<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:3250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-30T11:14:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9308632 CV EXPL 21-9437</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3250">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-27T15:36:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:3250 Rechtbank Amsterdam , 13-05-2025 / 9308632 CV EXPL 21-9437</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3250:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>luchtvaart, passagiers en stichting vorderen bij dagvaarding meerkosten tickets. Stichting heeft meerkosten betaald. Verordening en Verdragn van Montreal vormen geen grondslag voor Stichting. Stichting handhaaft bij repliek niet langer haar vordering. Gesteld noch gebleken dat passagiers de kosten hebben gedragen. Schade niet onderbouwd. Afwijzing vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:3250:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="af7e1e53-d1b4-4137-babb-7b35dead1556" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b1bb154b-ec81-4ace-9b50-8e24fc966f53" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9308632 CV EXPL 21-9437</para>
      <para>vonnis van: 13 mei 2025</para>
      <para>fno.:  569</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. [eiser 1]</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
    <bridgehead role="bold">2. [eiser 2]</bridgehead>
    <para> wonende  te [woonplaats 2]</para>
    <bridgehead role="bold">3. [eiser 3]</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 3]</para>
    <bridgehead role="bold">4. [eiser 4]</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 4]</para>
    <bridgehead role="bold">5. [eiser 5]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6. [eiser 6]</bridgehead>
    <para>beiden wonende te [woonplaats 5]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">7. [eiser 7]</emphasis>
      <?linebreak?>wonende te [woonplaats 6]</para>
    <bridgehead role="bold">8. Stichting Dr. Brass vertegenwoordigd door voorzitter [naam 1]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Breda</para>
      <para>nader te noemen: de passagiers voor eisers nr. 1 tot en met 7 gezamenlijk en Brass voor Stichting Brass</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amstelveen</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>nader te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dagvaarding van 30 maart 2021 met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>antwoord met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>repliek met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dupliek; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagbepaling vonnis.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op [datum 1] 2019 diende te vervoeren van [vertrekplaats 1] (Denemarken) naar [bestemming 1] met aankomst te [bestemming 1] om 15:45, hierna: de vlucht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De vlucht is geannuleerd. De vervoerder heeft een alternatieve vlucht aangeboden van [vertrekplaats 1] naar [bestemming 1] via [tussenstop] op [datum 2] 2019 met vertrek om 09:00 uur en aankomst te [bestemming 1] om 13:00 uur.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben geen gebruik gemaakt van deze vlucht. De passagiers zijn via bus naar [vertrekplaats 2] gegaan en vervolgens vanaf daar met een vlucht naar [bestemming 2] gegaan. De passagiers zijn op [datum 1] 2029 om 22:46 te [bestemming 2] gearriveerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de ticketprijs van de geannuleerde vlucht aan de passagiers gerestitueerd en € 250,00 per passagier aan compensatie op grond van Verordening 261/2004 betaald. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De gemachtigde van de passagier heeft de vervoerder schriftelijk gesommeerd tot betaling van € 1.603,21 aan meerkosten van de tickets van het busvervoer en de daadwerkelijk genomen vlucht. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Vordering en verweer</title>
    <para />
    <para>2. De passagiers en Brass vorderen bij dagvaarding dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>a.	€ 1.603,21 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 <?linebreak?>       september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>b.	€ 363,00 dan wel € 290,98 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen<?linebreak?>       met de wettelijke rente; <?linebreak?>c.	de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf <?linebreak?>       14 dagen na vonnis; <?linebreak?>Bij conclusie van repliek handhaaft Brass niet langer haar vordering. <?linebreak?></para>
    <para>3. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr.  261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Tevens wordt aan de vordering ten grondslag gelegd het Verdrag van Montreal. </para>
    <para>4. De vervoerder voert verweer. Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat de passagiers geen schade hebben geleden. Uit de betalingsbewijzen blijkt dat [naam 2] van Riverboat de vluchten heeft betaald en dat Riverboat Jazz Festival de tickets voor de bus heeft betaald. Enkel de passagiers kunnen op grond van de Verordening een vordering instellen. Datzelfde geldt voor het Verdrag van Montreal althans er is geen sprake van een contractuele relatie tussen Brass, Riverboat dan wel Riverboat Jazz festival enerzijds en de vervoerder anderzijds, waardoor Brass geen vordering jegens de vervoerder kan instellen.  </para>
    <para>5. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde. </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling <?linebreak?></title>
    <para>6. De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat Brass enkel de kosten heeft voorgeschoten maar verder geen rol speelt in deze procedure. Het zijn kosten die voor de passagiers zijn gemaakt, aldus de passagiers. De kantonrechter volgt de passagiers hier niet in. Op grond van de Verordening en op grond van het Verdrag van Montreal kunnen de passagiers hun schade vorderen. Gesteld noch gebleken is dat zij deze kosten hebben moeten dragen. Daar is geen onderbouwing van gegeven, hetgeen op wel op de weg van de passagiers had gelegen. Derhalve staat niet vast dat de passagiers schade hebben geleden. Brass handhaaft niet langer haar vordering zodat de kantonrechter daar niet over hoeft te oordelen. Riverboat en Riverboat Jazz festival zijn geen partij in deze procedure.</para>
    <para>7. Dat betekent dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen met veroordeling van de passagiers en Brass in de proceskosten als hierna te melden.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vordering af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de passagiers en Brass in de proceskosten, aan de zijde van vervoerder begroot op € 408,00 inclusief eventueel verschuldigde btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de passagiers en Brass tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de passagiers en Brass tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de passagiers en Brass niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder II en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>