąd Okręgowy ) in Radom, </emphasis>Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para> geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1991, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 september 2025, in aanwezigheid van mr. N.M. Lemmers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_857e7d31-ea51-48eb-8dbe-7317584a663d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic"> decision of the District Court in Radom of 13 April 2022 in the case ref. II Kp 210/22.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_55b221dc-2cfb-4d15-a1c3-3035e948b99e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	valsheid in geschrifte;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal door twee of meer verenigde personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>Primair stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de opgeëiste persoon gelijk dient te worden gesteld met een Nederlander om zo, in geval van veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering aan de uitvaardigende lidstaat, die straf vervolgens in Nederland te kunnen ondergaan. Indien de rechtbank komt tot een gelijkstelling, dan moet de zaak worden aangehouden omdat de terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is. De raadsvrouw heeft in dat verband gewezen op een Poolse beslissing in een andere zaak, waarin een vergelijkbare terugkeergarantie was gegeven, waaruit zou blijken dat het de executierechter in Polen kennelijk niet altijd duidelijk is dat de overlevering afhankelijk is gesteld van de in artikel 5 punt 3 Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde garantie. Als de rechtbank het niet nodig acht verdere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, dan verzoekt de raadsvrouw de overlevering te weigeren omdat de terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie is het met de raadsvrouw eens dat de opgeëiste persoon gelijk kan worden gesteld met een Nederlander. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gegeven terugkeergarantie voldoende is. In de aanvullende informatie wordt artikel 607j uit het Poolse Wetboek van Strafvordering genoemd.  Onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_ef61db9a-df5c-47dd-8da6-dbfa41304f47" /> wijst de officier van justitie erop dat de rechtbank bekend is met dat artikel en dat duidelijk is dat de opgeëiste persoon zal worden teruggestuurd naar Nederland nadat het vonnis in Polen onherroepelijk is geworden. De afgegeven terugkeergarantie is daarmee onvoorwaardelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op basis van artikel 6, derde lid, van de OLW zijn voldaan aan de volgende vereisten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;</para>
    <para>2. ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eerste voorwaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Dit betekent dat aan de eerste voorwaarde is voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tweede voorwaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het antwoord op de vraag over de verwachting of de opgeëiste persoon al dan niet zijn recht op verblijf in Nederland verliest als gevolg van de opgelegde straf of maatregel, beoordeelt de rechtbank aan de hand van informatie van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND). In een brief van 21 augustus 2025 heeft de IND aangegeven dat de strafbare feiten er niet toe leiden dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht verliest. Ook aan de tweede voorwaarde is dus voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon kan op grond van artikel 6, derde lid, OLW worden gelijkgesteld met een Nederlander. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd.<footnote-ref linkend="_7fa24dda-c0d3-4437-bdac-74d08969314c" /> De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan. Uit het gevoerde gelijkstellingsverweer maakt de rechtbank op dat de opgeëiste persoon ook een beroep doet op een dergelijke garantie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="italic">Prokurator Okręgowy [Circuit Prosecutor]</emphasis> heeft op 25 augustus 2025 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“In the case of [opgeëiste persoon] , who requests to serve his sentence in another European Union country, the Polish court must obtain the consent of that country to allow [opgeëiste persoon] to serve his sentence in that country. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Moreover, pursuant to Article 607j of the Code of Criminal Procedure, if the Kingdom of the Netherlands surrenders a person sought pursuant to a European Arrest Warrant on the condition that the sentence of imprisonment will be executed in the Kingdom of the Netherlands, the Polish court shall immediately, after the judgment becomes final, issue an order to transfer the convicted person to the appropriate European Union Member State for the purpose of enforcing the sentence.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank begrijpt deze informatie zo dat artikel 607j van <emphasis role="italic">the Code of Criminal Procedure </emphasis>(hierna: CCP) een implementatie betreft van artikel 5 punt 3 Kaderbesluit 2002/584/JBZ, in die zin dat als de overlevering afhankelijk is gesteld van een garantie als bedoeld in dat artikel, de tenuitvoerlegging van een bij onherroepelijk uitspraak opgelegde vrijheidsstraf plaatsvindt met toepassing van artikel 607j CCP. Met de overgelegde stukken heeft de raadsvrouw voldoende onderbouwd dat het voor de Poolse executierechter niet altijd duidelijk is dat de overlevering afhankelijk is gesteld van de in artikel 5 punt 3 Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde terugkeergarantie. De rechtbank zal daarom uitdrukkelijk in het dictum vermelden dat de overlevering van de opgeëiste persoon wordt toegestaan onder voorbehoud van de voormelde garantie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Detentieomstandigheden</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen een (extra) bijkomende verzwarende omstandigheid. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar tussenuitspraken in soortgelijke zaken van 5 juni 2024<footnote-ref linkend="_0c9d4bc7-743a-4324-98fc-86c22ec5c141" /> en 6 juni 2024.