<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T09:33:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-309092-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5532">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T10:21:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5532 Rechtbank Amsterdam , 20-06-2025 / 13-309092-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5532:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing schorsing overleveringsdetentie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5532:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <bridgehead role="bold">Internationale rechtshulpkamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	13-309092-24</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing op het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie</title>
    <bridgehead role="bold">(artikel 64 Overleveringswet)</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 3 en 19 juni 2025 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie uit hoofde van de Overleveringswet (OLW) van de opgeëiste persoon:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [opgeëiste persoon] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadslieden mr. R. Malewicz en mr. T. Korff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de behandeling in raadkamer op 20 juni 2025, waar zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en de raadslieden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft het verzoekschrift toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek en heeft daartoe aangevoerd dat uit het Europees Arrestatiebevel en de daarop betrekking hebbende stukken blijkt dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon sprake is van groot vluchtgevaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht geen termen aanwezig de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te bevelen. Zij acht het vluchtgevaar zo reëel dat alleen vrijheidsbeneming kan voorkomen dat de opgeëiste persoon zich aan een eventueel toelaatbaar geoordeelde overlevering zal onttrekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiaire verzoek van de raadslieden is om de zaak aan te houden en prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over het volgende. Bij een vervolgings-EAB is de opgeëiste persoon ook verdachte en om die reden menen de raadslieden dat ook getoetst moet worden aan artikel 5, eerste lid, sub c van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). De bescherming die daarmee samenhangt staat in het derde lid van hetzelfde artikel en betekent ook dat de redelijkheid van de verdenking getoetst tegen iemand die in detentie zit moet kunnen worden getoetst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook het subsidiaire verzoek om de zaak aan te houden en prejudiciële vragen te stellen wordt afgewezen. De overleveringsprocedure valt onder artikel 5, eerste lid, sub f van het en daarmee onder de bescherming van het vierde lid van hetzelfde artikel. Dit laatstgenoemde lid geeft de mogelijkheid om een voorziening te vragen bij de rechter omtrent de rechtmatigheid van de (overleverings)detentie. Zowel het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU)<footnote-ref linkend="_179536b0-60b4-475d-b2dd-40d289e48d95" /> als het EHRM<footnote-ref linkend="_6fd416df-f62f-4fbe-9877-4bfa5eb5b0f3" /> hebben eerder geoordeeld dat het lid dat gaat om de mogelijkheid om de redelijkheid van de verdenking te toetsen niet van toepassing is op overleveringsprocedures.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 20 juni 2025 door: </para>
      <para>mr. E. Biçer,	voorzitter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van I.M.A. de Vries, 	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_179536b0-60b4-475d-b2dd-40d289e48d95" label="1">
    <para> HvJ EU 28 juni 2021, C-649/19, ECLI:EU:C:2021:75 (<emphasis role="italic">Spetsializirana prokuratura (Verklaring van rechten)</emphasis>).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fd416df-f62f-4fbe-9877-4bfa5eb5b0f3" label="2">
    <para> EHRM 22 juni 2023 (<emphasis role="italic">Azzena/Frankrijk</emphasis>).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>