<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T15:41:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">71-311871-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5215">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T08:30:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5215 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 / 71-311871-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5215:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen (verlengde) invoer van in totaal bijna 1700 kilo cocaïne, verdeeld over 4 partijen in de jaren 2015-2020. Procesafspraken. Straf: gevangenisstraf 7 jaren en een geldboete van € 1.250.000,-.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5215:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="87d3bd1d-9fc3-42a2-acc4-1776d1b69051" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 71-311871-21 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. G.H. Rip en R. Hagemeier (hierna: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.C. Polat, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de tussen de officier van justitie en de verdachte gesloten overeenkomst ten aanzien van de door hen gemaakte procesafspraken die kort gezegd inhouden dat de verdediging geen onderzoekswensen zal indienen en geen bewijsverweren zal voeren en dat de officier van justitie een gevangenisstraf van zeven jaar zal vorderen, met aftrek van de tijd die in voorarrest en uitleveringsdetentie is doorgebracht, en een geldboete van € 1.250.000,- (hierna: het ‘afdoeningsvoorstel’). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek 26Lyons</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 december 2019 is onder leiding van de officier van justitie van het Landelijk Parket te Amsterdam een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 26Lyons. Het onderzoek startte naar aanleiding van een melding van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) van diezelfde datum, inhoudende dat onder meer [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] al jaren samenwerken in de internationale cocaïnehandel en zij cocaïne vanuit Costa Rica naar Nederland importeren. Het onderzoek was (in eerste instantie) gericht op [medeverdachte 1] , die via PGP-berichten zou hebben gecommuniceerd over onder meer de internationale handel in cocaïne. PGP staat voor ‘Pretty Good Privacy’-software. Met deze software kunnen de gebruikers hun digitale berichten voorzien van encryptie waardoor deze voor derden niet leesbaar zijn. Het onderzoek 26Lyons richtte zich op overtredingen van de Opiumwet: het invoeren, bewerken en verwerken, aanwezig hebben en vervaardigen van verdovende middelen, vermeld op lijst I van de Opiumwet en het (mede)plegen van voorbereidingshandelingen hiertoe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 september 2020 werd door het TCI een volgende verstrekking gedaan aan het onderzoeksteam 26Lyons: ‘ [bijnaam medeverdachte 2] , [bijnaam verdachte] en [bijnaam medeverdachte 1] werken samen in de handel en smokkel van cocaïne.’ Volgens het TCI wordt met ‘ [bijnaam medeverdachte 2] ’ bedoeld: [medeverdachte 2] , met ‘ [bijnaam verdachte] ’ wordt bedoeld: [de verdachte] , geboren [geboortedag] 1977 en met ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’ wordt bedoeld: [medeverdachte 1] . </para>
      <para>Op 22 februari 2021 werd door het TCI wederom een verstrekking gedaan, ditmaal met de tekst: ‘Van de groep van [bijnaam medeverdachte 1] is 500 kilo cocaïne geript. Dit verklaart ook de schietpartijen rondom Almere. [medeverdachte 2] regelt de afdeling geweld binnen de groep van [bijnaam medeverdachte 1] .’ </para>
      <para>Volgens het TCI wordt met ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’ bedoeld: [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), met ‘ [bijnaam medeverdachte 2] ’ [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). Met de ‘ [groepsnaam] ’ wordt bedoeld: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [de verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2016 heeft de politie beslag gelegd op de data van een aantal servers van [naam 1] . Dit betrof een bedrijf dat berichtenverkeer tussen zogeheten PGP-telefoons mogelijk maakte. Na de inbeslagname van de data is de encryptie daarvan gekraakt en kon de politie de berichten lezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 februari 2020 ontving het onderzoeksteam 26Lyons een proces-verbaal vanuit het onderzoek 26Marengo met daarin vermeld een zestal [naam 1] -accounts waarvan de politie vermoedde dat deze in gebruik waren bij de medeverdachte [medeverdachte 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek 26Lyons heeft zich voor een belangrijk deel gericht op de versleutelde [naam 1] -communicatie van [medeverdachte 1] en op de personen met wie hij via deze communicatie berichten deelde. Uit de data kwam volgens de politie naar voren dat [medeverdachte 1] veelvuldig contact had met in eerste instantie onder meer medeverdachten [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) en [medeverdachte 5] (hierna [medeverdachte 5] ), en naar later bleek ook met verdachte, en dat veel berichten over de handel in cocaïne gaan. </para>