<footnote-ref linkend="_5aaf35c4-b9bf-440c-8011-f406c4c72692" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vaststelling van een algemeen gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen waar hij zal worden gedetineerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 22 augustus 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende informatie verstrekt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In response to your letter regarding the suspect [opgeëiste persoon] , detained in the Kingdom of the Netherlands pursuant to a European Arrest Warrant, I hereby inform you:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…] suspect [opgeëiste persoon] , after being brought to the territory of the Republic of Poland, will be detained first in one of the pre-trial detention centers in the city of Warsaw. He will be transferred to the Radom Remand-Pre-trial Detention Center within seven days. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The cells at the Radom Remand Center/Pre-trial Detention Center are constructed in accordance with the construction design and meet the requirements of the Article 110 § 2 of the Executive Penal Code, according to which the square footage per inmate is no less than 3m2.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">I hereby inform you that the request of suspect [opgeëiste persoon] for permission to use a telephone and permission to receive visits from immediate family members while in custody will be reviewed by the prosecutor no later than two days after the request is received by the prosecutor’s office. At this stage, the prosecutor sees no grounds for refusing permission to use a telephone and visit.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 3 september 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende nadere informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In response to the letter dated August 27, 2025, regarding suspect [opgeëiste persoon] detained in the Kingdom of the Netherlands pursuant to a European Arrest Warrant, I hereby inform you that, pursuant to the letter from the Director of the Radom Remand Prison dated September 2, 2025, [opgeëiste persoon] will be allowed to spend at least two hours a day outside his cell.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de zaak dient te worden aangehouden om verdere informatie over de detentieomstandigheden af te wachten. De raadsvrouw voert aan dat onvoldoende is komen vast te staan of de in de detentiegarantie genoemde drie vierkante meter persoonlijke ruimte voor de opgeëiste persoon inclusief of exclusief sanitair is. Daarnaast blijkt uit de detentiegarantie dat de opgeëiste persoon toestemming moet vragen aan een officier van justitie om te mogen bellen. Uit de detentiegarantie blijkt onvoldoende of deze toestemming steeds wordt gegeven of dat deze ook kan worden geweigerd en, zo ja, van welke factoren de toestemming of weigering afhankelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat, de afgegeven garanties het individuele reële gevaar voor de opgeëiste persoon wegnemen. Derhalve kan de overlevering worden toegestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de in de aanvullende informatie gegeven toezeggingen van de Poolse autoriteiten, geen sprake van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie voor de opgeëiste persoon in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> waar hij naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst. Uit de aanvullende informatie van 22 augustus 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon, in overeenstemming met artikel 110 § 2 van de <emphasis role="italic">Executive Penal Code,</emphasis> in zijn cel over minimaal drie vierkante meter persoonlijke ruimte beschikt. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat uit het genoemde artikel volgt dat dit exclusief sanitair is.<footnote-ref linkend="_e21576ce-93b8-4d6c-beb8-ddced918a477" /> Verder blijkt uit de aanvullende informatie van 3 september 2025 dat de opgeëiste persoon tenminste twee uur per dag buiten zijn cel zal kunnen doorbrengen. Wat betreft het mogen bellen blijkt tot slot uit de aanvullende informatie van 22 augustus 2025 dat de opgeëiste persoon mag bellen als hij daar toestemming voor krijgt. De garantie van de Poolse autoriteiten dat deze toestemming binnen twee dagen al dan niet wordt gegeven en dat op dit moment geen reden wordt gezien om geen toestemming te verlenen, acht de rechtbank voldoende. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Poolse detentie instellingen heeft aangenomen, wordt dus met de afgegeven garanties ten aanzien van de opgeëiste persoon weggenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_370b8a40-fafc-4791-8b93-93c7936a2807" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_3ca790ed-7b42-4bfd-ba01-d48b19ffd22e" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 140, 225, 311, 326 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6, 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court (Sąd Okręgowy ) </emphasis>in Radom<emphasis role="italic">, </emphasis>Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB, onder voorbehoud van de garantie als bedoeld in artikel 5, punt 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ dat [opgeëiste persoon] , mocht hij onherroepelijk worden veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf voor de feiten waarvoor de overlevering wordt toegestaan, hij conform de bepalingen van Kaderbesluit 2008/909/JBZ zal worden teruggezonden naar Nederland om die vrijheidsstraf te ondergaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. M.C. Hooibrink en D. Kloos, griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8b1416e7-8b6f-46d3-81a5-b6de8907adc1" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_857e7d31-ea51-48eb-8dbe-7317584a663d" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_55b221dc-2cfb-4d15-a1c3-3035e948b99e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef61db9a-df5c-47dd-8da6-dbfa41304f47" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:2716.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fa24dda-c0d3-4437-bdac-74d08969314c" label="5">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (<emphasis role="italic">Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c9d4bc7-743a-4324-98fc-86c22ec5c141" label="6">
    <para> Rb. Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3257.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5aaf35c4-b9bf-440c-8011-f406c4c72692" label="7">
    <para> Rb. Amsterdam 6 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3365.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e21576ce-93b8-4d6c-beb8-ddced918a477" label="8">
    <para> Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBAMS:2025:1373.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_370b8a40-fafc-4791-8b93-93c7936a2807" label="9">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ca790ed-7b42-4bfd-ba01-d48b19ffd22e" label="10">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>