<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T16:27:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10668198 \ CV EXPL  23-11538</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6542">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-15T14:45:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6542 Rechtbank Amsterdam , 16-05-2025 / 10668198 \ CV EXPL  23-11538</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6542:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Verzekeringsovereenkomst met consument. Uitlaten over wijze waarop algemene voorwaarden zijn verstrekt en bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd. Oneerlijk beding over proceskosten en buitengerechtelijke kosten. Uitlaten over ambtshalve vernietiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6542:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10668198 \ CV EXPL  23-11538</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NEDASCO B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amersfoort,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 10 augustus 2023, met producties,</para>
      <para>- het tegen gedaagde partij verleende verstek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisende partij stelt in de dagvaarding dat partijen een verzekeringsovereenkomst hebben gesloten, waarbij gedaagde partij heeft gehandeld als consument. De overeenkomst is telefonisch gesloten. Volgens eisende partij heeft gedaagde partij niet alle verschuldigde premie betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nu gedaagde partij een consument is, moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De overeenkomst betreft een financieel product.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Over de informatieplichten stelt eisende partij dat de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230t en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet op verzekeringsovereenkomsten van toepassing zijn, gelet op het bepaalde in artikel 6:230h lid 2 onder b BW. Hoewel dat op zichzelf juist is, betekent dat niet dat voor verzekeringsovereenkomsten geen informatieplichten gelden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op dit moment is bij financiële producten echter niet duidelijk of de informatieplichten ambtshalve moeten worden getoetst, en zo ja, in hoeverre en welke. Evenmin is duidelijk, mocht worden vastgesteld dat niet (volledig) aan de te toetsen informatieplichten is voldaan, of hiervoor een sanctie moet worden opgelegd en zo ja welke, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij andere overeenkomsten die niet financiële producten betreffen (ECLI:NL:HR:2021:1677). Daarom zijn hierover prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad (ECLI:NL:RBAMS:2024:6633). Tot aan het moment waarop de Hoge Raad deze vragen heeft beantwoord, wordt geen aanleiding gezien om op te uitkomst vooruit te lopen. Om die reden wordt met de stelling in de dagvaarding dat is voldaan aan de van toepassing zijnde (pre)contractuele informatieplichten, in combinatie met de polis(aanvraag), vooralsnog genoegen genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toetsing van bedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eisende partij heeft algemene voorwaarden overgelegd, maar niet kan worden nagegaan op welke wijze deze van toepassing zijn verklaard en hoe deze aan gedaagde partij zijn verstrekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ambtshalve moet worden getoetst of de bedingen waarop de gebruiker zich beroept of zich in het kader van de vordering zou kunnen beroepen, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Daarom moet ingevolge het Ocidental-arrest (ECLI:EU:C:2023:311) onder meer worden beoordeeld of gedaagde partij vóór het sluiten van de verzekering daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen van alle bedingen van de overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op grond van het Dexia-arrest van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971) moet de kantonrechter, ook als eisende partij zich niet beroept op toepasselijke bedingen, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of de bedingen waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk zijn in de zin van de richtlijn. Als een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan eisende partij ingevolge deze arresten immers geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dat punt worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande, zal eisende partij (in het vervolg direct in de dagvaarding) met stukken moeten toelichten:</para>
      <para>- op welke wijze de algemene voorwaarden aan gedaagde partij zijn verstrekt,</para>
      <para>- of de vordering is gegrond of had kunnen worden gegrond op een beding in de toepasselijke algemene voorwaarden en dit beding niet oneerlijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Eisende partij moet in de zaken waarin de gedaagde een consument is, de toelichting geven zoals hiervoor overwogen en ingaan op de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn dan wel kunnen worden gelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Indien die toelichting niet of onvoldoende is gegeven, kan dat in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht. Nu reeds geldt het navolgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Eisende partij maakt aanspraak op (buiten)gerechtelijke kosten. Zij heeft een beding in de overgelegde algemene voorwaarden staan op grond waarvan zij deze kosten bij gedaagde partij in rekening zou kunnen brengen. Dat beding luidt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 11. Wanneer moet de premie betaald worden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. (…) b. Als wij besluiten de eerste premie alsnog te innen dan komen alle bijkomende kosten voor uw rekening. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. (…) b. Als wij genoodzaakt zijn de vervolgpremie langs gerechtelijke weg of via een andere externe procedure te innen, dan komen alle bijkomende kosten voor uw rekening.. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Op grond van de hiervoor geciteerde bedingen kan eisende partij alle door haar gemaakte kosten, zoals bijvoorbeeld advocaatkosten, bij gedaagde partij in rekening brengen, zonder maximum. Daarmee wijkt beding ten nadele van de consument af van de wettelijke regelingen over buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten. Voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten zijn deze kosten ingevolge de wet dwingendrechtelijk gemaximeerd, afhankelijk van de hoogte van de vordering. Bovendien moet een aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW zijn gestuurd, die moet voldoen aan de door de Hoge Raad gestelde eisen. Dat vereiste kent het beding niet. Voor wat betreft de gerechtelijke kosten is een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte kosten slechts voorbehouden aan zeer bijzondere omstandigheden, zoals misbruik van recht. De bedingen wijken dan ook ten nadele van de consument af van de wettelijke regelingen. Gelet hierop, is de kantonrechter van oordeel dat de bedingen oneerlijk zijn, zodat ze ambtshalve vernietigd moeten worden. Voordat tot vernietiging wordt overgegaan, mag eisende partij zich hierover uit laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De zaak wordt voor akte uitlating door eisende partij naar de rol verwezen om eisende partij in de gelegenheid te stellen haar vordering op de in overweging 2.8 genoemde punten nader toe te lichten en zich uit te laten op het voornemen tot vernietiging van de hiervoor geciteerde bedingen over het in rekening kunnen brengen van (buiten)gerechtelijke kosten (overweging 2.12). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Eisende partij dient een afschrift van dit vonnis en van de door haar te nemen akte aan gedaagde partij toe te sturen en gedaagde partij in de gelegenheid te stellen hierop uiterlijk op de na te melden rolzitting te reageren. Eisende partij moet in de akte vermelden dat zij dit heeft gedaan. Als niet kan worden vastgesteld dat de akte aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt in afwachting van de door eisende partij te nemen akte aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold underline">vrijdag 13 juni 2025 om 10.00 uur</emphasis> voor akte uitlating aan de zijde van eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.8 en 2.12,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen op de wijze als beschreven in overweging 2.14,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, bij diens afwezigheid ondertekend door </para>
        <para>mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>991</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>