      <para>Hieruit is de verdenking ontstaan dat verdachte zich, samen met anderen, in 2015 heeft schuldig gemaakt aan drie cocaïnetransporten vanuit Zuid-Amerika naar Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Begin 2021 is door de politie de encryptiedienst [encryptiedienst] gekraakt. [encryptiedienst] is een met [naam 1] te vergelijken versleutelde berichtendienst die veelal door criminelen werd gebruikt om elkaar ‘encrypted’ berichten te versturen die voor derden niet leesbaar waren. Uit onderzoek in de databestanden van [encryptiedienst] is gebleken dat [medeverdachte 1] ook gebruik gemaakt heeft van een [encryptiedienst] -account en dat hij in maart 2020 actief deel uitmaakte van een zogenaamde ‘chatgroep’ waarin werd gecommuniceerd over een transport van 865 kilo cocaïne in een koelcontainer vanuit Costa Rica naar Rotterdam. Eén van de deelnemers van deze chatgroep was verdachte. </para>
      <para>Uit deze berichten is de verdenking ontstaan dat verdachte zich in 2020, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan een cocaïnetransport dat op 30 maart 2020 in de haven van Rotterdam is onderschept. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke (verlengde) invoer in Nederland van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. kg (en vervolgens daarvan 140 kg) cocaïne in de periode van 13 augustus 2015 tot en met 28 september 2015; </para>
    <para>2. 206 kg (en vervolgens daarvan 133 kg) cocaïne in de periode van 7 augustus 2015 tot en met 23 augustus 2015;</para>
    <para>3. 430 kg (en vervolgens daarvan 258 kg) cocaïne in de periode van 29 augustus 2015 tot en met 16 oktober 2015; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of (deze) hoeveelheden cocaïne opzettelijk heeft afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. 865 kg cocaïne in de periode van 21 maart 2020 tot en met 30 maart 2020. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de voortgezette handeling van het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van respectievelijk 196, 206, 430 en van genoemde hoeveelheden nogmaals respectievelijk 140, 133 en 258 kilogram cocaïne, en aan het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk vervoeren, verstrekken en afleveren van deze respectievelijk 140, 133 en 258 kilogram cocaïne, en dat verdachte zich met anderen heeft schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 865 kilogram cocaïne. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De verdediging heeft – overeenkomstig de procesafspraken – geen bewijsverweren gevoerd en zich ook verder niet over het bewijs uitgelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van de identificatie van het gebruikte [naam 1] en [encryptiedienst] accounts</emphasis>
        </para>
        <para>In het onderzoek naar [medeverdachte 1] is onder meer gebleken dat hij veelvuldig contact had met de gebruiker van het [naam 1] [mailadres 1] (hierna: [mailadres 1] ). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gebruiker van het [naam 1] [mailadres 1] stond in de [data] van de medeverdachte [medeverdachte 1] onder meer opgeslagen onder de naam ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’. Verdachte is een neef van [medeverdachte 1] en wordt door [medeverdachte 1] in een bericht ook zijn neef genoemd. </para>
        <para>Voornoemd adres [mailadres 1] is blijkens de [data] door de [naam 1] die aan de medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]  worden toegeschreven, opgeslagen onder de namen [bijnaam 3] ’, ‘ [bijnaam 4] ’ dan wel ‘ [bijnaam 5] ’, [bijnaam 6] dan wel [bijnaam 7] en ‘ [bijnaam 8] ’. </para>
        <para>De gebruiker van het [naam 1] [mailadres 1] had ten tijde van het versturen van de berichten een relatie met de gebruikster van het adres [mailadres 2] . Op grond van de berichtenwisseling tussen beide gebruikers over onder meer de kinderen die ze samen hebben en het kindje dat wordt verwacht (in combinatie met het feit dat kort nadien een derde kindje van verdachte en zijn partner is geboren), kan naar het oordeel van de rechtbank – in samenhang met het voorgaande - worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker is van het [naam 1] [mailadres 1] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het onderzoek naar [medeverdachte 1] is ook gebleken dat hij via [encryptiedienst] veelvuldig contact had met onder meer de accounts [account 1] en [account 2] . Deze accounts hebben behalve met [medeverdachte 1] veelvuldig contact met [encryptiedienst] accounts die aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden toegeschreven. De gebruikersnamen van het account [account 2]  zijn ‘ [gebruikersnaam 1] ’, ‘ [gebruikersnaam 2] ’ en ‘ [gebruikersnaam 3] ’. Deze namen komen deels overeen met de gebruikersnamen van het [naam 1] van verdachte.</para>
