<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T16:23:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-173589-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T16:01:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5955 Rechtbank Amsterdam , 14-08-2025 / 13-173589-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB uit Hongarije. Artikel 12 OLW van toepassing, maar afzien van weigering. De rechtbank is van oordeel dat zij niet in haar verdedigingsrechten is geschaad. Zo zij niet afstand heeft gedaan van haar aanwezigheidsrecht, is zij kennelijk onzorgvuldig geweest in haar bereikbaarheid voor de autoriteiten. Art 11 OLW, geen algemeen gevaar voor alle detentiecentra in Hongarije, individuele detentiegarantie voldoende. Overlevering toestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-173589-25 (EAB IX)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 10 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_32de87b5-c194-403d-98ea-9adad9301a11" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juni 2025 door <emphasis role="italic">Szombathely Regional Court, Sentence Enforcement Group, </emphasis>Hongarije<emphasis role="italic">,</emphasis> (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] (Hongarije), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>nu gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft, gezamenlijk (maar niet gevoegd) met acht andere EAB’s<footnote-ref linkend="_6aaff18c-eae4-46a2-a8b1-764be5295c16" />, plaatsgevonden op de zitting van 7 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. W.M.L. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_0001388c-cad1-4d75-b863-211d1262ea7c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van 17 november 2022 van <emphasis role="italic">the Körmend District Court</emphasis> met kenmerk 6.B.29/2021/170 – alsook het arrest in hoger beroep van 8 mei 2023 van <emphasis role="italic">the Szombathely Regional Court: </emphasis>met kenmerk 496/2023<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en vier maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_ca759ae5-b2c7-48a4-90b8-41c132ba6477" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd. Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon bij de behandeling van haar zaak aanwezig is geweest: dit betrof echter slechts de eerste aanleg. De opgeëiste persoon stelt dat zij niet wist dat er tegen die beslissing hoger beroep was ingesteld. Zij heeft zelf geen hoger beroep ingesteld. Zij heeft steeds gecontroleerd of er post voor haar was en zij heeft geen oproep voor de behandeling in hoger beroep ontvangen. Zij is ook niet bij die behandeling aanwezig geweest. Nu door de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit ook geen verzetsgarantie is gegeven, is de opgeëiste persoon in haar verdedigingsrechten geschonden. De overlevering dient dan ook te worden geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. Uit de aanvullende informatie van de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 juli 2024 blijkt dat de advocaat van de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld. De advocaat heeft de oproep voor het hoger beroep in ieder geval ontvangen. De oproep is tevens gestuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres en is daar in ontvangst genomen door haar vader, [naam vader] . Hiermee is sprake van een, naar Hongaars recht, rechtsgeldige oproeping. Ook blijkt uit de aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gekregen toen zij in staat van beschuldiging werd gesteld waarin onder meer is opgenomen dat zij adreswijzigingen door moet geven. De officier van justitie stelt zich op standpunt dat de rechtbank af kan zien van weigeren, omdat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het door de raadsman ingestelde hoger beroep en zij is opgeroepen op het door haar opgegeven adres en zij zich klaarblijkelijk niet heeft gehouden aan de adresinstructie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_ed39851e-0d39-4511-a9c4-4ecf5e4bc59a" /> De rechtbank zal daarom de procedure in hoger beroep, die geleid heeft tot het arrest van 8 mei 2023 van <emphasis role="italic">Szombathely Court of Appeal</emphasis>  aan artikel 12 OLW toetsen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB en de van de Hongaarse autoriteit afkomstige aanvullende informatie van 24 juli 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij vrijwel alle zittingen die geleid hebben tot het vonnis in eerste aanleg – in een enkel geval door middel van een videoverbinding met een andere rechtbank. Gedurende deze procedure werd zij steeds bijgestaan door een advocaat, Dr. Istvan Csornyi. Vermeld is dat zowel de opgeëiste persoon zelf, als haar advocaat, hoger beroep hebben ingesteld tegen het vonnis op de dag van de uitspraak, te weten: 17 november 2022.  De enkele ontkenning door opgeëiste persoon op zitting is onvoldoende om hieraan te twijfelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie blijkt verder dat opgeëiste persoon niet op een zitting in hoger beroep aanwezig is geweest, maar dat een dergelijke zitting ook heeft niet plaatsgevonden. Er was sprake van behandeling van de zaak in een <emphasis role="italic">panel meeting</emphasis> (“<emphasis role="italic">not public”</emphasis>), zonder aanwezigheid van advocaat of verdachte en de uitspraak is ook schriftelijk gedaan. Bij de oproep voor die <emphasis role="italic">panel meeting</emphasis> was wel een informatieformulier gevoegd waarin stond dat opgeëiste persoon binnen 8 dagen een openbare zitting had kunnen verzoeken, maar zij of haar advocaat hebben nagelaten een dergelijk verzoek te doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat van opgeëiste persoon heeft de oproep ontvangen via een door hem gedownloade notificatie op 23 januari 2023. De oproep (met het informatiefomulier) is tevens op 26 januari 2023 aan het adres gestuurd in [plaats] dat opgeëiste persoon eerder als haar adres had opgegeven. Dit adres was ook bekend in het (Hongaarse) adresregister als haar adres. De oproep is door de vader van de opgeëiste persoon, [naam vader] , in ontvangst genomen. Ook blijkt uit de aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gekregen, waarin staat dat zij iedere adreswijziging binnen 3 dagen door moest geven aan de Hongaarse autoriteiten. Overigens heeft zij niet verklaard dat dit adres niet meer juist was: zij zegt slechts dat zij de post in de gaten heeft gehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze