<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T12:36:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/6003</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T14:13:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5853 Rechtbank Amsterdam , 09-07-2025 / 24/6003</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart. Geen continue afhankelijkheid van de bestuurder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 24/6003</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2025 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam </emphasis>(het college), verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C. Mulder).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 september 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing gebleven. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, de dochter van eiser en de gemachtigde van het college. </para>
    <para />
    <para>4. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>5. Voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier gelden er twee vereisten.<footnote-ref linkend="_270ac212-c036-484b-8864-39983a3f204f" /> De aanvrager moet in redelijkheid niet in staat zijn om zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te lopen. Daarnaast moet de aanvrager van deur tot deur, dus continu, afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder. </para>
    <para />
    <para>6. Dat eiser aan het eerste vereiste voldoet, staat niet ter discussie. Het gaat om de vraag of eiser continu afhankelijk is van de bestuurder. </para>
    <para />
    <para>7. Eiser stelt dat hij dit niet met medische stukken kan aantonen, maar dat zijn dochter heeft verklaard dat zij hem niet alleen kan laten en dat ook uit de verklaring van de huisarts blijkt dat hij zich niet zelfstandig kan verplaatsen. Het college hanteert volgens eiser een te strenge toets, in de regeling staan immers ook de woorden ‘in redelijkheid’. De invulling die de richtlijn<footnote-ref linkend="_7196db39-c5d2-46a4-bc15-02c03da15607" /> aan de vereisten geeft, is te streng. </para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is van oordeel dat het college de gehandicaptenparkeerkaart terecht heeft afgewezen. Het college heeft aan haar beslissing het advies van de keuringsarts van de GGD ten grondslag gelegd. Die keuringsarts heeft aan de hand van de richtlijn geadviseerd de aanvraag af te wijzen omdat eiser niet van deur tot deur afhankelijk is van de bestuurder. Deze richtlijn is opgesteld voor de keuringsartsen om uniformiteit in de beslissingen te bevorderen. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat deze invulling te streng is. De verwijzing naar de woorden ‘in redelijkheid’ in de regeling ziet naar het oordeel van de rechtbank alleen op het eerste vereiste, en niet ook op het tweede. Ook in de jurisprudentie is al meermaals beslist dat het college de lat hoog mag leggen met betrekking tot de vereisten, mede gelet op de schaarste van de parkeerplekken. De gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers is bedoeld voor mensen die niet alleen gelaten kunnen worden, zelfs niet met een hulpmiddel, omdat zich dan een ernstig probleem kan voordoen als gevolg van een kwetsbaarheid op somatisch, psychiatrisch of verstandelijk gebied.<footnote-ref linkend="_27f2e6a8-184d-4570-a2c0-3dae399f113b" /> Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan mensen met een loopbeperking en ernstige dementie. Dat is bij eiser niet het geval. Er is hiervoor ook geen medische onderbouwing overgelegd. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank begrijpt dat de situatie van eiser zwaar is en ook met name voor de dochter die hem in alles ondersteunt. Dit hebben ze ook nader toegelicht op de zitting. Dit vat de rechtbank op als een beroep op toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. Er is echter geen sprake van bijzondere omstandigheden om te kunnen concluderen dat de afwijzing van de parkeerkaart voor eiser onredelijk bezwarend is.<footnote-ref linkend="_938ec1a9-bd8b-4aa4-b9ff-4d4412aedbe1" /></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para>11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van </para>
    <para>mr. M.C.A. Olsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025. </para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_270ac212-c036-484b-8864-39983a3f204f" label="1">
    <para> Artikel 1, eerste lid, onder b van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (de regeling). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7196db39-c5d2-46a4-bc15-02c03da15607" label="2">
    <para> Richtlijn gehandicaptenparkeerkaart 2022 van de Vereniging Artsen Volksgezondheid (de richtlijn).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27f2e6a8-184d-4570-a2c0-3dae399f113b" label="3">
    <para> Paragraaf 2.4 van de richtlijn. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_938ec1a9-bd8b-4aa4-b9ff-4d4412aedbe1" label="4">
    <para> ECLI:NL:CBB:2024:190. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>