        <para>De telefoon waarmee account [account 1] werd gebruikt, maakte alleen gebruik van het netwerk in Suriname. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte vanaf 2013 niet meer ingeschreven staat in Nederland en langere tijd in Suriname woonachtig was. </para>
        <para>De telefoon waarmee het account [account 2] werd gebruikt maakte in juli en augustus 2020 bij herhaling gebruik van zendmasten in Diemen en Schiphol op data en tijdstippen waarop verdachte, blijkens aangeleverde vluchtgegevens, tijdelijk in Nederland was of Nederland is in- of uitgereisd. Voorts maakte de telefoon gedurende meerdere periodes gebruik van het Franse netwerk, gedurende welke periodes verdachte blijkens voornoemde vluchtgegevens (al dan niet met zijn gezin) in Frankrijk heeft verbleven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten slotte blijkt uit communicatie in de groepschat [groepschat] dat de accounts [account 1] en [account 2] (opvolgend) door dezelfde persoon, die ‘ [bijnaam 9] ’ wordt genoemd zijn gebruikt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt, gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, tot de conclusie dat verdachte de gebruiker is geweest van ook deze Sky-accounts. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1: </emphasis>
          <emphasis role="bold">zaaksdossier 196 blokken</emphasis>
          <?linebreak?>Uit ontsleutelde [naam 1] berichten is het volgende gebleken. In de periode 13 augustus 2015 tot en met 28 september 2015  is verdachte samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bezig geweest met het importeren van 196 blokken cocaïne.<?linebreak?>Om de 196 blokken cocaïne in te voeren in Nederland hebben de vier mannen gebruik gemaakt van het containerschip [naam containerschip 1] en de haven van Antwerpen. Voor het uithalen van de verdovende middelen uit de zeecontainer hebben zij gebruik gemaakt van een team van uithalers. Er wordt door de vier mannen onderling besproken wat de kosten zijn van een nieuw team van uithalers.<?linebreak?>Op 30 augustus 2015 stuurt [medeverdachte 1] een bericht naar [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en verdachte waarin wordt gezegd dat 196 in de buik zit. De 196 blokken zijn dus geladen in het schip [naam containerschip 1] , en het schip is vertrokken. Op 14 september 2015 blijkt dat de container via de Westerschelde (Nederlands grondgebied) in de haven van Antwerpen is aangekomen. De container staat niet op de lijst van de douane om gecontroleerd te worden en iedereen staat klaar. Ze hebben echter niet veel tijd om de verdovende middelen middels de switchmethode in een andere container te krijgen want op 16 september 2015 wordt de container alweer op de [naam containerschip 2] geladen. Het moet dus voor die tijd gebeuren. In de nacht van 15 op 16 september 2015 wordt de switchmethode toegepast. De volgende morgen haalt de medeverdachte [medeverdachte 5]  de blokken cocaïne op in een loods aan de [adres] (België) en vervoert deze naar het bedrijfspand van [medeverdachte 4] in Nederland.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
          <emphasis role="bold"> zaaksdossier 206 blokken</emphasis>
          <?linebreak?>Uit ontsleutelde [naam 1] berichten is het volgende gebleken. Vanaf 7 augustus 2015 communiceren [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte over een te ontvangen container. Het gaat om de container met containernummer [containernummer 1] die vanuit Ecuador is vertrokken. De container blijkt vertraagd te zijn en de vier mannen uiten hierover hun frustraties naar elkaar. Verdachte geeft op 8 augustus 2015 aan dat hij ontevreden is over de geplande verdeling van de blokken en zijn deel.<?linebreak?>Op 11 augustus 2015 blijkt dat de container met verdovende middelen aangekomen is via de Westerschelde (Nederlands grondgebied) in de haven van Antwerpen. Op 13 augustus 2015 blijkt dat de job gelukt is en de verdovende middelen zijn veilig gesteld (in een andere container zijn geplaats middels de zogenaamde switchmethode). In de namiddag kunnen ze de verdovende middelen in handen hebben.<?linebreak?>Uiteindelijk blijkt na telling dat er 206 blokken zijn geïmporteerd. Daarvan gaan 134 blokken door naar Nederland. Deze worden op 13 augustus 2015 naar Nederland gebracht door [medeverdachte 5] , die de blokken aflevert bij [medeverdachte 4] . </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
