<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T14:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-170748-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6470">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T13:39:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6470 Rechtbank Amsterdam , 19-08-2025 / 13-170748-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6470:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Polen. Verweer met betrekking tot artikel 11 OLW verworpen. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6470:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/170748-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 19 augustus 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 17 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_1131259e-d7a2-49a2-b945-510905fe7ebd" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 9 juli 2024 door <emphasis role="italic">the district judge at the District Court in Kraków, Third Criminal Division</emphasis> (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëist persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentie adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_52e68510-d1d0-47e5-a8ec-3650c354704c" /> Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">enforceable detention order issued in the course of investigation at Sąd Rejonowy w Oświęcimiu Wydział II Karny [Regional Court in Oświęcim Second Criminal Division], on 26 January 2022, which was upheld by Sąd Okręgowy w Krakowie IV Wydział Karny Odwoławczy [District Court in Kraków, Forth Division of Criminal Appeals] on 18 February 2022, which made it final, </emphasis>referentie: II Kp 28/22 (IV Kz 178/22).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_060a7411-caef-4bbc-9da0-09ba029b1511" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	verkrachting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_a70da326-f54b-434e-b829-fb7a3383f140" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_50dbd331-a9ac-4517-93e4-585691d59fd7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW; Poolse detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon (nog) niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven oftewel in het zogenoemde <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 juni 2024 geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen terechtkomen.<footnote-ref linkend="_8b80ab7a-94ca-4ab2-8062-b7863ba138af" /> Het kernpunt hierbij is dat voorlopig gedetineerden slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) krijgen, terwijl zij veelal 23 uren op hun cel doorbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 5 juni 2025 vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de detentieomstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 juni 2025 van de <emphasis role="italic">Circuit Prosecutor’s Office in Kraków</emphasis> is onder meer de volgende informatie verschaft:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Yes, he will, [opgeëist persoon] will have the opportunity to participate in activities in the remand prison.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Yes, [opgeëist persoon] will have the opportunity to maintain contact with the outside world via telephone and will be entitled to exercise the right to receive visits from members of his family, subject to prior authorisation granted by the authority under whose jurisdiction he remains to be subject to (Prosecutor or Judge - depending on the stage of the criminal proceedings conducted against him).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In accordance with Article 110 of the Executive Penal Code, [opgeëist persoon] will have at least 3 square metres of personal space at his disposal in a multi-occupancy cell (excluding sanitary facilities).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">After his surrender, [opgeëist persoon] will most likely be placed in the Remand Centre in Kraków.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">It is not possible to guarantee that the personal space available to [opgeëist persoon] in a multi-occupancy cell in the Remand Centre will be at least 4 square metres or between 3 and 4 square metres (excluding sanitary facilities). A personal space of no less than 3 square metres will be provided.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 10 juni 2025 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de navolgende vraag gesteld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Can you please inform us whether [opgeëist persoon] will be able to spend at least two hours outside of his cell daily if he decides to participate in all activities offered to him (including the daily  outside exercise period of one hour per day)? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hier heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 11 juni 2025 het volgende antwoord op gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“In response to your email, I kindly confirm that Mr. [opgeëist persoon], if he agrees to participate in all the activities offered to him (including daily outdoor exercise - 1 hour per day), it is possible that he will be able to spend at least two hours a day outside his cell (see point 2 of the letter dated June 9, 2025).”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat artikel 11 OLW aan de overlevering in de weg staat. Er is geen garantie gegeven dat de opgeëiste persoon meer dan 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> zal hebben. Daarnaast is er geen garantie gegeven dat hij meer dan één uur buiten de cel kan doorbrengen. De raadsman heeft verwezen naar jurisprudentie<footnote-ref linkend="_1fe68d2e-26a4-4a1a-8097-a8e56adf975d" /> waarin de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard vanwege de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">remand prisons</emphasis>. De raadsman heeft primair verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair verzocht de zaak aan te houden om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, onder gelijktijdige schorsing van de overleveringsdetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de individuele detentiegarantie en aanvullende informatie van 11 juni 2025 voldoende waarborgen bieden voor de opgeëiste persoon. Hij heeft tenminste 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> en er zijn voldoende compenserende factoren, nu de opgeëiste persoon minstens twee uur buiten zijn cel zal kunnen doorbrengen. De officier van justitie heeft naar jurisprudentie van de rechtbank verwezen.<footnote-ref linkend="_45eab077-27b2-4421-ad32-a1fbc2c5a40f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garanties.<footnote-ref linkend="_ec42db2e-5cf5-4341-a41b-ca48b82d0a34" /> De rechtbank is, gelet op deze toezeggingen van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> waar hij na overlevering in zal worden geplaatst geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest.<footnote-ref linkend="_6957fcd0-2450-45c2-9b69-67a705b0d100" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van voornoemde aanvullende informatie van 9 en 11 juni 2025, mede gelezen in het licht van de vragen van het Openbaar Ministerie, vast dat de opgeëiste persoon na overlevering een persoonlijke celruimte van minimaal 3 m2 exclusief sanitair ter beschikking zal krijgen. In de aanvullende informatie van 11 juni 2025 wordt  desgevraagd door de uitvaardigende justitiële autoriteit bevestigd (<emphasis role="italic">confirm</emphasis>) dat de opgeëiste persoon ten minste twee uur per dag buiten zijn cel kan doorbrengen. Deze individuele garantie is voldoende om het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Poolse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, weg te nemen. De detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon in Polen na overlevering staan dus niet aan overlevering in de weg. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere vragen te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëist persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the district judge at the District Court in Kraków, Third Criminal Division</emphasis> (Polen) voor het feit omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.R.P.J. Davids,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.L.S. Ceulen en H.P. Kijlstra,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen,	                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1131259e-d7a2-49a2-b945-510905fe7ebd" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52e68510-d1d0-47e5-a8ec-3650c354704c" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_060a7411-caef-4bbc-9da0-09ba029b1511" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a70da326-f54b-434e-b829-fb7a3383f140" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_50dbd331-a9ac-4517-93e4-585691d59fd7" label="5">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b80ab7a-94ca-4ab2-8062-b7863ba138af" label="6">
    <para> rechtbank Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1fe68d2e-26a4-4a1a-8097-a8e56adf975d" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:8202; ECLI:NL:RBAMS:2025:3847.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_45eab077-27b2-4421-ad32-a1fbc2c5a40f" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:3568; ECLI:NL:RBAMS:2025:2986; ECLI:NL:RBAMS:2025:2444.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec42db2e-5cf5-4341-a41b-ca48b82d0a34" label="9">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6957fcd0-2450-45c2-9b69-67a705b0d100" label="10">
    <para> Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>