<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T09:36:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 25 _ 2949</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3712">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T08:21:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3712 Rechtbank Amsterdam , 04-06-2025 / AWB - 25 _ 2949</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3712:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo buiten zitting. Geen formele en materiële connexiteit. Verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3712:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 25/2949 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 13 mei 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Uit artikel 8:81 van de Algemene wetbestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Zo moet er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Dit is het formele connexiteitsvereiste. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoekster heeft (pro forma) gevraagd om een voorlopige voorziening in een beroepsprocedure met verweerder. Zij heeft deze ingediend vanwege geldnood en om voor zichzelf rust te creëren. Daarbij heeft zij een mail van een medewerker van Reade, een brief van het Openbaar Ministerie van 26 oktober 2022 en een brief van de gemeente [woonplaats] van 23 oktober 2020 overgelegd. </para>
    <para />
    <para>3. Met de brief van 13 mei 2025 is verzoekster erop gewezen dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Verzoekster is verzocht toe te lichten met welk besluit zij het niet eens is, de gronden van haar verzoek mede te delen, het spoedeisend belang te onderbouwen en een kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is toe te sturen. Verzoekster is verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Verder is in deze brief expliciet vermeld dat het niet toesturen van de gevraagde stukken kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift.  </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster niet binnen de hersteltermijn heeft toegelicht met welk besluit zij het niet eens is en geen kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is heeft meegestuurd. De nadere stukken die verzoekster heeft ingediend zijn geen stukken waaruit de formele en materiële connexiteit blijkt. Zo heeft verzoekster een dwangbevel van het Noordelijk belastingkantoor en een brief van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) van 19 februari 2025 overgelegd. Tegen het dwangbevel kan verzoekster alleen in verzet en de brief van de AIVD is geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. </para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter ziet niet hoe zij verzoekster behulpzaam kan zijn in haar verzoek. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>