          <emphasis role="bold"> Zaakdossier 430 blokken</emphasis>
          <?linebreak?>Uit ontsleutelde [naam 1] berichten is het volgende gebleken. Vanaf 29 augustus 2015 communiceren [medeverdachte 1] en [naam 2] (onbekend gebleven persoon) over de invoer van 400 blokken cocaïne met het stempel AL. Op 25 september 2015 bleek dat er 430 blokken vanuit Ecuador via de Westerschelde (Nederlands grondgebied) zijn verscheept naar de haven van Antwerpen. Tussen verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wordt gesproken over de verdeling van de blokken. De organisatie is niet blij met het feit dat de blokken tussen een lading cacao zijn gedaan. De volgende keer willen ze die liever tussen tonijn hebben. De ‘nieuwe groep’ wil het nog niet met cacao doen, want zij hebben daar geen ervaring mee. [naam 3] wil het doen, maar vraagt 12,5% en wil ook een deel investeren in de blokken. Verdachte geeft aan moeite te hebben met de verdeelsleutel en de kosten en vraagt herhaaldelijk waarom voor een bak met cacao was gekozen als vooraf duidelijk was dat de nieuwe groep niet met cacao wilde werken. </para>
        <para>In onder [medeverdachte 1] aangetroffen notities staat een verdeling beschreven die overeenkomt met de door verdachten in de chatgesprekken genoemde verdeling. In een andere notitie staat beschreven dat van een totaal aantal van 430AL er 258 door [medeverdachte 1] zijn ontvangen. Op 14 oktober 2015 stuurde [medeverdachte 1] een bericht aan een contact met daarop een afbeelding van een blok cocaïne met daarop het stempel AL.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 4:</emphasis>
          <emphasis role="bold"> Zaakdossier 865 blokken:</emphasis>
          <?linebreak?>Uit de ontsleutelde [encryptiedienst] berichten komt naar voren dat [medeverdachte 1] samen met onder andere [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en verdachte in maart 2020 actief deel uitmaakten van een 'chatgroep' [groepschat] , waarin werd gecommuniceerd over een transport van 865 kilo cocaïne in een koelcontainer vanuit Costa Rica naar Rotterdam in maart 2020. </para>
        <para>Uit gesprekken vanaf 21 maart 2020 tussen [medeverdachte 3] en de gebruiker van account [account 3] blijkt dat er 2 klussen (jobs) zouden zijn, waaronder een koelcontainer uit Costa Rica. Ook blijkt dat ‘ [naam 4] ’ nu in Rotterdam is in plaats van in Antwerpen. </para>
        <para>In de chatgroep [groepschat] wordt vanaf 25 maart 2020 vervolgens door [medeverdachte 3] gedeeld dat het er niet naar uit ziet dat de bak naar Antje (Antwerpen) komt. Hij kan op het systeem van [systeem] zien dat de container niet naar Antwerpen gaat maar naar Rotterdam. Door het veranderen van de aankomstlocatie van deze koelcontainer ontstaat er commotie binnen de organisatie en moet er snel op geanticipeerd worden om de container in bezit te krijgen, zoals het traceren van de exacte locatie van de container, het regelen van een loods en de pincode om de koelcontainer op te halen vanuit de haven van Rotterdam. [medeverdachte 3] vraagt of "we" een loods hebben. Tevens geeft hij aan dat [naam 5] de pin heeft, een transporteur en een loods. Hij deelt vervolgens in een andere chatgroep (waarin ook over dit transport wordt gesproken) een foto van de container met containernummer [containernummer 2] . </para>
        <para>Daarnaast wordt in de chatgroep een afbeelding gedeeld waarop de inhoud van deze container zichtbaar is, met de witte pakketten die uiteindelijk door de douane werden aangetroffen.</para>
        <para>Op 28 maart 2020 vraagt verdachte aan [medeverdachte 3] hoe de klus is gegaan en zegt niets meer gehoord te hebben. [medeverdachte 3] zegt dat het slecht is gegaan en alles door de douane is geblokkeerd. Verdachte reageert hierop met 'kankerzooi allemaal'.<?linebreak?></para>
        <para>Blijkens de papieren van de container met het nummer [containernummer 2] is deze op 9 maart 2020 op het containerschip [naam 4] geladen, met als (oorspronkelijke) eindbestemming Antwerpen. Op 24 maart 2020 is het schip aangekomen in Rotterdam. <?linebreak?>De Nederlandse douane heeft op 30 maart 2020 in de Rotterdamse haven in de container met nummer [containernummer 2] in totaal 35 witte balen aangetroffen met daarin 865 blokken die positief getest zijn op cocaïne. De door hen aangetroffen container en blokken zijn gefotografeerd, welke foto’s overeenkomen met de hiervoor genoemde foto’s die door [medeverdachte 3] in de chatgroepen zijn gedeeld. Op 30 maart 2020 wordt een bericht van Crimesite over deze vondst door de douane door [medeverdachte 3] gedeeld in de chatgroep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van de verdovende middelen:</emphasis>
