<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:4372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T09:13:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1310187625</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:4372">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:4372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-10T17:54:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:4372 Rechtbank Amsterdam , 25-06-2025 / 1310187625</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:4372:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie EAB uit Hongarije. Situatie als bedoeld in art 12 OLW van toepassing voor een arrest en afzien van weigering voor de tul van de strafbeschikking; de opgeëiste persoon heeft de beschikking en de informatie over het instellen van hoger beroep ontvangen op het door hem opgegeven adres. Hij heeft in de procedure een adresinstructie gekregen. Art 11: Algemene gevaar weggenomen door de individuele detentiegarantie. Overlevering toestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:4372:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-101876-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 juni 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_662a05f5-eb9b-40e6-a65b-f899ecb4c20b" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 19 februari 2025 door <emphasis role="italic">the Penal Enforcement Unit of the Tatabánya Regional Court, Tatabánya, </emphasis>Hongarije<emphasis role="italic">, </emphasis>(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Hongarije), </para>
      <para>feitelijk verblijvende op het adres </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting 11 juni 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_393ffc6d-490c-4f29-8ed7-614b69e2e34f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">enforceable Judgment No. 3.B.192/2023/65 of the Tatabánya Regional Court dated 17 April 2024, which became final and binding by judgment No. Bf.I.64/2024/15. of the Györ Court of Appeal on 25 June 2024. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">In this judgment, the Court ordered the enforcement of the suspended custodial sentence imposed in order No. 4.Bpk.223/2019/2 of the Esztergom District Court on 06 August 2019, which became final and binding on 03 September 2019</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaren en zes maanden, die nog volledig resteren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_9a78bf19-db80-4a58-8054-b73b1321ed8b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de beslissing van <emphasis role="italic">the Tatabánya Regional Court dated 17 April 2024, which became final and binding by judgment No. Bf.I.64/2024/15. of the Györ Court of Appeal on 25 June 2024</emphasis> heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten voldoende heeft kunnen uitoefenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de beslissing van de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd door <emphasis role="italic">the Esztergom District Court on 06 August 2019, which became final and binding on 03 September 2019</emphasis> met nummer <emphasis role="italic">No. 4.Bpk.223/2019/2 </emphasis>heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd. De opgeëiste persoon is niet in persoon aanwezig geweest bij de beslissing van 6 augustus 2019 waarbij hem een straf van anderhalf jaar is opgelegd. Deze beslissing is vervolgens per brief  naar zijn adres gestuurd waarbij werd vermeld dat de opgeëiste persoon binnen acht dagen hoger beroep kon instellen. De opgeëiste persoon heeft dat niet gedaan en vervolgens is die beslissing definitief geworden. Deze gang van zaken doet vermoeden dat sprake is geweest van een buitengerechtelijke strafoplegging. Hierdoor heeft de opgeëiste persoon onvoldoende zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat de behandeling van de zaak dient te worden aangehouden om van de Hongaarse autoriteiten de bevestiging te krijgen dat opgeëiste persoon alsnog hoger beroep tegen deze beslissing kan instellen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de beslissing van <emphasis role="italic">the Tatabánya Regional Court dated 17 April 2024</emphasis> stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat dit de laatste instantie is waarbij over de schuld van de opgeëiste persoon is geoordeeld. De opgeëiste persoon was in persoon aanwezig op die zitting en dus is artikel 12 OLW niet van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het arrest met nummer<emphasis role="italic"> No. Bf.I.64/2024/15. of the Györ Court of Appeal on 25 June 2024</emphasis> is de laatste beoordeling over de straf van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon was niet in persoon aanwezig op deze zitting, maar zijn gemachtigde raadsman wel. Ten aanzien van deze beslissing doet zich de situatie voor als bedoeld in artikel 12 sub b OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie van de Hongaarse uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de beslissing van 6 augustus 2019 van <emphasis role="italic">the Esztergom District Court</emphasis> een strafbeschikking is. Deze strafbeschikking is per post opgestuurd naar het door opgeëiste persoon opgegeven adres en op 28 augustus 2019 op dat adres ontvangen. Hierbij is de opgeëiste persoon tevens geïnformeerd dat hij binnen acht dagen hoger beroep kon instellen. Dat heeft de opgeëiste persoon niet gedaan en vervolgens is de beslissing definitief geworden. De opgeëiste persoon heeft in deze procedure een adresinstructie gekregen. De bij deze beslissing opgelegde voorwaardelijke straf is op 17 april 2024 door <emphasis role="italic">the Tatabánya Regional Court </emphasis>tenuitvoergelegd wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de situatie als bedoeld in artikel 12 sub c OLW zich voordoet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de beslissing van </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">the Tatabánya Regional Court dated 17 April 2024, which became final and binding by judgment No. Bf.I.64/2024/15. of the Györ Court of Appeal on 25 June 2024.</emphasis>
