<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-16T06:33:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/194</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3420">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-08T10:11:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3420 Rechtbank Amsterdam , 27-05-2025 / 25/194</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3420:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag urgentieverklaring. Omdat er sprake is van algemene weigeringsgronden heeft het college terecht besloten de aanvraag niet op medische of sociale gronden te toetsen en is de urgentieverklaring terecht afgewezen. Beroep op hardheidsclausule slaagt miet. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3420:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 25/194 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.R.G. Keijzer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, (het college) </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.M.E. Schuttenhelm).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van een urgentieverklaring. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. De aanvraag is door het college afgewezen omdat er sprake is van twee algemene weigeringsgronden. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de algemene weigeringsgronden aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen. Dat betekent dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat er sprake is van één of meer weigeringsgronden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 25 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 december 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, L. Ileri, als tolk Turks en de gemachtigde van het college. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres is een gescheiden vrouw met de zorg voor drie minderjarige kinderen van 7, 6 en 1 jaar oud. De oudste zoon van eiseres heeft de diagnose autisme. Eiseres heeft medische klachten aan haar voeten en arm. Na haar echtscheiding is de gezamenlijke woning aan de [adres 1] in Amsterdam aan eiseres toegewezen. Het betreft een particulier gehuurde vierkamerwoning van 65m2 op de tweede verdieping met een contract voor bepaalde tijd. Eiseres stond in de periode van 16 november 2020 tot </para>
        <para>1 januari 2024 ingeschreven op dit adres. Op die datum liep het huurcontract af en moest eiseres met haar kinderen de woning verlaten. Na het verlaten van de woning had eiseres kortdurend een briefadres bij haar voormalige buurvrouw. Eiseres en haar kinderen hebben sinds 10 juli 2024 een briefadres op de [adres 2] in Amsterdam. Eiseres slaapt met de drie kinderen op de grond in de woning van haar moeder. Haar moeder heeft een slechte gezondheid. Om die reden slaapt eiseres ook af en toe met haar kinderen bij haar zus. Eiseres staat sinds 1 juli 2011 ingeschreven in WoningNet. Zij had op het moment van de beslissing op bezwaar 13 wachtpunten en 21 zoekpunten. In de periode tussen 26 september 2022 en 27 september 2023 heeft eiseres vijf reguliere woningen aangeboden gekregen die zij heeft geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het college heeft de aanvraag van eiseres geweigerd op grond van twee algemene weigeringsgronden van artikel 2.10.5. eerste lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (HVV) en uitwerking daarvan in de Nadere regels. Aan eiseres is tegengeworpen dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem (de zogenoemde b-grond) omdat er sprake is (geweest) van een tijdelijke huurovereenkomst<footnote-ref linkend="_2d1802e3-edf5-4f97-8da3-60d24f01a7d9" /> en er sprake is van inwoning.<footnote-ref linkend="_153fe9b2-dff4-4299-9afd-b1af60f866c0" /> Aan eiseres is verder tegengeworpen dat zij het huisvestigingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen (de zogenoemde c-grond) omdat zij een gezin heeft gesticht zonder passende woonruimte<footnote-ref linkend="_48d111b2-e1de-4eb0-acd1-3539c70a2cdb" /> en omdat zij aangeboden passende woningen heeft geweigerd.<footnote-ref linkend="_b3ad6c55-0c7c-4f5a-8156-7e09da8abf5f" /> In de Nadere regels is bepaald dat niet aan artikel 2.10.8 van de HVV (sociale of medische gronden) wordt getoetst als de aanvraag wordt geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.10.5 van de HVV. Uit het bestreden besluit blijkt verder dat er volgens het college geen sprake is van een dermate schrijnende situatie dat de hardheidsclausule moet worden toegepast. