<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T10:01:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/7452</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025111003</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/2259</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2299</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/52.19.10</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2025/464 met annotatie van L.J. Boone</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T08:28:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6361 Rechtbank Amsterdam , 29-08-2025 / AMS 24/7452</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het bezwaar van eiser tegen de legesheffing is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat hij het bezwaar te laat heeft ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/7452 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen (de heffingsambtenaar)</emphasis>, verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: mr. N. Ionescu).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan eiser een legesaanslag opgelegd. Omdat eiser uiteindelijk geen gebruik kon maken van zijn omgevingsvergunning, heeft hij bezwaar gemaakt tegen de legesaanslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser in de uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser het bezwaar te laat heeft ingediend. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser op 21 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond<emphasis role="italic">.</emphasis> Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het besluit waarin de heffingsambtenaar aan eiser een legesaanslag van € 13.293,90 heeft opgelegd is van 11 april 2024. Eiser heeft op 30 oktober 2024 – en dus ruim buiten de termijn van zes weken voor het instellen van bezwaar – bezwaar ingediend. Eiser betwist niet dat hij het bezwaar te laat heeft ingediend, maar volgens eiser had hij een goede reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank moet beoordelen of eiser een zogenoemde verschoonbare reden heeft voor het te laat indienen van zijn bezwaarschrift.<footnote-ref linkend="_d9d429a1-0f5c-4c67-b645-bec3885897cb" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Eiser voert in beroep aan dat de termijn voor het indienen van bezwaar tegen de legesaanslag direct startte na de verlening van de omgevingsvergunning, terwijl hij eerst zes weken moest wachten totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk werd. Voor die tijd kon hij namelijk geen kavelkoopovereenkomst tekenen. Pas na het ondertekenen van de kavelkoopovereenkomst kon eiser een hypotheek aanvragen en het proces voortzetten. Omdat de bezwaarperiode parallel liep met de verplichte wachttijd, was bezwaar maken feitelijk onmogelijk. Volgens eiser is deze gang van zaken onredelijk, mede omdat de vergunningaanvraag een vereiste vanuit de gemeente was om de kavel te kunnen kopen. Eiser is uiteindelijk nooit eigenaar geworden van het perceel omdat hij geen hypotheek kon krijgen en de vergunning heeft hij nooit kunnen benutten. De strikte toepassing van de regels heeft ertoe geleid dat eiser geconfronteerd is met onredelijke financiële lasten zonder dat de gemeente ruimte heeft geboden voor maatwerk of uitzonderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen reden te oordelen dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Eiser heeft deze omgevingsvergunning ook gekregen. De legesaanslag is in dit geval tegelijk met het verlenen van de omgevingsvergunning aan eiser bekend gemaakt. Dat eiser uiteindelijk geen gebruik kan maken van de omgevingsvergunning omdat hij geen hypotheek kan krijgen, maakt niet dat eiser niet eerder tegen de legesaanslag bezwaar kon indienen. Dat eiser verplicht was om een omgevingsvergunning aan te vragen als voorwaarde voor het kunnen tekenen van de kavelkoopovereenkomst, is ook geen bijzondere omstandigheid om van verschoonbare termijnoverschrijding uit te gaan. Eiser was bekend met de voorwaarden en is daarmee akkoord gegaan. Eiser is zelf verantwoordelijk voor het (kunnen) verkrijgen van een hypotheek. Dat dit niet gelukt is en hij daardoor te laat bezwaar heeft gemaakt komt daarom voor zijn rekening en risico De heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op de zitting heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar desgevraagd laten weten dat eiser eerst gevraagd had moeten worden naar de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift voordat hij op het bezwaar besliste, maar dat dit gebrek gepasseerd kan worden op grond van artikel 6:22 van de Awb. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechtbank is het met de heffingsambtenaar eens. Eiser heeft in beroep alsnog zijn standpunt met betrekking tot de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift naar voren kunnen brengen. Gelet op het voorgaande leidt dit niet tot een andere uitkomst van de zaak. De rechtbank oordeelt dat het daarom niet aannemelijk is dat eiser door het gebrek is benadeeld. Het gebrek kan dus worden gepasseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser zijn bezwaar te laat heeft ingediend. De rechtbank komt om die reden niet toe aan de vraag of de heffingsambtenaar het legesbedrag aan hem had moeten terugbetalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gelet op het in 2.5. en 2.6. geconstateerde gebrek, ziet de rechtbank wel aanleiding de heffingsambtenaar op te dragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan eiser het griffierecht van € 187,- moet vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Delstra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. van Soest, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d9d429a1-0f5c-4c67-b645-bec3885897cb" label="1">
    <para> Dit volgt uit artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>