        </para>
        <para>In de vier zaaksdossiers wordt steeds gesproken over blokken, hiervoor vaak al aangeduid met ‘cocaïne’.  In de laatste zaak (de 865 kilo) is na inbeslagname daadwerkelijk gebleken dat de blokken cocaïne bevatten. De rechtbank is van oordeel dat ook sprake was van cocaïne bij de eerdere drie transporten: in alle zaken wordt op dezelfde wijze over de blokken, transporten en uithalers gesproken, alle blokken zijn afkomstig uit Zuid-Amerika en worden met containerschepen naar Europa vervoerd. De blokken bevatten stempels en een samengeperste witte substantie. Blijkens de berekeningen en aangetroffen notities kosten de blokken 27.000 tot 29.000 euro per stuk en worden er aanzienlijke geldbedragen verdiend met de handel in de blokken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat cocaïne vanuit Zuid- en Midden-Amerika in de vorm van samengeperste blokken (meestal voorzien van stempels) van een kilo naar Europa worden verscheept, verstopt in containers, en dat de handel in cocaïne zeer lucratief is. Voor legale handel wordt doorgaans niet met PGP-telefoons gecommuniceerd. [medeverdachte 1] waarschuwt aan het eind van het laatste transport ook dat niet langer op deze wijze gecommuniceerd moet worden omdat het niet veilig is dan wel wordt gevolgd. </para>
        <para>De kiloprijs van cocaïne varieerde in de periode van de eerste drie zaken tussen de 26.000 en 30.000 euro, afhankelijk van de markt. </para>
        <para>De rechtbank is, gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat alle transporten gaan over de invoer van cocaïne.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van de rol van verdachte:</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is zoals hiervoor bij de diverse feiten aangegeven, betrokken geweest bij de invoer van alle vier partijen cocaïne. Verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben ten tijde van de transporten vrijwel dagelijks intensief contact. Hoewel [medeverdachte 1] duidelijk de meest leidende rol heeft en ook contacten heeft met de leverancier in Zuid-Amerika ( [naam 2] ), heeft verdachte eveneens een sturende rol gehad in de transporten, zij het een iets kleinere dan [medeverdachte 1] . Verdachte stuurde mensen aan, deed mee aan de berekeningen van de opbrengst, de verdeling van de blokken en de bespreking van de opties over de in te zetten ‘uithalers’, hij wordt boos als dingen mogelijk niet goed zijn gegaan en wordt continue over het proces van het transport geïnformeerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het voorgaande, bewezen kan worden dat verdachte, samen met anderen, de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheden cocaïne Nederland heeft ingevoerd. Bij de feiten 1 tot en met 3 is de cocaïne via de Westerschelde binnen het grondgebied van Nederland gebracht om vervolgens in Antwerpen aan te komen. Vervolgens is vanuit Antwerpen een deel van die partijen cocaïne vervoerd en weer Nederland ingevoerd en in Nederland verder vervoerd en afgeleverd. Er is ten aanzien van alle vier transporten sprake van een gemeenschappelijke opzet en nauwe en volledige samenwerking tussen in ieder geval verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Zij hebben intensief met elkaar gecommuniceerd via encrypted telefoons over de voortgang van de transporten, de voorgenomen verdeling van de blokken en de gemaakte kosten bij de uithaal daarvan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op grond van de bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij verklaart bewezen dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>(zaaksdossier 196 blokken)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 13 augustus 2015 tot en met 28 september 2015 te Suriname en/of Antwerpen en/of elders in België en op de Westerschelde en in Almere en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,</para>
    </parablock>
    <para>- opzettelijk meermalen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 196 kilogram en vervolgens ongeveer 140 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne; en</para>
    <para>- opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd ongeveer 140 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>(zaaksdossier 206 blokken)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 7 augustus 2015 tot en met 23 augustus 2015 te Suriname en/of Antwerpen en/of elders in België en op de Westerschelde en Almere en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,</para>
    </parablock>
