<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-08T14:22:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11429601 \ CV EXPL  24-15320</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBAMS:2025:3133" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2025:3133</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5240">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T11:35:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5240 Rechtbank Amsterdam , 22-07-2025 / 11429601 \ CV EXPL  24-15320</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5240:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na tussenvonnis, zie ook ECLI:NL:RBAMS:2025:3133. Verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de door huurders te veel betaalde huur en borg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5240:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11429601 \ CV EXPL  24-15320</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PATRIZIA RESIDENTIAL AMSTERDAM 2 COÖPERATIEF U.A.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>gedaagde partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: Patrizia,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. Geneugelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen in conventie,</para>
      <para>eisende partijen in reconventie, </para>
      <para>hierna: [gedaagden] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 13 mei 2025,</para>
      <para>- de akte van [gedaagden] , met producties,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat hieraan vooraf ging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de maximale (kale) huurprijs per 28 december 2023 zal worden vastgesteld op € 765,23 per maand en dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat [gedaagden] op grond van onverschuldigde betaling aanspraak maken op terugbetaling van het door hen te veel betaalde aan huur en borg. [gedaagden] zijn in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen waarin de berekening van hun vordering in reconventie wordt aangepast met inachtneming van wat in rechtsoverweging 4.23 van dat tussenvonnis is overwogen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben hierna een akte genomen. Daarbij hebben [gedaagden] een nieuwe berekening overgelegd van de door hen te veel betaalde huur en borg. Patrizia is vervolgens in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar heeft dit niet gedaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toe te wijzen bedrag aan te veel betaalde huur en borg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de berekening volgt dat [gedaagden] tot en met juli 2025 in totaal € 22.444,69 te veel aan huur en borg hebben betaald. Omdat Patrizia die berekening niet heeft weersproken, gaat de kantonrechter uit van de juistheid daarvan. Patrizia zal daarom in reconventie worden veroordeeld om dat bedrag aan [gedaagden] terug te betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben ook de wettelijke rente over dat bedrag gevorderd vanaf <?linebreak?>20 november 2024. Volgens Patrizia is wettelijke slechts toewijsbaar vanaf vonnisdatum, omdat - kort gezegd - de uitspraak van de Huurcommissie door de procedure bij de kantonrechter is komen te vervallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. De grondslag voor de terugbetaling is gelegen in onverschuldigde betaling. [gedaagden] hebben immers meer huur betaald dan zij – achteraf bezien – verschuldigd waren. [gedaagden] kunnen aanspraak maken op de wettelijke rente over dat onverschuldigd betaalde bedrag vanaf het moment dat Patrizia in verzuim verkeert.<footnote-ref linkend="_b3984749-96f1-40b1-a854-910367168b6a" /> Niet in geschil is dat [gedaagden] Patrizia op 5 november 2024 een ingebrekestelling hebben gestuurd, met daarin een betalingstermijn van veertien dagen. [gedaagden] hebben dan ook terecht aangevoerd dat Patrizia vanaf 20 november 2024 in verzuim verkeert<footnote-ref linkend="_f678498e-98a8-4eb0-ba4e-ebed4333c545" />, zodat de gevorderde wettelijke rente vanaf dat moment toewijsbaar is. Dat de exacte hoogte van het onverschuldigd betaalde bedrag pas in dit vonnis wordt vastgesteld en de uitspraak van de Huurcommissie is komen te vervallen, maakt dat niet anders. Voor de huurtermijnen die ná 20 november 2024 verschuldigd raakten, was op dat moment nog geen sprake van verzuim. De wettelijke rente over de nadien betaalde huurtermijnen wordt daarom toegewezen zoals in het dictum vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat beide partijen op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten in conventie te compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Patrizia is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie en [gedaagden] niet worden bijgestaan door een gemachtigde, worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Patrizia af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>stelt de aanvangshuurprijs voor de woning per 28 december 2023 vast op € 765,23,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt Patrizia om een bedrag van € 22.444,69 aan [gedaagden] terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 20 november 2024 voor zover de huurtermijnen op dat moment reeds verschuldigd waren, dan wel vanaf de betaaldata van de nadien betaalde huurtermijnen, tot de dag dat volledig is betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt Patrizia in de proceskosten, tot op heden begroot op nihil,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling onder 3.4 uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025 in tegenwoordigheid van mr. R. Boerlage, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b3984749-96f1-40b1-a854-910367168b6a" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHARL:2014:7859.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f678498e-98a8-4eb0-ba4e-ebed4333c545" label="2">
    <para> Artikel 6:82 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>