<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-02T10:27:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-322694-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-26T07:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3324 Rechtbank Amsterdam , 21-05-2025 / 13-322694-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB uit Slowakije. Situatie als bedoeld in art. 12 sub d OLW. Slowaakse  detentieomstandigheden (art. 11 OLW) n.a.v. CTP-rapport van 10 april 2025. Overlevering toestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-322694-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 21 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 13 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_d4b9334c-7255-4292-9e6e-ae3f5fc04d53" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 22 november 2023 door de Rechtbank van eerste aanleg [geboorteplaats] <emphasis role="bold">, </emphasis>Slowaakse Republiek (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>feitelijk verblijvende op het adres [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 mei 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Slowaakse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_4d8df37a-e115-4167-ab14-e7e14c22562a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Slowaakse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een voor tuitvoerlegging vatbaar vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Zvolen van 20.05.2022, dossiernummer 2T/22/2022 in verband met de beschikking van de Rechtbank van tweede aanleg in Banská Bystrica, dossiernummer 5T0/113/2022 van 28.03.2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twaalf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_27903cc0-706d-4f97-9701-b5c350b7e63d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw en de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw en de officier van justitie stellen zich op het standpunt dat de door de uitvaardigende justitiële autoriteiten afgegeven verzetsgarantie duidelijk en onvoorwaardelijk is. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW doet zich hier niet voor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_3f2a8bfe-6630-49bb-a3be-eb29d6a73455" /> De rechtbank zal daarom de procedure in hoger beroep aan artikel 12 OLW toetsen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
        <para>Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteiten staat in onderdeel d) van het EAB het volgende vermeldt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3.4. the person was not personally served with the decision, but</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">the person will be personally served with this decision without delay after the</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">surrender; and</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">when served with the decision, the person will be expressly informed of his other right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re- examined, and which may lead to the original decision being reversed; and</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">the person will be informed of the timeframe within which he or she has to</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">request a retrial or appeal, which will be 8 days.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">oplichting,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat echter dat op het eerste feit, oplichting, naar het recht van Slowakije geen vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Het feit wordt bedreigd met een strafmaximum van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat een feit geen lijstfeit oplevert, kan niet direct tot weigering van de overlevering leiden. In zo’n geval moet de rechtbank nagaan of dat feit strafbaar is naar Nederlands recht.<footnote-ref linkend="_47026e5e-e583-47bb-8a2d-34912aec2a1a" /></para>
      <para>Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd. Pas wanneer ook naar Nederlands recht de strafbaarheid van het feit ontbreekt, rijst de vraag of de rechtbank gebruik maakt van de haar in de OLW geboden facultatieve weigeringsgrond.<footnote-ref linkend="_83c96270-a60b-47c7-be40-e6a3acf8fd15" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">oplichting</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; Slowaakse detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard op grond van het feit dat er een reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de gevangenissen in Slowakije. Dit gevaar blijk uit het rapport van het comité inzake de voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van de Raad van Europa (hierna: CPT) van 10 april 2025 en geldt in het bijzonder voor de detentiecentra Ružomberok en Žilina. Nu niet duidelijk is in welk detentiecentrum de opgeëiste persoon wordt geplaatst, dient de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de Slowaakse uitvaardigende justitiële autoriteiten vragen te stellen over waar de opgeëiste persoon geplaatst wordt en de specifieke detentieomstandigheden in dat detentiecentrum. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de bevindingen die blijken uit CPT-rapport van 10 april 2025 weliswaar zorgelijk zijn, maar dat deze niet zijn verergerd ten opzichte van de situatie voor het rapport. Integendeel, uit het rapport blijkt dat de situatie in de Slowaakse detentiecentra is verbeterd ten opzichte van de bevindingen van het CPT zoals gepubliceerd in het rapport 2018 naar aanleiding van zijn periodieke bezoek aan Slowakije, dat plaatsvond van 19 maart 2018 tot en met 28 maart 2018. Primair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. Subsidiair heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om haar in de gelegenheid te stellen het CPT-rapport van 10 april 2025 nader te bestuderen en vervolgens een standpunt te formuleren. Naar aanleiding van dat nadere standpunt van de officier van justitie kan de behandeling van de zaak dan eventueel worden aangehouden om de Slowaakse uitvaardigende justitiële autoriteiten nadere vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Slowaakse detentiecentra in het algemeen en/of in een aantal specifieke detentiecentra.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het CPT-rapport van 10 april 2025<footnote-ref linkend="_d136686a-8fbc-4d2a-8a77-ad391a03bc2d" /> en de reactie van de Slowaakse uitvaardigende justitiële autoriteit, <emphasis role="italic">the Government Response</emphasis>, op dat rapport<footnote-ref linkend="_cbe74b66-82ea-42aa-af98-f60799975465" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op basis van het CPT-rapport vast dat er zorgen zijn rondom de detentieomstandigheden in de detentiecentra <emphasis role="italic">Ružomberok Prison </emphasis>en <emphasis role="italic">Žilina Prison</emphasis>. </para>
