<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:5081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T16:02:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/283643-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5081">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5081</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:13:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:5081 Rechtbank Amsterdam , 17-07-2025 / 13/283643-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5081:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Polen, executie-EAB, overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:5081:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/283643-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 16 juli 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 11 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_432bd6ac-7546-480e-bd69-14b90b45e6ef" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2024 door de <emphasis role="italic">Regional Court in Radom</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] (Polen),</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 4 juni 2025 </emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 juni 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. Habib, advocaat in ’s-Gravenhage en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_0e8e8cff-2fa0-4d21-aeb5-f43f0084f9de" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak </emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025<footnote-ref linkend="_ac10ba3d-acce-4481-8a8d-53c61979d6d7" /> heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om nadere informatie op te laten vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met het oog op de toetsing aan de weigeringsgrond van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 2 juli 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 2 juli 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. Y. Habib en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de dubbele strafbaarheid, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW ten aanzien van vonnis II K 2094/19, vonnis II K 2730/19, vonnis II K 2981/19 en vonnis II K 2895/19, het gelijkstellingsverzoek en artikel 11 OLW. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzamelvonnis van de </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">District Court in Radom</emphasis>
        <emphasis role="underline"> van 30 oktober 2023, met referentie II K 1725/23</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 18 juni 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum op 20 juni 2025, de volgende vragen voorgelegd aan de Poolse autoriteiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“1) Does the address instruction given to and received by the requested person (in the cases with references II K 2730/18, II K 2094/19, II K 2981/19 and II K 2895/19) also relate to a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(possible) procedure for the accumulation of the sentences imposed?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2) How was this made known to the requested person?”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 27 juni 2025 hierop als volgt geantwoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“With regard to point 1: The instruction regarding the address also applies to</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">proceedings concerning the possible aggregation of the aforementioned penalties.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic"> With regard to point 2: The wanted person has been instructed accordingly in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">each of the cases subject to aggregation, specifically with reference to the content</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">of Article 139 § 1 and § 3 of the Polish Code of Criminal Procedure, which states:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">§ 1: “If a party changes their place of residence without providing a new address, or</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">does not reside at the address previously provided, any correspondence sent to that</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">address shall be deemed effectively served.”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">§ 3: “The provision of § 1 does not apply to correspondence sent for the first time</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">following a final acquittal of the accused.”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stanpunt van de raadsman </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering geweigerd moet worden omdat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zijn geschaad. Hij was niet op de hoogte van het verzamelvonnis. Er wordt in de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 27 juni 2025 slechts verwezen naar een Pools wetsartikel. Het is nog steeds onduidelijk op welke wijze de dagvaarding in de verzamelprocedure aan de opgeëiste persoon is dan wel geacht moet worden te zijn betekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit afdoende is om af te zien van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW ten aanzien van het verzamelvonnis. Het is haar ambtshalve bekend is dat de adresinstructies die worden gegeven in de onderliggende procedures zich ook tot over de verzamelprocedure uitstrekken. Bovendien valt de uitkomst van de wijziging van de totale straf door middel van een verzamelvonnis ten gunste van de opgeëiste persoon uit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit geeft in de aanvullende informatie van 27 juni 2025 aan dat de adresinstructie zich tevens uitstrekte over een mogelijke verzamelprocedure (“<emphasis role="italic">the instruction regarding the address also applies to proceedings concerning the possible aggregation of the aforementioned penalties”)</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de rechtbank Amsterdam is een dergelijke adresinstructie in een aantal gevallen voldoende om af te zien van het weigeren van de overlevering op grond van artikel 12, OLW. In het onderhavige geval doet die situatie zich naar het oordeel van de rechtbank echter niet voor.<footnote-ref linkend="_c7d742ce-4854-4838-af62-9dec84e5b901" /> Niet is gebleken dat aan de opgeëiste persoon in het kader van de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid een adresinstructie is gegeven noch dat de opgeëiste persoon op de hoogte kon of moest zijn van het feit dat de in het kader van een onderliggend vonnis gegeven adresinstructie ook zou (kunnen) zien op de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis. Dat die adresinstructie zich volgens de uitvaardigende justitiële autoriteit ook uitstrekte over een eventuele verzamelprocedure betekent immers niet - zonder meer - dat dit de opgeëiste persoon duidelijk was of moest zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al met al brengt dit met zich mee dat niet vastgesteld kan worden dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk wist van de procedure rondom het verzamelvonnis (of daarvan had kunnen en moeten weten) en of hij al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de overlevering dan ook weigeren op grond van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Regional Court in Radom</emphasis>, Polen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de (geschorste) overleveringsdetentie van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis>.  </para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,	  				                         			 voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.G. Vegter en A. Pahladsingh,					   		    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. D.F.A. Reuvekamp en M.C. Hooibrink,        		    griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_432bd6ac-7546-480e-bd69-14b90b45e6ef" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e8e8cff-2fa0-4d21-aeb5-f43f0084f9de" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac10ba3d-acce-4481-8a8d-53c61979d6d7" label="3">
    <para> Zie uitspraak Rb Amsterdam 18 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4810 (ter publicatie aangeboden). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7d742ce-4854-4838-af62-9dec84e5b901" label="4">
    <para> Vergelijk o.a. rechtbank Amsterdam 17 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2179 en 30 mei 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3183. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>