<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T12:51:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-158823-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T10:36:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6873 Rechtbank Amsterdam , 17-09-2025 / 13-158823-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen, overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW, onvoldoende duidelijk geworden hoe de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure(s).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-158823-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 7 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c033ec4e-c20f-477a-8a6f-7c85f723e6cc" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 mei 2025 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Bydgoszcz III Penal Department,</emphasis> Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para> geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para> [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 september 2025, in aanwezigheid van mr. N.M. Lemmers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_11ad420a-69f5-4e34-bb7c-c7b80e75a127" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">cumulative judgement of the District Court in Nakło Nad Notecią </emphasis>van 25 januari <emphasis role="italic">2024</emphasis>, met kenmerk II K 509/23.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB is opgenomen dat aan het cumulatieve vonnis de volgende vonnissen ten grondslag liggen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the judgment of the District Court in Nakło ad Notecią </emphasis>van 9 april 2015<emphasis role="italic">, </emphasis>met kenmerk <emphasis role="italic">II K 61/15;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the judgment of District Court in Bydgoszcz </emphasis>van 21 november 2017, met kenmerk IX K 862/17<emphasis role="italic">;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the judgment of the District Court in Nakło ad Notecią </emphasis>van 19 september 2018, met kenmerk II K 300/16.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, drie maanden en twaalf dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_2b613e3a-7f56-4b39-9976-5341f2518649" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Eerder is al een overleveringsprocedure geweest waarin de overlevering van de opgeëiste persoon werd verzocht door de Poolse autoriteiten. Die overlevering is door deze rechtbank geweigerd. Het EAB dat nu ter beoordeling voorligt is zeer vergelijkbaar met het eerdere EAB. In het huidige EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon op 29 december 2023 officieel zou zijn geïnformeerd over de zittingsdatum van 18 januari 2024. De oproep zou zijn verzonden aan zijn huisadres, maar de post is nooit bij het postkantoor opgehaald. De opgeëiste persoon heeft in januari 2023 een paspoort laten maken bij de Poolse ambassade in Den Haag. Hij heeft daarbij zijn Nederlandse adres opgegeven. Hiermee heeft opgeëiste persoon voldaan aan zijn plicht om de Poolse autoriteiten op de hoogte te stellen van zijn nieuwe Nederlandse adres. Uit het EAB en de aanvullende informatie kan niet worden opgemaakt dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure. Het is niet de opgeëiste persoon geweest die om een cumulatief vonnis heeft gevraagd. Het verzamelvonnis is ambtshalve gewezen als gevolg van een wetswijziging. De opgeëiste persoon wist hier niets van en had ook geen reden om dit te vermoeden. Het kan hem om die reden niet worden verweten dat hij zelf geen actie heeft ondernomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 12 OLW niet in de weg staat aan de overlevering. De opgeëiste persoon heeft een adresinstructie gekregen in een eerdere procedure en deze is geldig tot de gevangenisstraf is uitgezeten. Dat de opgeëiste persoon voor de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis geen aparte adresinstructie heeft gekregen, doet hier niet aan af. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht hiervoor het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verzamelvonnis is niet op initiatief van de opgeëiste persoon, maar ‘ex officio’ gewezen. De oproep voor de zitting is naar het laatst bekende adres van de opgeëiste persoon in Polen gestuurd. Uit aanvullende informatie van 27 augustus 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon in de procedures die hebben geleid tot de onderliggende vonnissen is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven, alsmede op de mogelijke gevolgen als hij dit zou nalaten, waaronder dat niet opgehaalde oproepingen op het oude adres als rechtsgeldig betekend zouden worden beschouwd. Desgevraagd heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in aanvullende informatie van 1 september 2025 aangegeven dat in het kader van de procedure van het verzamelvonnis geen aparte adresinstructie is gegeven, nu daartoe geen verplichting bestaat. De rechtbank constateert dat tussen het meest recente onderliggende vonnis en de oproeping voor de zitting in de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis ruim zes jaren zijn verstreken. Niet kan worden vastgesteld dat het aan de opgeëiste persoon duidelijk is gemaakt dat de adresinstructie ook zag op een eventuele ‘ex officio’ procedure tot het wijzen van een verzamelvonnis. Onder die omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van laatstgenoemde procedure, noch dat hij daarvan op de hoogte had kunnen zijn. Evenmin kan daarom worden geconcludeerd dat hij ten aanzien van die procedure al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht of te dien aanzien onzorgvuldig heeft gehandeld. Derhalve zal de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW weigeren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen en 2, 5, en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Bydgoszcz III Penal Department,</emphasis> Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP </emphasis>de (geschorste) overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] . </para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. M.C. Hooibrink en D. Kloos, griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c033ec4e-c20f-477a-8a6f-7c85f723e6cc" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11ad420a-69f5-4e34-bb7c-c7b80e75a127" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b613e3a-7f56-4b39-9976-5341f2518649" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>