        </para>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_469118e3-2bd1-4df5-83c5-7a171ddb8315" /> De rechtbank zal daarom de procedure in hoger beroep aan artikel 12 OLW toetsen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de beslissing </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">the Esztergom District Court on 06 August 2019, which became final and binding on 03 September 2019</emphasis>
          <emphasis role="underline"> met nummer </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">No. 4.Bpk.223/2019/2.</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking, die - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
        <para>Uit de stukken volgt dat de opgeëiste persoon gedurende de ‘criminal proceedings’ voor het feit waarvoor hij de strafbeschikking opgelegd heeft gekregen een adres heeft opgegeven. De opgeëiste persoon heeft daarbij een adresinstructie ontvangen, waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan. De strafbeschikking is gezonden aan het door de opgeëiste persoon opgegeven adres. De rechtbank stelt dan ook vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was. Door zich niet op het door hem opgegeven adres bereikbaar te houden voor op de strafprocedure betrekking hebbende correspondentie, heeft de opgeëiste persoon  stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om over de strafbeschikking gehoord te worden, dan wel is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. De overlevering levert daarom geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op.</para>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om van de Hongaarse autoriteiten de bevestiging te krijgen dat opgeëiste persoon alsnog hoger beroep tegen deze beslissing kan instellen en wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsman dan ook af. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; Hongaarse detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken<footnote-ref linkend="_d31338f3-6888-4178-9b54-302698dfb325" /> op basis van het rapport van <emphasis role="italic">the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment</emphasis> (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de <emphasis role="italic">ill-treatment</emphasis> van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest.</para>
      <para>Van <emphasis role="italic">The Ministry of Justice of Hungary Department of International Criminal Law </emphasis>is op 20 mei 2025, voor zover van belang, de volgende informatie ontvangen:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“The Ministry of Justice of Hungary has the honour to inform you that the National Headquarters of the Hungarian Prison Service which has jurisdiction in Hungary to provide this binding assurance, guarantees that [opgeëiste persoon] Hungarian national will, if surrendered from the Netherlands pursuant to the European arrest warrant No. Szv.510-509/2023/14. issued by the Regional Court of Tatabánya not be detained in the Tiszalök Penitentiary Center.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten van de raadsman en de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat met deze individuele detentiegarantie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_f37aa409-2718-442c-a524-c2f7315569da" /></para>
      <para>Uit deze individuele detentiegarantie van <emphasis role="italic">The Ministry of Justice of Hungary Department of International Criminal </emphasis>van 20 mei 2025 volgt dat gegarandeerd wordt dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden geplaatst in <emphasis role="italic">the Tiszalök Penitentiary Center</emphasis>. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de verstrekte individuele garantie, hiermee het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen. De weigeringsgrond van artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Penal Enforcement Unit of the Tatabánya Regional Court, Tatabánya, </emphasis>Hongarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. L.F. Bögemann en D.M.S. Gribling,					   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos en G.S. Haas,	                                     		    griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_662a05f5-eb9b-40e6-a65b-f899ecb4c20b" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_393ffc6d-490c-4f29-8ed7-614b69e2e34f" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. 	</para>
    <para>ÁG213121794921uÈ </para>
    <para>G213121794921</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_9a78bf19-db80-4a58-8054-b73b1321ed8b" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_469118e3-2bd1-4df5-83c5-7a171ddb8315" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d31338f3-6888-4178-9b54-302698dfb325" label="5">
    <para> Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025,  ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f37aa409-2718-442c-a524-c2f7315569da" label="6">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>