<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T08:19:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/906 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6259">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T08:19:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:6259 Rechtbank Amsterdam , 26-08-2025 / 24/906 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6259:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet op uitspraak PKV ongegrond. De rechtbank volgt opposante niet in haar grond dat de proceskostenveroordeling onjuist is berekend. Het Besluit proceskosten bestuursrecht met de daarbij behorende Bijlage voorziet namelijk niet in de vergoeding van de kosten gemaakt in het kader van een verzoek om proceskostenveroordeling. Zie ECLI:NL:RVS:2028:1402.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:6259:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/906 V</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2025 op het verzet van</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">GS Magenta B.V. tevens handelend onder de naam GeenStijl</emphasis>, uit [plaats] , opposante<footnote-ref linkend="_079b0a68-0fd3-4ca4-8d92-a97fe4ba40fa" /></para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2025 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2025 waarin de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling van opposante heeft toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 18 juni 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel<footnote-ref linkend="_8913223e-fa9a-4f06-913b-ecce3cae3c25" /> is dat het verzoek om proceskosten toegewezen is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Opposante heeft het beroep ingetrokken, omdat verweerder op 15 maart 2024 een besluit heeft genomen. Opposante heeft verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank met een brief van 17 april 2024 meegedeeld bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen. De proceskostenveroordeling bedraagt € 453,50 (één punt met een wegingsfactor van 0,5 omdat het een zaak van licht gewicht betreft en een puntwaarde van € 907,-). </para>
    <para />
    <para>5. Opposante voert in verzet aan dat de rechtbank in haar uitspraak van 18 juni 2025 voor de proceskostenveroordeling ten onrechte één punt met een waarde van 0,5 heeft toegekend. De rechtbank heeft opposante immers met haar brief van 23 april 2024 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken op het standpunt van verweerder van 17 april 2024 te reageren. Opposante heeft op 26 april 2024 een reactie ingediend, waarvoor 0,5 punt aan proceskostenveroordeling toewijsbaar is. Daarom verzoekt opposante om 1,5 punt aan proceskosten toe te kennen met een waarde factor van 0,5. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank volgt opposante niet in haar grond dat de proceskostenveroordeling onjuist is berekend. Het Besluit proceskosten bestuursrecht met de daarbij behorende Bijlage voorziet namelijk niet in de vergoeding van de kosten gemaakt in het kader van een verzoek om proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 april 2018.<footnote-ref linkend="_f7e88a71-0ba5-4fbc-9f73-22a15f3ba728" /> Voorts bestaat er geen aanleiding waarom die kosten in dit geval desondanks voor vergoeding in aanmerking komen.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 18 juni 2025 in stand blijft.  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_079b0a68-0fd3-4ca4-8d92-a97fe4ba40fa" label="1">
    <para> Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8913223e-fa9a-4f06-913b-ecce3cae3c25" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f7e88a71-0ba5-4fbc-9f73-22a15f3ba728" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:1402. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>