<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-30T14:14:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-078784-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3836">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T15:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3836 Rechtbank Amsterdam , 05-06-2025 / 13-078784-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3836:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roemeens executie-EAB. Artikel 11 en 12 OLW. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3836:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-078784-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 5 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 4 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_e7a5a43f-9687-4e1f-9349-579e1eab4624" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 12 maart 2025 door <emphasis role="italic">the First District Court of Bucharest </emphasis>(Roemenië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1989, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 mei 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_8ef7ff5e-beac-475e-9af7-6d8f5f604eb4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt als grondslag de <emphasis role="italic">Criminal Judgment No. 552 delivered on 24.08.2023 by the First District Court of Bucharest, declared final by the criminal decision no. 80/A/23.01.2024 of Bucharest Court of Appeal, 1st Criminal Division.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van negen maanden en 363 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens de begeleidende brief van 24 maart 2025 waarbij het EAB is toegezonden nog twee maanden en 337 dagen. Het verweer van de raadsvrouw dat onvoldoende duidelijk is wat de hoogte zou zijn van de resterende straf, slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_2733498a-c673-49e6-b997-3e3b2f3e51cc" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, nu onduidelijk is of de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij de procedures die tot die straf hebben geleid. Als hij aanwezig is geweest, is er geen verzet mogelijk, terwijl de verzetgarantie wel is aangekruist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank leidt uit de stukken het volgende af. De opgeëiste persoon is bij <emphasis role="italic">Judgement no. 390/18.9 GBLLE </emphasis>van 15 maart 2019 van <emphasis role="italic">the Central Criminal Court of Faro, Portugal</emphasis> veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2005 dagen. Bij <emphasis role="italic">Judgement no. 5063-19 in case no. B 4724-19 </emphasis>van 23 september 2019 van <emphasis role="italic">the District Court of Gothenburg, Sweden</emphasis> is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar (365 dagen). Deze straffen zijn door de Roemeense autoriteiten overgenomen en bij beslissing van <emphasis role="italic">the Argeş Regional Court No. 67/2022 </emphasis>van 9 februari 2022 samengevoegd tot een gevangenisstraf van vier maanden en 2005 dagen. Van deze samengevoegde gevangenisstraf resteren 363 dagen, na aftrek van de reeds in Portugal en Zweden ondergane detentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij <emphasis role="italic">Criminal Judgment no. 2060 of the Ploieşti District Court </emphasis>van 21 november 2022 is aan de opgeëiste persoon voorwaardelijke invrijheidstelling verleend, met een strafrestant van 363 dagen gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is de opgeëiste persoon bij <emphasis role="italic">Criminal decision no. 80/A/23.01.2024 of Bucharest Court of Appeal </emphasis>op 23 januari 2024 in hoger beroep veroordeeld voor een nieuw strafbaar feit, waarvoor aan hem een gevangenisstraf van negen maanden is opgelegd. Tevens is bij dit arrest de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen en de tenuitvoerlegging bevolen van de resterende gevangenisstraf van 363 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Criminal decision no. 80/A/23.01.2024 of Bucharest Court of Appeal</emphasis>
      </para>
      <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_639dbf72-6b84-44d9-b4c9-ae7e7278f761" /></para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in dit geval <emphasis role="italic">Criminal decision no. 80/A/23.01.2024 of Bucharest Court of Appeal </emphasis>moet worden getoetst omdat de zaak daarin ten gronde definitief is afgedaan. Uit de aanvullende informatie van 7 mei 2025 volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de procedure die tot dit arrest heeft geleid, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023<footnote-ref linkend="_ace720a7-145e-4464-9648-054ff62870bc" /> volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling terzake een eerder opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_c6c7d486-bb5c-462a-9f73-2576f9ac8bae" /></para>
      <para>In dit geval is de <emphasis role="italic">triggerende</emphasis> veroordeling <emphasis role="italic">Criminal decision no. 80/A/23.01.2024 of Bucharest Court of Appeal. </emphasis>Deze procedure is hiervoor al getoetst aan artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Judgement no. 390/18.9 GBLLE </emphasis>
        <emphasis role="bold">van 15 maart 2019 van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">the Central Criminal Court of Faro, Portugal</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van deze beslissing stelt de rechtbank op basis van de door de opgeëiste persoon ter zitting afgelegde verklaring vast dat hij in persoon aanwezig is geweest bij de procedure die tot deze beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW doet zich niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Judgement no. 5063-19 in case no. B 4724-19 </emphasis>
        <emphasis role="bold">van 23 september 2019 van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">the District Court of Gothenburg, Sweden</emphasis>
      </para>
      <para>Ook ten aanzien van deze beslissing stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon is verschenen bij de procedure die tot deze beslissing heeft geleid, gelet op de door de opgeëiste persoon ter zitting afgelegde verklaring. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW doet zich niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Criminal judgment no. 67/2022 of the Argeş Regional Court </emphasis>