    <para>- opzettelijk meermalen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 206 kilogram en vervolgens ongeveer 133 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne; en</para>
    <para>- opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd ongeveer 133 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>(zaaksdossier 430 blokken)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 29 augustus 2015 tot en met 16 oktober 2015 te Suriname en/of Antwerpen en/of elders in België en op de Westerschelde en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,</para>
    </parablock>
    <para>- opzettelijk meermalen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 430 kilogram en vervolgens ongeveer 258 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne; en</para>
    <para>- opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd ongeveer 258 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 4: </emphasis>
      </para>
      <para>(zaaksdossier 865 blokken)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 21 maart 2020 tot en met 30 maart 2020 te Suriname en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 865 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Het vonnis zal in de gevallen waarin de wet dit vereist, worden aangevuld met een bijlage met daarin de bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Procesafspraken, waaronder het afdoeningsvoorstel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>De officier van justitie heeft op 4 april 2025 procesafspraken toegestuurd, gedateerd 4 april 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>In de procesafspraken die het Openbaar Ministerie en de verdediging zijn overeengekomen, staat dat het Openbaar Ministerie en de verdediging door het maken van procesafspraken beogen de behandeling van deze strafzaak zo efficiënt mogelijk te maken. Verdachte beoogt voorts door het maken van procesafspraken de strafeis te beperken en afspraken te maken over de ontneming. Het Openbaar Ministerie en de verdediging zijn het volgende overeengekomen:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat het Openbaar Ministerie ter terechtzitting bewezenverklaring zal vorderen van de feiten 1 t/m 4;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat het Openbaar Ministerie ter terechtzitting voor de feiten 1 t/m 4 een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar onvoorwaardelijk zal vorderen, met aftrek van de tijd die in voorarrest en uitleveringsdetentie is doorgebracht. Ten aanzien van de uitleveringsdetentie is ter terechtzitting aangevoerd dat het Openbaar Ministerie daarbij uitgaat van een aanvangsdatum van de uitleveringsdetentie van 30 oktober 2023. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Daarnaast zal het Openbaar Ministerie een geldboete vorderen van € 1.250.000,-, bij onvolledige of niet tijdige betaling te vervangen door 365 dagen vervangende hechtenis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het Openbaar Ministerie zal vorderen dat de rechtbank aan verdachte de maximale termijn van twee jaar als bedoeld in artikel 24a lid 3 Wetboek van Strafrecht zal gunnen om de volledige boete te betalen, door te vorderen dat de geldboete betaald kan worden in acht termijnen van drie maanden, te weten</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>-		de eerste 6 termijnen van elk € 150,- gevolgd door</para>
        <para>-		1 termijn van € 100,- en tot slot</para>
        <para>-		1 termijn van € 1.249.000,-;</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat, indien betaling van de geldboete – al dan niet deels – contant zal plaatsvinden, dit niet zal leiden tot een witwasvervolging;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat het Openbaar Ministerie ter terechtzitting een ontnemingsvordering zal aankondigen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat, indien de rechtbank de overeengekomen geldboete oplegt en deze door verdachte tijdig wordt betaald, een ontnemingsvordering achterwege zal blijven, dan wel zal worden ingetrokken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat, indien verdachte niet tijdig de geldboete heeft voldaan en het Openbaar Ministerie een ontnemingsprocedure start, de reeds verrichte betalingen in het kader van de geldboete in mindering worden gebracht op het eventueel in de ontnemingsprocedure door de rechtbank/het hof vast te stellen en door verachte te betalen wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de verdediging geen bewijs-, ontvankelijkheids- of strafmaatverweren zal voeren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de verdediging reeds gedane onderzoekswensen zal intrekken en geen nieuwe onderzoekswensen zal formuleren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat verdachte en het Openbaar Ministerie niet