<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T16:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/756001 / HA ZA 24-969</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5988">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T11:07:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5988 Rechtbank Amsterdam , 11-06-2025 / C/13/756001 / HA ZA 24-969</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5988:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident, aard van de vordering is niet voorlopig, gevorderde verklaring voor recht is geen incidentele vordering, vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5988:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/756001 / HA ZA 24-969</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] , </title>
    <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [eiser 2] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [eiser 3] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[eiser 4] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen in conventie,</para>
      <para>gedaagde partijen in reconventie en in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.D. Winter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie en in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.C. van den End.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis in incident van 11 december 2024 en de daarin genoemde stukken,</para>
      <para>- de op 11 februari 2025 binnengekomen exploten ex artikel 118 Rv van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] ,</para>
      <para>- de op 21 maart 2025 binnengekomen incidentele vordering c.q. conclusie ex artikel 208 Rv tevens akte houdende wijziging c.q. aanvulling van eis en inbreng nadere producties van [gedaagde] , met producties, </para>
      <para>- de op 8 april 2025 binnengekomen originele betekeningsexploten van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] ,</para>
      <para>- het op 9 april 2025 binnengekomen antwoord in incident van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] , naar de rechtbank begrijpt tevens antwoord in reconventie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum bepaald voor het vonnis in incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert in dit incident dat de rechtbank voor recht verklaart dat [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] beschikkingsonbevoegd waren om te beschikken over hun 4/5e aandeel van de woning zoals genoemd in 2.6 van het vonnis in incident van 11 december 2024 en dat zij derhalve beschikkingsonbevoegd waren ten aanzien van de levering van hun 4/5e aandeel aan Stichting Hamaland Village (de heer [naam] ). Hiertoe voert zij kort samengevat aan dat de erfgenamen uitsluitend gezamenlijk bevoegd zijn, zodat een geldige titel ontbreekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] stellen zich op het standpunt dat [gedaagde] ten onrechte gebruik maakt van het middel van de incidentele vordering, omdat [gedaagde] met haar incidentele conclusie naar de kern principale verweren tegen de vorderingen van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] voert.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank veronderstelt dat [gedaagde] met haar vordering doelt op de mogelijkheid voor een partij om tijdens een aanhangig geding te vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding in de zin van artikel 233 Rv. Met de term voorziening wordt hier een ordemaatregel bedoeld, die bestaat in een bevel een handeling te verrichten dan wel na te laten. Dit betreft een voorlopig oordeel. De aard van de vordering van [gedaagde] is niet voorlopig, omdat een verklaring voor recht geen voorlopig oordeel betreft. De gevorderde verklaring voor recht is in die zin dan ook geen incidentele vordering, zodat de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Opgemerkt zij dat voor zover [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] in de hoofdzaak stellen dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is van de zaak kennis te nemen, de vraag welke rechter rechtsmacht toekomt verder in de hoofdzaak aan de orde zal komen. Voor de beslissing in dit incident is dat nu niet relevant.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] deze niet-mogelijke incidentele vordering heeft ingesteld, hebben [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] onnodig kosten gemaakt. Daarom moet [gedaagde] , hoewel het gebruikelijk is om in zaken als deze de proceskosten tussen partijen te compenseren, als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.214,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 1.214,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.392,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde termijn voor voldoening van de proceskosten en de wettelijke rente daarover, zeven dagen, wordt verlengd naar de gebruikelijke termijn van veertien dagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [gedaagde] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.392,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">18 juni 2025 </emphasis>voor beraad omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger, rechter, bijgestaan door mr. J.D. Tameris, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij afwezigheid van mr. Q.R.M. Falger is dit vonnis ondertekend door mr. R.C.J. Hamming, rechter.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>