      <para>In <emphasis role="italic">Ružomberok Prison</emphasis> zijn er met name zorgen over de <emphasis role="italic">living space</emphasis>. Ten tijde van de bezoeken was dit detentiecentrum volledig bezet en was de individuele ruimte per gevangene minder dan vier vierkante meter. Dit is in het bijzonder een zorg voor de die gevangenen in het maximale beveiligingsniveau die niet werken. Die groep kan tot drieëntwintig uur per dag in de cel verblijven.  </para>
      <para>In <emphasis role="italic">Žilina Prison</emphasis> was de individuele ruimte per gevangene ten tijde van de bezoeken voldoende, maar dit zou zorgelijk kunnen worden als de gevangenis volledig bezet zou zijn. In het kader van compenserende factoren is in het rapport opgemerkt dat het regime voor <emphasis role="italic">sentenced prisoners</emphasis> goed was. Het standaard regime voor een deel van de <emphasis role="italic">remand prisoners</emphasis> is zorgelijk bevonden, omdat deze groep tot drieëntwintig uur per dag in de cel kon verblijven. </para>
      <para>Het CPT heeft ten aanzien van beide detentiecentra aanbevelingen gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit <emphasis role="italic">the Government Response</emphasis> blijkt dat er naar aanleiding van de CPT-bezoeken en vooruitlopend op de publicatie van het CPT-rapport al sinds 2024 is geanticipeerd op de aanbevelingen van het CPT.</para>
      <para>Verder blijkt uit <emphasis role="italic">the Government Response </emphasis>ten aanzien van<emphasis role="italic"> Ružomberok Prison</emphasis> dat het in totaal een groep van dertig tot veertig personen betreft die minder dan vier vierkante meter individuele ruimte hebben en tot drieëntwintig uur per dag in hun cel kunnen verblijven. Het betreft gedetineerden die niet werken, meestal als gevolg van medische redenen. Er wordt  gekeken of er meer werkgelegenheid en educatiemogelijkheden voor gedetineerden kunnen worden gecreëerd. Daarnaast wordt er een groep medewerkers getraind om de gedetineerden meer groepsactiviteiten te laten verrichten en worden er daarvoor twee ruimtes gecreëerd. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Žilina Prison </emphasis>ondergaat sinds maart 2024 een verbouwing en daarnaast een uitbreiding voor veroordeelde gedetineerden. Naast de uitbreiding tot vier vierkante meter individuele ruimte per gedetineerde worden er meer ruimtes gecreëerd voor werk, onderwijs en vrije tijd voor zowel voorlopig gehechte als veroordeelde gedetineerden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Concluderend ziet de rechtbank op grond van het CPT-rapport zorgen ten aanzien van de detentieomstandigheden voor niet-werkende gevangen op het maximale beveiligingsniveau in de <emphasis role="italic">Ružomberok Prison</emphasis> en voor voorlopig gehechten in de <emphasis role="italic">Žilina Prison</emphasis> in het geval daar (anders dan tijdens de bezoeken) bij volledige bezetting niet voldoende individuele ruimte per gedetineerde beschikbaar is. De maatregelen en de toelichting genoemd in <emphasis role="italic">the Government Response</emphasis> bieden voldoende waarborgen om deze zorgen weg te nemen. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen aanleiding om een algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de gevangenissen in Slowakije in het algemeen en in de <emphasis role="italic">Ružomberok Prison </emphasis>of de <emphasis role="italic">Žilina Prison</emphasis> in het bijzonder aan te nemen.</para>
      <para>Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank evenmin aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om de Slowaakse uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te stellen over de detentieomstandigheden in de Slowaakse detentiecentra. De rechtbank wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsvrouw dan ook af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Rechtbank van eerste aanleg Zvolen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. C. Klomp en D. Segbedzi,					   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos,		                                     		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d4b9334c-7255-4292-9e6e-ae3f5fc04d53" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d8df37a-e115-4167-ab14-e7e14c22562a" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
    <para>ÁG913121407537fÈ </para>
    <para>G913121407537</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_27903cc0-706d-4f97-9701-b5c350b7e63d" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f2a8bfe-6630-49bb-a3be-eb29d6a73455" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47026e5e-e583-47bb-8a2d-34912aec2a1a" label="5">
    <para> HvJ EU 3 maart 2020, C-717/18, ECLI:EU:C:2020:142 (<emphasis role="italic">X (Europees aanhoudingsbevel – Dubbele strafbaarheid)</emphasis>), punt 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_83c96270-a60b-47c7-be40-e6a3acf8fd15" label="6">
    <para> Zie artikel 7 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d136686a-8fbc-4d2a-8a77-ad391a03bc2d" label="7">
    <para> Het rapport van 10 april 2025 van het comité inzake de voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) van de Raad van Europa Report to the Slovak Government on the visit to the Slovak Republic carried out by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) from 28 November to 9 December 2023</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbe74b66-82ea-42aa-af98-f60799975465" label="8">
    <para> Response of the Slovak Government to the report of the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) on its visit to the Slovak Republic from 28 November to 9 December 2023 van, 10 april 2025.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>