<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T08:59:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/1251</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6784">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T10:37:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6784 Rechtbank Amsterdam , 15-09-2025 / 25/1251</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6784:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffingsaanslag parkeerbelasting. 8. De heffingsambtenaar heeft op de zitting gesteld dat eiseres geparkeerd stond op een fiscale parkeerplaats. Zij had weliswaar een gehandicaptenvergunning voor deze auto – ingegaan op 3 juli 2023 – maar de vergunning was nog niet geactiveerd. Omdat de vergunning later diezelfde dag alsnog is geactiveerd, ziet de heffingsambtenaar aanleiding om uit coulance de naheffingsaanslag in te trekken. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren nu er geen sprake meer is van procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6784:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 25/1251 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam </title>
    <para>(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Met een besluit van 7 juli 2023 heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiseres opgelegd. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>2. Met een besluit van 30 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft het beroep op 19 augustus 2025 op zitting behandeld. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Eiseres is niet verschenen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt partijen</title>
    <para />
    <para>5. Eiseres stelt dat het bezwaar weliswaar te laat is ingediend, maar dat de heffingsambtenaar alsnog inhoudelijk had moeten oordelen. Zij verwijst daarbij naar andere bezwaren die zij te laat heeft ingediend, maar die desondanks wel inhoudelijk zijn beoordeeld en waarbij de boetes zijn kwijtgescholden. Onderhavige naheffingsaanslag ziet op een andere auto van eiseres, waarvoor zij eveneens een gehandicaptenparkeervergunning heeft.</para>
    <para />
    <para>6. De heffingsambtenaar stelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. De naheffingsaanslag is van 7 juli 2023 en het bezwaar is op 3 december 2024 ingediend. Daarmee is het bezwaar ruim buiten de termijn van 6 weken ingediend. Het bezwaar is daarom niet inhoudelijk beoordeeld. Eiseres kan geen rechten ontlenen aan het feit dat in andere bezwaren uit coulance wel een inhoudelijk oordeel is gegeven. De naheffingsambtenaar stelt ten overvloede dat de naheffingsaanslag juist en terecht is opgelegd. De gehandicaptenparkeervergunning voor deze auto was op [datum] 2023 geldig, maar nog niet geactiveerd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>7. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag aan eiseres opgelegd, omdat een parkeercontroleur heeft vastgesteld dat de auto van eiseres op [datum] 2023 ter hoogte van de [adres] te Amsterdam stond geparkeerd, zonder dat de parkeerbelasting was voldaan.</para>
    <para />
    <para>8. De heffingsambtenaar heeft op de zitting gesteld dat eiseres geparkeerd stond op een fiscale parkeerplaats. Zij had weliswaar een gehandicaptenvergunning voor deze auto – ingegaan op [datum] 2023 – maar de vergunning was nog niet geactiveerd. Omdat de vergunning later diezelfde dag alsnog is geactiveerd, ziet de heffingsambtenaar aanleiding om uit coulance de naheffingsaanslag in te trekken. Als eiseres de naheffingsaanslag al heeft betaald, zal de heffingsambtenaar het betaalde bedrag terugstorten. De heffingsambtenaar heeft ook aangeboden het griffierecht van € 53,- te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep. </para>
    <para />
    <para>10. Uit vaste rechtspraak volgt dat er niet langer sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan indien de heffingsambtenaar tijdens een procedure voor de belastingrechter geheel aan de klachten van eiseres tegemoetkomt en de naheffingsaanslag vernietigt. De rechtbank moet dan overgaan tot <?linebreak?>niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de procedure niet meer tot een voor eiseres gunstiger resultaat kan leiden.<footnote-ref linkend="_d367d5f9-5366-40df-b555-041dac99ecb0" /></para>
    <para />
    <para>11. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft verklaard de naheffingsaanslag aan eiseres te zullen intrekken. Niet is gebleken dat eiseres nog belang heeft bij een oordeel van de rechtbank. De procedure kan voor eiseres niet meer tot een gunstiger resultaat leiden. De rechtbank zal het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>12. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak.</para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank zal de heffingsambtenaar opdragen het griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.A. van der Heijden, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: 16 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d367d5f9-5366-40df-b555-041dac99ecb0" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0655.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>