<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T08:22:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/101</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T08:21:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6267 Rechtbank Amsterdam , 29-08-2025 / 25/101</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig beslissen WIA, beroep niet-ontvankelijk, Beroep niet tijdig bijna twee jaar na ingebrekestelling ingediend. Beroep is onredelijk laat ingesteld. Dat eiseres ook na de ingebrekestelling bij verweerder is blijven informeren naar de stand van zaken leidt niet tot een ander oordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 25/101 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Olympia Personeelsbeheer B.V. , gevestigd te [plaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres op 6 januari 2025 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 10 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is weliswaar niet aan een termijn gebonden, maar moet niet-ontvankelijk worden verklaard, indien de betrokkene onredelijk lang wacht met de indiening.<footnote-ref linkend="_b680a11a-e32a-4ebc-b1d5-8c962694f02d" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 10 november 2022. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eiseres heeft verweerder, na het verstrijken van de beslistermijn, op 31 januari 2023 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder betoogt in zijn verweerschrift van 29 januari 2025 dat eiseres het beroep niet tijdig beslissen onredelijk laat heeft ingediend. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres onredelijk lang heeft gewacht met het instellen van het beroep niet tijdig beslissen. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van een beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar, kan als uitgangspunt worden genomen dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend indien het meer dan een jaar na het moment waarop het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen is ingediend.<footnote-ref linkend="_f371b3d8-8c97-4cfb-880e-7e75a8f820ea" /> In dit geval is beroep ingesteld bijna twee jaar na datum ingebrekestelling. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zal moeten verklaren. Dat eiseres ook na de ingebrekestelling bij verweerder is blijven informeren naar de stand van zaken brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De ingebrekestelling en de daaraan gekoppelde bestuurlijke dwangsom vormt een pressiemiddel om een bestuursorgaan er toe te bewegen om een besluit te nemen. Eiseres heeft deze  - zonder succes - ingezet. De rechtbank merkt op dat verweerder verplicht blijft een besluit te nemen.<footnote-ref linkend="_42b727ce-5683-4bd7-b71e-44dfe2769768" /></para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van C.J.A. Gloudemans, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_b680a11a-e32a-4ebc-b1d5-8c962694f02d" label="1">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f371b3d8-8c97-4cfb-880e-7e75a8f820ea" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:711.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42b727ce-5683-4bd7-b71e-44dfe2769768" label="3">
    <para> Dit staat in artikel 6:20, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>