<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6746</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T08:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 23 / 4666</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6746">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6746</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T08:07:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6746 Rechtbank Amsterdam , 05-02-2025 / AMS 23 / 4666</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6746:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VOG, chauffeurskaart, buitenlandse veroordeling, artikel 6 EVRM, voldaan en objectieve en subjectieve criterium, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6746:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: AMS 23/4666 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. A.M. Demirer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.H. Kazem).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag (VOG).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 22 februari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 juli 2023 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een VOG. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond<emphasis role="italic">.</emphasis> Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achtergrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft op 30 december 2022 verzocht om afgifte van een VOG, omdat hij een chauffeurspas bij [bedrijf] wil verkrijgen. Eiser heeft een chauffeurspas nodig om als taxichauffeur te mogen werken. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij brief van 12 januari 2023 heeft de staatssecretaris aan eiser meegedeeld voornemens te zijn de aanvraag af te wijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Besluitvorming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De staatssecretaris heeft in het primaire besluit, gehandhaafd in het bestreden besluit, de VOG-aanvraag van eiser afgewezen. Aan de afwijzing heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat binnen de voor eiser geldende terugkijktermijn van vijf jaren op zijn strafblad de volgende justitiële gegevens staan:</para>
      <para />
      <para>- Op 7 april 2022 is eiser in het buitenland door de Centrale autoriteiten van Tsjechië veroordeeld wegens illegale handel en andere strafbare feiten met betrekking tot wapens, vuurwapens, munitie en explosieven voor de duur van vijf jaren en Confiscatie. Deze uitspraak is op 29 april 2022 onherroepelijk geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van de op het strafblad van eiser aangetroffen justitiële gegevens heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat die, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is aangevraagd (het objectieve criterium). Hoewel de staatssecretaris het belang van eiser bij afgifte van de VOG erkent, heeft hij zich verder op het standpunt gesteld dat het belang van de beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij afgifte van de VOG (het subjectieve criterium).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het objectieve criterium</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. De beoordeling of aan het objectieve criterium wordt voldaan, houdt een objectieve toets in. De staatssecretaris moet bezien of de gepleegde (relevante) feiten, op zichzelf en los van de persoon van de aanvrager, een behoorlijke uitoefening van de beoogde functie zouden verhinderen.</para>
      <para />
      <para>7. Eiser stelt zich op het standpunt dat niet is voldaan aan het objectieve criterium. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting aangevoerd dat op eisers Justitiële Documentatie (JD) staat dat hij wordt verdacht van “Nedovolené ozbrojováni”. In de JD is dit gekwalificeerd als illegale wapenhandel. Dit rijmt niet met wat er daadwerkelijk is gebeurd. Eiser heeft namelijk alleen geïnformeerd naar wapens en vragen gesteld aan de medewerkers van de wapenwinkel. </para>
      <para />
      <para>8. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris uit heeft mogen gaan van het delict zoals dat is vermeld in de JD. Het delict is in de JD gekwalificeerd als “Illegale handel en andere strafbare feiten met betrekking tot wapens, vuurwapens, met inbegrip van delen en onderdelen, munitie en explosieven”. Deze omschrijving dekt de lading en komt overeen met de in het dossier bevindende strafrechtelijke stukken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de letterlijke vertaling van “Nedovolené ozbrojováni” illegale bewapening is. De rechtbank is daarom van oordeel dat is voldaan aan het objectieve criterium. </para>
      <para />
      <para>9. De door eiser opgeworpen grond dat de Tsjechische autoriteiten het recht op een eerlijk proces hebben geschonden, hoort niet thuis bij de vraag of sprake is van het objectieve criterium. De rechtbank zal deze beroepsgrond dan ook bespreken bij het subjectieve criterium.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het subjectieve criterium</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>10. Bij het subjectieve criterium wordt gekeken of het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang van de samenleving. Hierbij spelen de persoonlijke omstandigheden van eiser dus een rol. Bij de beoordeling van het subjectieve criterium wordt in ieder geval gekeken naar de afdoening van de strafzaak (lichte of zware straf), het tijdsverloop en de hoeveelheid strafbare feiten.</para>
      <para />
      <para>11. Eiser stelt zich op het standpunt dat niet is voldaan aan het subjectieve criterium en dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van de samenleving. Eiser voert daartoe aan dat de Tsjechische autoriteiten het recht op een eerlijk proces hebben geschonden. Eiser is niet onverwijld op de hoogte gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging. Eiser heeft ook geen contact gehad met een raadsman en evenmin heeft hij de mogelijkheid gehad om met een tolk te communiceren. Eiser is bij verstek veroordeeld en heeft niet de mogelijkheid gehad om hoger beroep in te stellen, omdat hij de beslissing in eerste aanleg nooit heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <para>12. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het subjectieve criterium niet maakt dat hij toch een VOG moet afgeven. Eiser heeft met name gewezen op het verloop van de rechtsgang in Tsjechië. Wat eiser hierover naar voren heeft gebracht maakt niet dat sprake is van een schending van een recht op een eerlijk proces of dat anderszins zijn veroordeling in Tsjechië niet kan worden tegengeworpen op de manier zoals de staatssecretaris dat heeft gedaan. Daarbij acht de rechtbank van belang dat op de zitting is geconstateerd dat eiser destijds heeft verklaard wat hij wilde verklaren en dat zijn kant van het verhaal goed op papier is gekomen. De omstandigheden dat hij geen contact heeft gehad met een raadsman en dat hij bij verstek is veroordeeld horen in een (strafrechtelijke) procedure in Tsjechië thuis. Deze omstandigheden maken niet dat de staatssecretaris de veroordeling niet heeft kunnen tegenwerpen. </para>
      <para />
      <para>13. De rechtbank volgt de staatssecretaris voorts in zijn standpunt dat in dit geval doorslaggevende betekenis wordt toegekend aan de ernst van het strafbare feit en het recente tijdsverloop tussen de datum van het strafbare feit en de aanvraag voor een VOG. De staatssecretaris heeft in de door eiser naar voren gebrachte omstandigheden – geen eerdere veroordeling, alle diploma’s en papieren voor de chauffeurskaart al behaald, het taxibedrijf van zijn vader willen overnemen, zijn ouders financieel ondersteunen en dat hij heel graag taxichauffeur wil zijn - geen aanleiding hoeven zien om af te wijken van zijn beleid. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>14.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. E.P.W. Kwakman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>5 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>