<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T13:10:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.246179.24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5604">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T13:10:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5604 Rechtbank Amsterdam , 05-06-2025 / 13.246179.24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5604:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Verdachte heeft zich driemaal schuldig gemaakt aan een diefstal, waaronder eenmaal met geweld en tweemaal met bedreiging met geweld. Daarnaast heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen om cobra’s te laten ontploffen bij een woning/onder een auto. De rechtbank heeft aan verdachte opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 102 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk. Daarnaast heeft de rechtbank een werkstraf opgelegd voor de duur van 60 uren. Vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5604:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="38f3c245-a824-4be3-92dc-2bdd12c9967b" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie &amp; Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 13.246179.24 (zaak A) en 09.317483.24 (zaak B)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 5 juni 2025 (mondeling vonnis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP adres] , </para>
      <para>thans gedetineerd te [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 5 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.S. Bond en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. P. Metgod naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [medewerker Raad] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker WSS] , namens de William Schrikker Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering (hierna: WSS) en door de vader van verdachte naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank in zaak A nog kennis genomen van wat er door [medewerker slachtofferhulp] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld van een mobiele telefoon (Iphone) van [benadeelde partij 2] door de telefoon uit de handen te pakken en/of [benadeelde partij 2] te duwen op 19 juni 2024 in Aalsmeer;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld van een mobiele telefoon (Iphone) van [slachtoffer] door een mes te tonen en/of daarbij te zeggen ‘laat mij gaan of ik steek je dood’ op 19 juni 2024 in Aalsmeer;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld van een mobiele telefoon van [benadeelde partij 1] door met zijn hand naar zijn heup te grijpen en/of daarbij te zeggen ‘ik ga je schieten’ op 25 juni 2024 in Kudelstaart. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>medeplegen van een voorbereiding om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen in/bij/onder een woning en/of voertuig van 2 oktober 2024 tot 4 oktober 2024 in Gouda, terwijl daar gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar, dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het al dan niet opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, te weten drie cobra’s, bestemd voor particulier gebruik op 4 oktober 2024 in Gouda. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage II die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat de diefstal met geweld van [benadeelde partij 2] wettig en overtuigd is bewezen, omdat verdachte het feit heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft tot een bewezenverklaring gerekwireerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit om verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde geweld, nu verdachte heeft ontkend dat hij een mes heeft getoond. Daarnaast heeft de raadsvrouw opgemerkt dat verdachte wel heeft gedreigd met geweld, maar niet op de manier zoals ten laste is gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet een mes maar een drumsleutel heeft getoond. Gelet op het feit dat verdachte als drummer veel muziek maakt, is het niet onaannemelijk dat hij een drumsleutel bij zich droeg en die heeft getoond. Een drumsleutel vertoont uiterlijke gelijkenissen met het type mes dat door de aangever is genoemd. De rechtbank kan niet uitsluiten dat de verklaring van verdachte klopt en spreekt verdachte daarom vrij van het tonen van een mes. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte ‘laat mij gaan of ik steek je dood’ heeft gezegd tegen de aangever. De rechtbank heeft geen reden om aan de verklaring van de aangever op dit punt te twijfelen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de telefoon van aangever [slachtoffer] heeft afgenomen gevolgd door bedreiging met geweld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft tot een bewezenverklaring gerekwireerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft opgemerkt dat verdachte wel heeft gedreigd met geweld, maar niet op de manier zoals ten laste is gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet ‘ik ga je schieten’ heeft gezegd maar ‘ik ga met je vechten’. Ook al zou verdachte ‘ik ga met je vechten’ hebben gezegd, dan is dat ook te kwalificeren als een bedreiging met geweld. Overigens acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig. De rechtbank heeft geen reden aan de verklaring van de aangever op dit punt te twijfelen. Bovendien heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij naar zijn heup greep om te doen alsof hij een wapen pakte, hetgeen “ik ga je schieten” aannemelijker maakt dan “ik ga met je vechten”. Bovendien is het grijpen naar de heup – alsof en wapen zou worden getrokken - in deze context op zichzelf al te zien als bedreigend. De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte de telefoon van aangever [benadeelde partij 1] heeft afgenomen door hem uit zijn handen te grissen welke diefstal is gevolg door bedreiging met geweld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 2 oktober 2024 tot 4 oktober 2024 in vereniging voorbereidingen heeft getroffen om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen. Verdachte heeft het feit bekend en zijn verklaring vindt steun in de overige bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van dit ten laste gelegde feit. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 4 oktober 2024 in Gouda drie cobra’s voorhanden heeft gehad. Verdachte heeft het feit bekend en zijn verklaring vindt steun in de overige bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak A </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in vervatte bewijsmiddelen bewezen dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 19 juni 2024 te Aalsmeer een mobiele telefoon (Iphone) die geheel aan [benadeelde partij 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd</para>
      <para>vergezeld en gevolgd van geweld tegen [benadeelde partij 2] ,</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
    </parablock>
    <para>- de telefoon uit de handen van [benadeelde partij 2] te pakken en</para>
