<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:4175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-16T13:13:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/3996</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:4175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:4175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-16T08:50:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:4175 Rechtbank Amsterdam , 19-06-2025 / AMS 24/3996</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:4175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Verweerder was bevoegd om de auto weg te slepen omdat het op dat moment noodzakelijk was in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen. Verweerder kon de kosten van het wegslepen van de auto in redelijkheid op eiseres verhalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:4175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AMS 24/3996 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Doruk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder </bridgehead>
    <para>( [gemachtigde verweerder] ).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Deze uitspraak gaat over het door verweerder laten wegslepen van de auto van eiseres omdat deze geparkeerd stond op een parkeerplaats alleen bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen. Eiseres is het niet eens met deze toepassing van bestuursdwang. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de auto van eiseres mocht wegslepen en de kosten daarvan op eiseres mocht verhalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met het primaire besluit van 5 maart 2024 heeft verweerder met toepassing van bestuursdwang het voertuig van eiseres laten wegslepen omdat het geparkeerd stond op een parkeerplaats die alleen bestemd is voor het opladen van elektrische voertuigen aan de Vogelenzangstraat, ter hoogte van huisnummer 34, te Amsterdam. De kosten voor het wegslepen van de auto á € 373,- zijn voor rekening gekomen van eiseres. Met het bestreden besluit van 6 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Eiseres voert aan dat het wegslepen van haar auto niet noodzakelijk was. Zij heeft op 5 maart 2024 de door haar gehuurde auto van Share Now geparkeerd bij een laadpaal die op dat moment een rood knipperend licht vertoonde. Voor een leek op het gebied van elektrische auto’s, zoals eiseres, duidt een rood knipperend licht op een storing. Het is daarom redelijk te veronderstellen dat de laadpaal niet functioneerde. Integendeel, juist met de gedachte dat een laadpaal met storing schadelijk kan zijn voor een elektrische voertuig, heeft eiseres geparkeerd zonder de auto te koppelen aan de laadpaal met storing. De door de verweerder aangehaalde bevestiging van TotalEnergies dat er op die dag geen storing was, slaat slechts op een specifiek tijdstip. TotalEnergies zou aan verweerder wel een ander tijdstip hebben doorgegeven met een updatemoment van het systeem. Een schriftelijke documentatie van TotalEnergies ontbreekt. Er kan niet worden uitgesloten dat er rond 18:00 uur, het tijdstip waarop eiseres het voertuig parkeerde, wel degelijk een storing aanwezig was. Een ander relevant aspect is de mogelijkheid van functionele storingen binnen dergelijke oplaadsystemen, waarvan TotalEnergies mogelijk niet op de hoogte is. Gezien deze potentiële inconsistenties, kunnen de door TotalEnergies verstrekte specifieke tijdstippen van functioneren niet als doorslaggevend worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Was het noodzakelijk op bestuursdwang toe te passen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de auto van eiseres op het moment van wegslepen stond geparkeerd op een parkeerplaats met verkeersbord E4, een onderbord met de tekst ‘Opladen elektrische voertuigen’ met daaronder een onderbord met een pijl die het parkeervak aanwijst en dat de auto op dat moment niet was aangesloten aan het oplaadpunt. Gelet hierop was er sprake van een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, sub 2, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Omdat er sprake was van de bovengenoemde overtreding, was verweerder op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd om de auto weg te slepen, indien dat op dat moment noodzakelijk was in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen. Op grond van artikel 2, aanhef en onder c, van het Besluit wegslepen van voertuigen behoort de parkeerplaats tot de aangewezen weggedeelten en wegen. De vraag is daarom of het wegslepen van de auto op het betreffende moment ook noodzakelijk was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in de uitspraak van 28 juni 2017<footnote-ref linkend="_5c8d47ea-9ec1-4900-bb69-76067f08bc64" /> heeft overwogen, vergt de vraag of het wegslepen noodzakelijk is een beoordeling, waarbij de omstandigheden van het geval dienen te worden betrokken. De rechtbank stelt vast dat verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt stelt dat het wegslepen noodzakelijk was in verband met het vrijhouden van de aangewezen weggedeelten en wegen, omdat er op dat moment geen andere elektrische voertuigen gebruik konden maken van de parkeerplaats om op te laden. Volgens verweerder was er geen sprake van een storing aan de laadpaal  en derhalve geen aanleiding om te concluderen dat de laadpaal ten tijde van het wegslepen niet functioneel was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat sprake was van een storing aan de laadpaal ten tijde van het wegslepen van de auto. De enkele stelling van eiseres dat de laadpaal een rood knipperend licht vertoonde ten tijde van het parkeren van de auto, is hiervoor onvoldoende en niet ondersteund met objectief bewijs. Dit zegt namelijk niets over het moment van het wegslepen van de auto, welk moment in dit geval van belang is. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake was van een storing aan de laadpaal ten tijde van het wegslepen van de auto. Hierbij acht de rechtbank de e-mail van TotalEnergies van belang waarin wordt aangegeven dat er geen meldingen in het systeem zijn van storingen die dag. Nu er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de laadpaal ten tijde van het wegslepen van de auto niet functioneel was en het opladen van andere elektrische voertuigen dus wel mogelijk was, was verweerder op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd om de auto weg te slepen, omdat dat op dat moment noodzakelijk was in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mocht verweerder de kosten van het wegslepen van de auto op eiser verhalen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen gaan als regel uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal samen. Voor het maken van een uitzondering hierop kan aanleiding bestaan als de aangeschrevene geen verwijt valt te maken over de ontstane situatie en als bij het ongedaan maken van de strijdige situatie het algemeen belang in die mate is betrokken, dat moet worden geoordeeld dat kosten in redelijkheid niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene moeten komen. Ook andere, bijzondere omstandigheden kunnen het bestuursorgaan nopen tot het geheel of gedeeltelijk afzien van het kostenverhaal.<footnote-ref linkend="_8b6cdf7e-c478-4eb6-9df3-d065de1229d9" /> De rechtbank is van oordeel dat verweerder de kosten van het wegslepen van de auto in redelijkheid kon verhalen op eiseres. Van bijzondere omstandigheden bij eiseres is de rechtbank niet gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J.C.M. Schilder, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5c8d47ea-9ec1-4900-bb69-76067f08bc64" label="1">
    <para> ECLI:NL:RVS:2017:1694.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b6cdf7e-c478-4eb6-9df3-d065de1229d9" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3643. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>