        <emphasis role="bold"> van 9 februari 2022</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissing van <emphasis role="italic">the Argeş Regional Court </emphasis>van 9 februari 2022 waarbij de aanvankelijk in Portugal en Zweden opgelegde straffen zijn samengevoegd, behelst weliswaar een wijziging van de maat van de oorspronkelijke straffen maar uit de aanvullende informatie van 7 mei 2025 blijkt dat sprake is van een louter formele berekening, waarbij de rechter geen beoordelingsmarge toekomt. Deze beslissing valt dan ook niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW staat dan ook niet aan overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	telkens: diefstal </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	overtreding van artikel 107 Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	computervredebreuk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	poging tot oplichting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere zaken geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, met name gelet op de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).<footnote-ref linkend="_5fcc6dd8-dd1e-4dc2-9e62-bbc44977ad61" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 22 april 2025 hebben de Roemeense autoriteiten, voor zover hier van belang, de volgende detentiegarantie verstrekt ten behoeve van de opgeëiste persoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘If the person deprived of his liberty is handed over to the Romanian authorities at Henri Coanda Airport in Bucharest, he will be initially sent to </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Bucharest-Rahova</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Prison in order to pass through a quarantine period for 21 days in a room with a minimum space of 3 square meters. (…) Each inmate under quarantine and observation is  guaranteed the right to a daily walk for 2 hours. In addition, each inmate is offered a range of activities to choose from, creating the opportunity to spend a much longer period of time outside the cell if they choose to participate.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Depending on the extent of the sentence, he will most likely serve his custodial sentence initially under a </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">semi-open detention regime</emphasis>
        <emphasis role="italic">. Also, given his residence, most likely in the beginning he will serve the sentence in </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Ploieşti Prison</emphasis>
        <emphasis role="italic">. (…) Consequently, inmates serving their sentence under the semi-open prison regime have the opportunity to spend free time outside the cell throughout the day. They are sent back to their cells just for dinner and before making the evening call. In conclusion, in addition to the time spent on participation in activities and programmes and the exercise of rights, this category of inmates can spend their free time outside the cell in open air, actually using the cell only for rest or for various administrative activities and individual hygiene.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">
          [opgeëiste persoon] will be provided with a minimum personal space of 3 square meters, during the entire period of execution of the sentence, unless he is assigned to the open detention regime, during which period they will be provided with 4 square meters</emphasis>
        <emphasis role="italic">, including the bed and the related furniture, </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">but excluding the space for the sanitary facilities</emphasis>
        <emphasis role="italic">, with the number of inmates being configured in relation to the cell area.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Following the express request from the authorities of the Netherlands, (…) [opgeëiste persoon] </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">will not be held in Giurgiu Prison</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) the National Prison Administration guarantees that, throughout the entire period of execution of the sentence, inmates will benefit from a minimum personal space including the bed and related furniture, </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">and excluding the space intended for sanitary facilities</emphasis>
        <emphasis role="italic">, as follows:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- 3 sqm during the quarantine and observation period;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 3 sqm if the custodial sentence is served under a semi-open detention regime’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot artikel 11 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie is van mening dat artikel 11 OLW niet in de weg staat aan overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande detentiegarantie.<footnote-ref linkend="_e6652780-958c-407c-a872-ed57564e46a7" /> De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 138ab, 310, 311, 326 Wetboek van Strafrecht, 107 en 177 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the First District Court of Bucharest </emphasis>(Roemenië) voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de aanvullende informatie van 22 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mr. I. Verstraeten en mr. E.M. de Bie, 				   	   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e7a5a43f-9687-4e1f-9349-579e1eab4624" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ef7ff5e-beac-475e-9af7-6d8f5f604eb4" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2733498a-c673-49e6-b997-3e3b2f3e51cc" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_639dbf72-6b84-44d9-b4c9-ae7e7278f761" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ace720a7-145e-4464-9648-054ff62870bc" label="5">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6c7d486-bb5c-462a-9f73-2576f9ac8bae" label="6">
    <para> Rb. Amsterdam 4 mei 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:2884</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5fcc6dd8-dd1e-4dc2-9e62-bbc44977ad61" label="7">
    <para> Zie onder meer rechtbank Amsterdam 5 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:1995) en rechtbank Amsterdam 28 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:20 16:2630).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6652780-958c-407c-a872-ed57564e46a7" label="8">
    <para> HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>