achtergrond, en aangezien de opgeëiste persoon ook zelf hoger beroep heeft ingesteld op 17 november 2022, had het op haar weg gelegen in de gaten te houden of zij een oproep op haar adres ontving en/of contact te houden met haar advocaat. Gezien deze omstandigheden is het aan haar zelf te wijten dat zij niet van de <emphasis role="italic">panel meeting</emphasis> op de hoogte was en niet om een openbare zitting heeft gevraagd. De rechtbank is van oordeel dat zij niet in haar verdedigingsrechten is geschaad. Zo zij niet afstand heeft gedaan van haar aanwezigheidsrecht, is zij kennelijk onzorgvuldig geweest in haar bereikbaarheid voor de autoriteiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal daarom ervan afzien de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: Hongaarse detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken<footnote-ref linkend="_106ee088-02f3-464b-b654-04b7bad50034" /> op basis van het rapport van <emphasis role="italic">the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment</emphasis> (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de <emphasis role="italic">ill-treatment</emphasis> van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 juli 2025 heeft van het <emphasis role="italic">Department of International Criminal Law​​​​​​​ </emphasis>van het <emphasis role="italic">Ministery of Justice of Hungary</emphasis> de volgende individuele detentiegarantie ​​​​​​​opgesteld:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">"The Hungarian authorities guarantee that in case the surrender of [de opgeëiste persoon] occurs, she will not be placed in the Tiszalök National Prison and — in line with our attached binding assurance — she will be transported for placement to the Szombathely National Prison as soon as possible. </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Our assurance is valid concerning all the already existing and future arrest warrants issued by our national authorities."</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de door de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie een algemeen gevaar dient te worden aangenomen voor alle detentiecentra in Hongarije. Dit geldt des te meer nu de opgeëiste persoon een Roma is en Roma’s in Hongaarse detentiecentra worden gediscrimineerd. Ook blijkt uit de aanvullende informatie niet concreet hoeveel vierkante meter ruimte de opgeëiste persoon zal krijgen en hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon buiten de cel mag verblijven. De overlevering van de opgeëiste persoon dient dan ook te worden geweigerd, aldus de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. Er is geen sprake van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens op basis waarvan een algemeen gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling aangenomen moet worden voor gevangenissen in Hongarije, afgezien van het algemeen gevaar dat is aangenomen voor de gevangenis in Tiszalök. De rechtbank heeft recent meermaals de overlevering toegestaan voor personen voor wie een soortgelijke garantie was afgegeven. Dat opgeëiste persoon tot de Roma behoort, maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van haar eerder uitgezette lijn<footnote-ref linkend="_2032db5d-d28e-4cf0-837a-8fa15bc59d07" />, te weten dat in het algemeen geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse gevangenissen (met uitzondering van de gevangenis in Tiszalök). De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden in Hongarije naar voren gebracht, die duiden op een algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden – of meer specifiek: Roma – in Hongarije, buiten het gevaar dat voor Tiszalök is vastgesteld. Dergelijke gegevens zijn ook niet bij de rechtbank ambtshalve bekend.  Het gevaar zoals is aangenomen voor de penitentiaire inrichting in Tiszalök ziet – zoals hiervoor opgemerkt – overigens op de <emphasis role="italic">ill-treatment</emphasis> van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling; niet op de beschikbare ruimte voor gedetineerden en/of aantal uren buiten de cel. </para>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_64cc7ebf-a482-4fd8-81d7-e4b45bba2362" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit deze individuele detentiegarantie van het <emphasis role="italic">Department of International Criminal Law​​​​​​​ </emphasis>van het <emphasis role="italic">Ministery of Justice of Hungary</emphasis> van 9 juli 2025 volgt dat gegarandeerd wordt dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden geplaatst in <emphasis role="italic">the Tiszalök Penitentiary Center</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de verstrekte individuele garantie, hiermee het vastgestelde algemene reële gevaar met betrekking tot de penitentiaire inrichting in Tiszalök voor de opgeëiste persoon weggenomen. De weigeringsgrond van artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoen aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan<emphasis role="italic"> the Szombathely Regional Court, Sentence Enforcement Group, </emphasis>Hongarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,	  				                         		   voorzitter,</para>
      <para>mrs. B.M. Vroom-Cramer en D.L.S. Ceulen,				   		      rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos,  	griffier.</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_32de87b5-c194-403d-98ea-9adad9301a11" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6aaff18c-eae4-46a2-a8b1-764be5295c16" label="2">
    <para> Met parketnummers 13-151946-25 (EAB I), 13-151904-25 (EAB II), 13-151916-25 (EAB III), 13-151933-25 (EAB IV),  13-167648-25 (EAB V), 13-167719-25 (EAB VI), 13-173538-25 (EAB VII), en 13-173573-25 (EAB VIII).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0001388c-cad1-4d75-b863-211d1262ea7c" label="3">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca759ae5-b2c7-48a4-90b8-41c132ba6477" label="4">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed39851e-0d39-4511-a9c4-4ecf5e4bc59a" label="5">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_106ee088-02f3-464b-b654-04b7bad50034" label="6">
    <para> Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025,  ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2032db5d-d28e-4cf0-837a-8fa15bc59d07" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2020:2673.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_64cc7ebf-a482-4fd8-81d7-e4b45bba2362" label="8">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>