in appel zullen gaan indien de rechtbank de overeengekomen strafeis volgt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat het Openbaar Ministerie verdachte niet zal vervolgen voor soortgelijke Opiumwetdelicten als de tenlastegelegde feiten die zijn gepleegd in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 9 maart 2021, op het moment dat het Openbaar Ministerie en de verdediging berusten in het vonnis van de rechtbank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat het Openbaar Ministerie zich niet zal verzetten tegen een voorwaardelijke invrijheidsstelling en detentiefasering, tenzij het gedrag van verdachte gedurende de detentie daartoe aanleiding geeft;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat verdachte zich niet zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis en zijn straf. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>De rechter kan alleen acht slaan op een door het Openbaar Ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.<footnote-ref linkend="_0d63d629-ee97-4f86-8115-1cedff96c969" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4</nr>
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft op de terechtzitting van 24 april 2025, terwijl hij werd bijgestaan door zijn raadsman mr. C.C. Polat, verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij met zijn raadsman in gesprek is gegaan met het Openbaar Ministerie om zo snel mogelijk duidelijkheid over de afloop van de zaak te kunnen krijgen en deze daarmee zo spoedig mogelijk achter zich te kunnen laten, en om met deze procesafspraken een lagere strafeis te krijgen dan zonder afdoeningsvoorstel zou worden geëist. Zijn raadsman is bij alle gesprekken aanwezig geweest. </para>
        <para>Hij is zich ervan bewust dat hij met het afdoeningsvoorstel afstand heeft gedaan en doet van bepaalde rechten om zichzelf te verdedigen. Verdachte heeft ter zitting verklaard volledig achter alle gemaakte afspraken te staan. </para>
        <para>Hij heeft, behalve met zijn partner, niet met andere personen gesproken over de procesafspraken. De gesprekken met zijn partner hebben geen invloed gehad op zijn keuzes bij het maken van de afspraken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.5</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat de verdachte, die gedurende zijn proces steeds is bijgestaan door een raadsman, vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling van vergewist dat verdachte nog altijd achter de gemaakte afspraken en het afdoeningsvoorstel staat en hij niet onder druk is gezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.6</nr>
      <para>De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat zij acht kan slaan op het afdoeningsvoorstel.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>10</nr>Motivering van de straffen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft – overeenkomstig de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel - gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar, met aftrek van voorarrest en de tijd die in uitleveringsdetentie is doorgebracht, alsmede tot een geldboete van € 1.250.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 365 dagen, te betalen in acht driemaandelijkse termijnen van zesmaal </para>
        <para>€ 150,-, dan eenmaal € 100,- en tot slot eenmaal € 1.249.000,-. </para>
        <para>Ten aanzien van de strafmaat is in de procesafspraken opgemerkt: ‘De internationale handel in grote partijen cocaïne is in de ogen van het Openbaar Ministerie een ernstig strafbaar feit, dat vaak gepaard gaat met andere misdrijven. De tenlastelegging bevat meerdere Opiumwet feiten die zijn gepleegd gedurende een langere periode waarbij grote partijen cocaïne zijn ingevoerd in Nederland. </para>
        <para>Verdachte heeft bij het plegen van deze feiten volgens het Openbaar Ministerie samen met medeverdachten een leidende c.q. sturende rol in het geheel. Medeverdachte [medeverdachte 1] , die voor dezelfde feiten conform procesafspraken is veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf, stond volgens het Openbaar Ministerie iets hoger op de ladder van de organisatie, maar dat doet niet af aan de rol van verdachte als medeorganisator van de transporten. Hij stuurde medeverdachten aan om bepaalde taken uit te voeren en werd op de hoogte gehouden van problemen en resultaten. Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat – zonder procesafspraken en in het voordeel van verdachte rekening houdend met het feit dat hij geen relevante justitiële documentatie heeft – een strafeis van minimaal tien jaar gevangenisstraf passend en geboden zou zijn’. