<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T14:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-096579-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3957">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T14:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3957 Rechtbank Amsterdam , 11-06-2025 / 13-096579-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3957:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bulgaars executie-EAB. Situatie als bedoeld in artikel 12 sub b OLW. Bulgaarse detentieomstandigheden: detentiegarantie. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3957:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-096579-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 7 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_2ed8958c-53f7-446d-8091-ef8c40290d9d" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 2 januari 2024 door <emphasis role="italic">the Regional Prosecutor's Office, town of Blagoevgrad. Territorial Division- Sandanski</emphasis>, Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 mei 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, en door een tolk in de Bulgaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_81dda054-275f-49ee-8b54-7e8b31d4dc91" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">sentence No. 32/07.11.2023 under General Criminal Case No 632/2022, entered into force on 23.11.2023 of Sandanski Regional Court</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van negen maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_2ff4dbec-c441-4f3e-8168-60561b77456c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het proces dat tot de beslissing heeft geleid en dat een advocaat tijdens het proces namens hem de verdediging heeft gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet aan de overlevering in de weg staat omdat de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW aan de orde is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het EAB vermeldt onder d) dat de opgeëiste persoon tijdens het proces is vertegenwoordigd door zijn advocaat. Uit de aanvullende informatie van 20 mei 2025 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de gemachtigd advocaat van de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het EAB, de aanvullende informatie en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft onder e.I van het EAB twee lijstfeiten onderstreept, te weten: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de lijstfeiten niet in redelijkheid zijn aangekruist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het eerste lijstfeit, deelneming aan een criminele organisatie, niet in redelijkheid is aangekruist. Het tweede lijstfeit, illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, is wel in redelijkheid aangekruist maar grenst aan tegenstrijdigheid. Daarom heeft de officier van justitie zich subsidiair op het standpunt gesteld dat het feit dubbel strafbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit in de toelichting onder e.I van het EAB het volgende heeft vermeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">The offence under art. 354a par. 3 pr. 2 item 2 of Criminal Code subject to general</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	criminal code No 632/2022 according the records of Sandanski Regional Court - does</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	not fall into the list specified above of offences under item I at annex No 1 at Extradition</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Act and European Arrest Warrant</emphasis>.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieruit blijkt dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit niet heeft aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: Bulgaarse detentieomstandigheden </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op grond van de <emphasis role="italic">Public statement </emphasis>van het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> (hierna: CPT) van 26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).<footnote-ref linkend="_2d8f100c-d4c1-4276-803e-fffca2199604" /></para>
      <para>Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van </para>
      <para>4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt.<footnote-ref linkend="_42fa5033-26be-4e34-bcbe-cc06c0228163" /> Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van </para>
      <para>18 oktober 2022.<footnote-ref linkend="_0f8fcf12-2e93-455e-ab3f-61ee760b1bbb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het International Rechtshulp Centrum (IRC) op 15 mei 2025 vragen heeft gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de detentieomstandigheden in Bulgarije, waaronder de vraag “<emphasis role="italic">In which prison in Bulgaria will Mr [de opgeëiste persoon] most probably be detained after his surrender?</emphasis>”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aanvullende informatie van 20 mei 2025 hebben de Bulgaarse autoriteiten het volgende meegedeeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“1. According to the address registration of the person [de opgeëiste persoon] from the town of [geboorteplaats] , after his return to the Republic of Bulgaria he will be detained in the prison of the town of Bobov Dol; </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Throughout the entire stay of the person [de opgeëiste persoon] in the prison of the town of Bobov Dol, he will be provided with a sleeping room, in which 4 square meters of space will be observed (excluding sanitary facilities). </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. The conditions of detention in the Bobov Dol prison for the entire duration of the stay of the person [de opgeëiste persoon] in it are as follows: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(1). The designated premises in the Bobov Dol prison, where detained and convicted persons are accommodated, are designed to fully comply with the basic minimum standards of the Committee Against Torture for personal living space in the prison institution in cells for multiple accommodation – with size of 4 sq.m., clear living space (excluding the area of the sanitary premise). In them is provided direct access to daylight, suitable for work and reading. The possibility of natural ventilation is also provided, while meeting security requirements, which h in no way present the access of light and fresh air. The windows in the premises are made of PVC material. The artificial lighting, providing the necessary light in the dark part of the day, meets the technical standards. Each person is provided with a bed with the appropriate bedding accessories and a cabinet for storing personal belongings. The premises have a separate sanitary premise, a sink and continuous access to water for drinking and sanitary needs.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_75313e1f-d2a5-44c5-8895-2d9ef5431b35" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat met de verstrekte detentiegarantie voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Bulgaarse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW niet in de weg aan het toestaan van de overlevering van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Prosecutor's Office, town of Blagoevgrad. Territorial Division-Sandanski</emphasis> (Bulgarije) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Westerman en M.W. Speksnijder,				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van G. Riedijk,                					    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2ed8958c-53f7-446d-8091-ef8c40290d9d" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81dda054-275f-49ee-8b54-7e8b31d4dc91" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ff4dbec-c441-4f3e-8168-60561b77456c" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d8f100c-d4c1-4276-803e-fffca2199604" label="4">
    <para> Zie HvJ EU 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90 en o.a. rb. Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42fa5033-26be-4e34-bcbe-cc06c0228163" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1097.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0f8fcf12-2e93-455e-ab3f-61ee760b1bbb" label="6">
    <para> Rb. Amsterdam 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75313e1f-d2a5-44c5-8895-2d9ef5431b35" label="7">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>