    <para>- die [benadeelde partij 2] te duwen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 19 juni 2024 te Aalsmeer een mobiele telefoon (Iphone), die geheel aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] ,</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
      <para>te zeggen 'laat mij gaan of ik steek je dood';</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 25 juni 2024 te Kudelstaart, gemeente Aalsmeer, een mobiele telefoon (Iphone) die geheel aan [benadeelde partij 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] , </para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
      <para>met zijn hand naar zijn heup te grijpen en daarbij te zeggen 'ik ga je schieten'.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijke</para>
      <para>brandstichting en/of het te weeg brengen van een ontploffing in/bij/onder een woning en/of voertuig, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, zoals omschreven in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk voorwerpen, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- meerdere stuks vuurwerk en</para>
    <para>- een hotelkamer en</para>
    <para>- een foto van de auto van [naam] en</para>
    <para>- een foto van de looproute naar de woning en de auto van die [naam]</para>
    <parablock>
      <para>bestemd tot het begaan van dat misdrijf,</para>
      <para>voorhanden heeft gehad, ten einde dit misdrijf uit te voeren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 4 oktober 2024 te Gouda, opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten drie stuks knalvuurwerk met lont (te weten Cobra's), terwijl dat bestemd was voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bewijs </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van de feiten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft bij requisitoir geëist dat verdachte ter zake van de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 102 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie om de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals door de Raad en WSS geadviseerd. De officier van justitie eist tot slot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht om een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen die de duur van het voorarrest niet overstijgt, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast verzoekt de raadsvrouw eventueel een werkstraf op te leggen met een voorwaardelijk strafdeel met de voorwaarden zoals die door de Raad en de WSS zijn geformuleerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank zich laten leiden door de persoon van de verdachte zoals die naar voren komt in nagenoemde rapportages en hetgeen de deskundigen ter zitting hebben verklaard, alsmede de ernst van het bewezen geachte en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich driemaal schuldig gemaakt aan een diefstal, waaronder eenmaal met geweld en tweemaal met bedreiging met geweld. Dergelijke feiten kunnen ingrijpend zijn voor de slachtoffers en binnen de samenleving een gevoel van onveiligheid en wantrouwen met zich brengen. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers en heeft slechts zijn eigen financiële gewin voorop gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich daarnaast samen met een ander schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen om cobra’s te laten ontploffen bij de woning/onder de auto van [naam] . Dat het niet daadwerkelijk tot een ontploffing is gekomen, is te danken aan de oplettendheid en het ingrijpen door de nachtportier van het hotel. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen onverantwoorde risico’s geaccepteerd ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van [naam] , maar ook van de buren van [naam] en anderen op straat. Ook heeft hij door zijn handelen bijgedragen aan het toenemende gevoel van onveiligheid in de samenleving door de toename van explosies bij huizen en auto’s. Verdachte heeft ook bij dit feit enkel en alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 juni 2025 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">Raad</emphasis> adviseert om aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. Daarnaast adviseert de Raad als stok achter de deur een voorwaardelijke jeugddetentie, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">WSS</emphasis> merkt op dat verdachte erg zelfbepalend is en dat dit iets is waar aan gewerkt moet worden. Verdachte heeft zich eerder niet aan zijn schorsingsvoorwaarden gehouden waardoor verdachte terug is gemeld en op 26 mei 2025 de schorsing van de voorlopige hechtenis is opgeheven. Als verdachte weer in vrijheid wordt gesteld, dan kan dit alleen onder strenge voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Detentie en werkstraf</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd, zoals hiervoor beschreven, oordeelt de rechtbank dat een jeugddetentie van 102 dagen passend en geboden is. De tijd die verdachte al heeft vastgezeten wordt hiervan afgetrokken. De rechtbank zal 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden met een proeftijd van twee jaar. Het voorwaardelijke strafdeel moet verdachte ervan weerhouden om zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte op dit moment nog wel consequenties ervaart van zijn handelen en zal daarom ook een werkstraf opleggen van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, voor het geval de werkstraf niet naar behoren wordt verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dadelijke uitvoerbaarheid </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Gelet hierop en op het feit dat uit het rapport van de Raad blijkt dat er sprake is van een hoog risico op recidive, is de rechtbank van oordeel dat om het risico op herhaling laag te houden zo spoedig mogelijk invulling dient te worden gegeven aan de geadviseerde voorwaarden, ook als verdachte in hoger beroep zou gaan. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de te stellen voorwaarden en het toezicht door de WSS dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De benadeelde partijen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak A </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [benadeelde partij 2] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 200,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft [benadeelde partij 2] gepersisteerd bij de vordering en deze verder toegelicht. Aangezien verdachte op dit moment nog is ingelogd op de eerder gestolen telefoon, kan [benadeelde partij 2] er geen gebruik meer van maken. Ook als verdachte op dit moment nog uitgelogd kan worden, heeft de telefoon op dit moment niet meer de waarde die hij een jaar geleden had, waardoor de telefoon niet meer voor hetzelfde bedrag verkocht zal worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">officier van justitie</emphasis> heeft gevorderd om de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">raadsvrouw</emphasis> van verdachte heeft bepleit om de vordering af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">rechtbank</emphasis> is van oordeel dat voldoende is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezenverklaring rechtstreekse schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft de telefoon retour ontvangen, maar omdat verdachte nog altijd is ingelogd op de eerder gestolen telefoon, was de telefoon al die tijd onbruikbaar. Namens de verdachte is ter zitting aangeboden om alsnog uit te loggen, maar dat de benadeelde partij kan niet worden tegengeworpen omdat inmiddels een jaar is verstreken, waarbij de telefoon significant in waarde is gedaald. De rechtbank zal de vordering van € 200,- daarom toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt veroordeeld om het toegewezen bedrag van € 200,- aan de benadeelde partij te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 19 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het belang van [benadeelde partij 2] wordt als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd ter hoogte van € 200,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is geleden, te weten 19 juni 2024, welk bedrag bestaat uit materiële schade. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte zal de rechtbank de maximale duur van de gijzeling bepalen op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [benadeelde partij 1]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 700,-  aan immateriële schade en € 192,- aan materiële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is namens [benadeelde partij 1] gepersisteerd bij de vordering en is deze verder toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">officier van justitie</emphasis> acht de vordering toewijsbaar, met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">raadsvrouw</emphasis> van verdachte heeft de (hoogte van de) vordering niet betwist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="underline">rechtbank</emphasis> acht om die reden de vordering toewijsbaar. Verdachte wordt daarom veroordeeld om het toegewezen bedrag van € 892,- aan de benadeelde partij te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 25 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het belang van [benadeelde partij 1] wordt als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd ter hoogte van € 892,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is geleden, te weten 25 juni 2024, welk bedrag bestaat uit materiële schade. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte zal de rechtbank de maximale duur van de gijzeling bepalen op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36f, 46, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 157, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de en artikelen 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">diefstal, vergezeld  en gevolgd van geweld gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">diefstal, vergezeld  en gevolgd van bedreiging met geweld gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 en 2  bewezen verklaarde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">een eendaadse samenloop van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">medeplegen van een voorbereiding om opzettelijk brand te stichting/een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is; </emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">en: </bridgehead>
    <para>- <emphasis role="italic">overtreding van een voorschrift, strafbaar gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. eerste lid, van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2., eerste lid van het Vuurwerkbesluit), opzettelijk begaan. </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar. </para>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte] , </emphasis>daarvoor strafbaar. </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van <emphasis role="bold">102 (honderdtwee) dagen. </emphasis></para>
      <para>Beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een deel, te weten <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van de voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de <emphasis role="underline">algemene</emphasis> voorwaarde dat de veroordeelde: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en onder de <emphasis role="underline">bijzondere</emphasis> voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- meewerkt aan de hulpverlening die de jeugdreclassering nodig acht;</para>
    <para />
    <para>- naar school of stage gaat volgens het rooster;</para>
    <para />
    <para>- zich houdt aan de regels die gelden op de woongroep;</para>
    <para />
    <para>- een behandeling volgt bij De Waag/meewerkt aan een PO.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat veroordeelde: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
    <para />
    <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in 77a, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis>, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde daarbij te begeleiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de gestelde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte daarnaast tot een werkstraf voor de duur van <emphasis role="bold">60 (zestig) uren. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat, als de verdachte de werkstraf  niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [benadeelde partij 2] </emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling van € 200,- (zegge: tweehonderd euro) voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade, te weten 19 juni 2024, tot aan de dag van algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte op de maatregel van schadevergoeding ten behoeve van <emphasis role="bold">[benadeelde partij 2] </emphasis>ter hoogte van € 200,- (zegge: tweehonderd euro). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten op 19 juni 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [benadeelde partij 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling van € 892,- (zegge: achthonderd en tweeënnegentig euro) voor immateriële en materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade, te weten 25 juni 2024, tot aan de dag van algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte op de maatregel van schadevergoeding ten behoeve van <emphasis role="bold">[benadeelde partij 1] </emphasis>ter hoogte van € 892,- (zegge: achthonderd en tweeënnegentig euro). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voormeld bedrag bestaat uit immateriële en materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten op 25 juni 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft het bevel tot voorlopige hechtenis op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. E. Diepraam, 	voorzitter tevens kinderrechter,</para>
      <para>mrs. E.M. Devis en M.J.M. Marseille, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>