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Weigeringen b-grond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat de weigeringsgronden ten onrechte aan haar zijn tegengeworpen. Met name betoogt eiseres dat er geen sprake is van inwoning, omdat zij door het pendelen tussen de woning van haar moeder en haar zus geen vaste plek heeft en veel instabiliteit ervaart. Eiseres stelt dat het college de situatie beter had moeten onderzoeken. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 22 april 2022. In die procedure was er sprake van een zodanig onstabiele situatie dat er niet gesproken kon worden van inwoning.<footnote-ref linkend="_5d479cee-76c0-4786-81ae-6f45372282e4" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de situatie in de door eiseres genoemde uitspraak geen vergelijkbaar geval is. De situatie van eiseres kent namelijk wel een zekere mate van stabiliteit. Eiseres verblijft vanaf kerst 2023 afwisselend bij haar moeder en haar zus. Er is dus geen sprake van rondzwervingen. De moeder van eiseres woont alleen in een driekamerwoning. Hoewel de woning niet groot is, heeft eiseres daar wel met haar kinderen een eigen kamer en een dak boven haar hoofd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op de zitting heeft eiseres toegelicht te vrezen voor dakloosheid omdat haar moeder een medische indicatie heeft voor een andere woning. Op dit moment is er echter  nog geen concreet zicht op een andere woning en tot die tijd kan eiseres bij haar moeder en haar zus verblijven. Mocht eiseres wegens een verhuizing van haar moeder alsnog op straat komen te staan kan zij gebruik maken van noodopvang voor gezinnen. De rechtbank overweegt verder dat eiseres bij de aanvraag veel informatie heeft aangeleverd en dat het college deze informatie bij de besluitvorming heeft betrokken. De stelling dat het college nader onderzoek had moeten doen naar de feitelijke situatie volgt de rechtbank dan ook niet. Uit het bovenstaande volgt dat het college deze weigeringsgrond aan eiseres heeft mogen tegenwerpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Het college heeft ook de weigeringsgrond dat er sprake was van een tijdelijk huurcontract aan eiseres kunnen tegenwerpen. Eiseres had in de periode van </para>
        <para>16 november 2020 tot 1 januari 2024 tijdelijke huurcontracten. In deze contracten stond expliciet dat de verhuurder de woning op enig moment wilde verkopen en dat eiseres in dat geval de woning zou moeten verlaten. Deze omstandigheid maakt dat het voor eiseres voorzienbaar was dat zij op enig moment op zoek zou moeten gaan naar een andere woning. Dat de inkomenspositie van eiseres door de echtscheiding is verslechterd, maakt dat niet anders. Ook samen met haar ex-partner had eiseres op zoek kunnen gaan naar een andere woning waar zij voor onbepaalde tijd had kunnen blijven. De rechtbank volgt eiseres niet in het standpunt dat deze weigeringsgrond discriminerend zou zijn voor mensen met een tijdelijk contract. Hoewel het begrijpelijk is dat mensen woonruimte betrekken op basis van een tijdelijk contract, maakt juist het gegeven van een voorzienbare afloop dat er geen sprake kan zijn van voorrang op de woningmarkt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Weigeringen c-grond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Eiseres stelt dat het college haar niet heeft mogen tegenwerpen dat zij een gezin heeft gesticht zonder passende woonruimte. Alleen het jongste kind van eiseres is ten tijde van de vorige tijdelijke woning geboren, daarvoor had eiseres ook al een gezin met twee kinderen. Het college heeft in reactie hierop verwezen naar de door eiseres bij de aanvraag overgelegde rapportage van Level van 27 september 2021. Daaruit blijkt dat eiseres bij de geboorte van haar eerste kind (ook) geen eigen zelfstandige woonruimte had. Daarnaast heeft eiseres in de laatste woning aan de [adres 1] haar gezin uitgebreid door een derde kind te krijgen. Hoewel het eiseres uiteraard vrij staat om een gezin te stichten en uit te breiden wanneer zij wil, is dit wel een omstandigheid die het huisvestigingsprobleem van eiseres verergert en daarom een reden is om iemand geen voorrang te geven op een woning. Het college heeft deze weigeringsgrond daarom aan eiseres mogen tegenwerpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Tot slot heeft het college eiseres tegengeworpen dat eiseres in de periode van </para>
