<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T15:40:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/085342-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3570">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3570</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T15:27:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3570 Rechtbank Amsterdam , 28-05-2025 / 13/085342-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3570:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Italië; tussenuitspraak i.v.m. vragen m.b.t. artikel 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3570:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/085342-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 mei 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 25 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_73ad4ce4-f9f4-4155-b469-84f238d44d62" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 7 januari 2025 door <emphasis role="italic">the Prosecutor General's Office – Catania</emphasis>, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 mei 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat te Hoofddorp, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet ( OLW ) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_235a7078-f304-4a6f-9554-56b620392841" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">judgment no. 253/24 delivered by the Court of Appeal of Catania, Iᵒ Division on 18.01.2024, which became final om 18.06.2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaar en tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_c2710b37-f0c2-4439-888d-c74d6f0557b2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. Uit het EAB en de aanvullende informatie volgt dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij het proces in hoger beroep en dat er een aangewezen advocaat was, maar dat is niet een advocaat die hij zelf heeft gemachtigd. Dat de opgeëiste persoon op de hoogte zou zijn van het proces in hoger beroep, strookt niet met de informatie dat hij gevlucht zou zijn en daardoor onvindbaar. Verder is de in de aanvullende informatie gegeven verzetgarantie niet onvoorwaardelijk. Het is niet te wijten aan de opgeëiste persoon dat hij niet op de hoogte was van het proces in hoger beroep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW geen beletsel is voor de overlevering. In het EAB en de aanvullende informatie staat dat de opgeëiste persoon een gemachtigd advocaat had bij het proces in hoger beroep die hem daadwerkelijk heeft verdedigd en dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces. Ook als een advocaat is toegewezen, kan deze gemachtigd zijn. Dat de opgeëiste persoon voortvluchtig was is een status, maar dat houdt niet in dat hij niet een advocaat kon machtigen. Als de opgeëiste persoon inderdaad onvindbaar was, dan is er de verzetgarantie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW , voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_d2353da0-2c73-4e88-a870-9a81bb7f9e2f" /> Uit het EAB volgt dat <emphasis role="italic">the Court of Appeal of Catania </emphasis>als laatste instantie de zaak ten gronde heeft behandeld. Daarom wordt alleen het proces dat tot de beslissing in hoger beroep heeft geleid getoetst aan artikel 12 OLW .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In onderdeel d) van het EAB is aangekruist dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij het proces in hoger beroep, maar dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces en een advocaat heeft gemachtigd die hem daadwerkelijk heeft verdedigd. Ook is vermeld dat de advocaat door de rechtbank is toegevoegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de ongedateerde aanvullende informatie staat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- The individual in question did appoint Attorney Cassibba as their legal representative.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- They have been notified of the trial date and the obligation to provide information regarding their domicile and any changes to it during the trial.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) a defendant, declared a fugitive - such as Mr. [opgeëiste persoon] who voluntarily and knowingly evaded arrest - was represented in court by a court-appointed attorney. In this case, Attorney Cassibba was appointed and duly fulfilled all defensive duties and powers.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">However, under Article 175 of the Italian Code of Criminal Procedures, the convicted person may demonstrate that they did not receive notice of the trial without their fault and may request to be granted a new trial.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht deze aanvullende informatie niet afdoende om te kunnen vaststellen dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in het proces in hoger beroep niet zijn geschonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarom verzoekt de rechtbank de volgende vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">Op welk moment in het proces heeft de opgeëiste persoon de advocaat gemachtigd? Indien de opgeëiste persoon tijdens het proces in eerste aanleg de advocaat heeft gemachtigd, gold deze machtiging dan ook voor het proces in hoger beroep?</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">2) Heeft deze aangewezen advocaat ook daadwerkelijk de verdediging van de opgeëiste persoon in hoger beroep gevoerd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">3) Door wie is er hoger beroep ingesteld?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">4) Is er sprake geweest van een vooronderzoek waarin de opgeëiste persoon als verdachte is gehoord, waarbij hij een adres heeft opgegeven en erop is gewezen dat hij elke adreswijziging moest doorgeven aan de autoriteiten en wat de gevolgen zijn als hij dit niet zou doen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">5) Gold deze adresinstructie ook voor een proces in hoger beroep en was het voor de opgeëiste persoon duidelijk dat deze adresinstructie ook gold voor het proces in hoger beroep? Op welke wijze is dat voor de opgeëiste persoon duidelijk geworden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">6) Zijn de oproepen voor de zitting in hoger beroep naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres gestuurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">7)Was de opgeëiste persoon op de hoogte van het proces in hoger beroep? En zo ja, hoe is dat gebleken?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en<emphasis role="bold"> SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen onder 3.1 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT </emphasis>dat de zaak vóór 12 juni 2025 weer op zitting wordt gepland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw en van een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en E.M. de Bie,             				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,	                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_73ad4ce4-f9f4-4155-b469-84f238d44d62" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_235a7078-f304-4a6f-9554-56b620392841" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW . </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2710b37-f0c2-4439-888d-c74d6f0557b2" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2353da0-2c73-4e88-a870-9a81bb7f9e2f" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>