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte geen strafblad heeft en dat hij, zoals is voorgehouden, iets lager op de ladder van de organisatie van de transporten zou hebben gestaan dan de reeds veroordeelde medeverdachte [medeverdachte 1] . Daarnaast is het inmiddels nog langer geleden dat de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd dan ten tijde van de veroordeling van de medeverdachten, waaronder [medeverdachte 1] . Daarom heeft de raadsman de rechtbank verzocht om de procesafspraken te volgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich in 2015 en 2020 samen met anderen schuldig gemaakt aan het invoeren van vier zeer grote hoeveelheden van in totaal bijna 1.700 kilo cocaïne. Verdachte was medeorganisator van deze transporten. Hij had een sturende en medebeslissende rol en werd geïnformeerd over het proces rondom de transporten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Cocaïne is schadelijk voor de volksgezondheid en mede daarom is het invoeren ervan verboden. De handel in cocaïne brengt bovendien allerlei andere vormen van criminaliteit mee. Er gaat veel geld in deze handel om, waardoor de financiële belangen van daders groot zijn. Om die belangen te beschermen wordt (extreem) geweld niet geschuwd. Aangenomen mag worden dat verdachte zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen verlangen naar rijkdom. De grootschalige invoer van verdovende middelen heeft daarnaast ook een sterk ondermijnend effect. Uit het dossier komt naar voren dat de drugssmokkel mogelijk was omdat onder meer corrupte havenmedewerkers meewerkten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de aard en de ernst van de feiten, de grote en sturende rol van de verdachte daarbij, en persoon van de verdachte, is een gevangenisstraf voor langere duur op zijn plaats. </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het afdoeningsvoorstel met betrekking tot de strafoplegging. Het voorstel staat in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Het voorstel dient niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling maar ook een effectieve afdoening van de zaak: nu de rechtbank in overeenstemming met het afdoeningsvoorstel oordeelt, vloeit daaruit in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. De op te leggen straf kan onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. Het voorstel doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van zeven jaar, zoals vastgelegd in de procesafspraken tussen de officier van justitie en de verdediging, in de gegeven omstandigheden een passende straf is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 23, 24a, 24c, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">ten aanzien van 196 kilo</emphasis>: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">ten aanzien van 140 kilo</emphasis>: eendaadse samenloop van: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">ten aanzien van 206 kilo</emphasis>: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">ten aanzien van 133 kilo</emphasis>: eendaadse samenloop van: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="italic">ten aanzien van 430 kilo</emphasis>: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">ten aanzien van 258 kilo</emphasis>: eendaadse samenloop van: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    <para />
    <para>4. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, [de verdachte] , daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">7 (zeven) jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis en in de daaraan voorafgaande uitleveringsdetentie is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts tot een geldboete van <emphasis role="bold">€ 1.250.000,-</emphasis> (één miljoen tweehonderdvijftigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 365 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de geldboete in <emphasis role="bold">8 (acht) driemaandelijkse termijnen</emphasis> van </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>(eerst) zesmaal een bedrag van € 150,- (honderd vijftig euro)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(dan) éénmaal een bedrag van € 100,- (honderd euro) </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(en tot slot) éénmaal een bedrag van € 1.249.000,- (één miljoen tweehonderdnegenenveertig duizend euro)</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>mag worden voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. G.M. Beunk, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.P.E. Meewisse en C.C.J. Maas-van Es, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […] </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0d63d629-ee97-4f86-8115-1cedff96c969" label="1">
    <para> Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2023/31 m.nt. Mevis rov. 5.4.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>