        <para>26 september 2022 tot en met 27 september 2023 vijf woningen aangeboden heeft gekregen en dat zij deze heeft geweigerd. Hoewel deze woningen aan eiseres zijn aangeboden in de periode dat zij nog samen was met haar ex-partner en over woonruimte beschikte, maakt dit niet dat de weigeringen niet aan haar mogen worden tegengeworpen. Eiseres had op dat moment immers een tijdelijke huurwoning waarvan zij wist dat daar een einddatum aan zou zitten. Eiseres had haar huisvestingsprobleem kunnen voorkomen door toentertijd één van de aangeboden reguliere huurwoningen te accepteren met een huurcontract voor onbepaalde tijd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het college de weigeringsgronden aan eiseres heeft mogen tegenwerpen. Omdat er sprake is van algemene weigeringsgronden heeft het college terecht besloten de aanvraag niet op medische of sociale gronden te toetsen en is de urgentieverklaring terecht afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hardheidsclausule</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Als er algemene weigeringsgronden van toepassing zijn, kan onder omstandigheden toch urgentie worden verleend, op grond van de hardheidsclausule. Het uitgangspunt is dat alleen in zeer uitzonderlijke situaties aanleiding bestaat voor toepassing van de hardheidsclausule, gelet op het grote tekort aan sociale huurwoningen en het belang van een rechtvaardige verdeling van de beschikbare woonruimte. Als een beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule is het in beginsel aan de aanvrager die een beroep doet op toepassing daarvan om aan te tonen dat de problematiek van een dusdanige aard is dat het college op grond daarvan de aanvrager, boven alle andere woningzoekenden, voorrang moet verlenen. Dat is pas het geval indien er sprake is van een acuut levensbedreigend probleem of anderszins schrijnende situatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat eiseres door haar lange inschrijfduur inmiddels veel wacht- en zoekpunten heeft opgebouwd. Op de zitting bleek dat eiseres in totaal 30 punten heeft waarmee zij een reële kans maakt op een woning. Het college heeft daarbij toegelicht dat eiseres op dit moment al goede kans maakt op een voldoende grote woning met een lift voor haarzelf en haar kinderen in de stadsdelen Zuidoost en Noord. Dit belang heeft het college in het kader van de hardheid meegewogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Het college heeft ook het belang van de kinderen in het algemeen en het oudste kind van eiseres ( [naam] ) in het bijzonder meegewogen. De rechtbank kan het betoog van eiseres dat [naam] bij haar moeder thuis geen begeleiding voor zijn taalontwikkeling zou kunnen krijgen, niet volgen. De rechtbank begrijpt het zo dat eiseres stelt dat zij zelf aanwezig moet zijn bij de begeleiding en dat haar aanwezigheid betekent dat ook de andere kinderen aanwezig moeten zijn wat tot teveel onrust leidt voor [naam] . De rechtbank volgt niet dat dit probleem voortvloeit uit de woonsituatie, dit zou bij een andere woning immers ook het geval zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Het college stelt zich op het standpunt dat de problemen van het gezin in het algemeen en die van [naam] in het bijzonder niet zodanig ontwrichtend zijn dat het gezin voorrang moet krijgen op een woning op grond van de hardheidsclausule. Bij [naam] is autisme vastgesteld wat invloed heeft op zijn ontwikkeling, maar bij die problematiek is de woonsituatie slechts een factor. De rechtbank heeft oog voor de omstandigheid dat [naam] gebaat is bij een situatie van stabiliteit, maar dat heeft het college naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit voldoende meegewogen. Niet is gebleken dat een andere woning, met eigen kamer voor [naam] , medisch noodzakelijk is. De situatie van eiseres en haar kinderen is verre van ideaal, maar niet zodanig acuut levensbedreigend of daarmee te vergelijken dat het college gehouden was om de hardheidsclausule toe te passen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.N. van der Kroft, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2d1802e3-edf5-4f97-8da3-60d24f01a7d9" label="1">
    <para> Op grond van artikel 3, onder b, punt 5 van de Nadere regels.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_153fe9b2-dff4-4299-9afd-b1af60f866c0" label="2">
    <para> Op grond van artikel 3, onder b, punt 9 van de Nadere regels.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48d111b2-e1de-4eb0-acd1-3539c70a2cdb" label="3">
    <para> Op grond van artikel 3, onder c, punt 2 van de Nadere regels.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3ad6c55-0c7c-4f5a-8156-7e09da8abf5f" label="4">
    <para> Op grond van artikel 3, onder c, punt 3 van de Nadere regels.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d479cee-76c0-4786-81ae-6f45372282e4" label="5">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2022:2155.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>