<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:2745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T07:55:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/7742</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:2745">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:2745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T10:11:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:2745 Rechtbank Amsterdam , 22-04-2025 / 24/7742</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:2745:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag traplift op grond van de Wmo afgewezen omdat eigenaar van de woning geen toestemming verleend voor het plaatsen hiervan. Dit acht de rechtbank onvoldoende gelet op artikel 2.3.7, eerste lid, Wmo. Mondelinge uitspraak. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:2745:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/7742</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">22 april 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>E [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, </title>
    <para>bijgestaan door mevrouw J. Boerlijst en de heer R. Bakker</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college </title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.C. Smit).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het besluit van 13 november 2024;</para>
    <para>- herroept het besluit van 14 juni 2024;</para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat eiseres binnen zes weken in aanmerking komt voor een traplift op grond van de Wmo en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Tussen partijen is niet in geschil dat traplopen voor eiseres niet meer veilig en verantwoord is. Dit is uit het dossier en hetgeen op de zitting is besproken duidelijk geworden. Ook volgt dit uit het advies van Argonaut van 4 juni 2024. Verder heeft eiseres op de zitting aangegeven dat het niet goed gaat met haar partner en dat hij ook gebaat zou zijn met een traplift in de woning. </para>
    <para />
    <para>2. Het geschil tussen partijen ziet op de vraag of het college in de woning van eiseres een traplift mag plaatsen nu [naam] , de eigenaar van de woning van eiseres, geen toestemming heeft verleend voor het plaatsen hiervan. Dit acht de rechtbank onvoldoende gelet op het bepaalde in artikel 2.3.7, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Partijen zijn het op de zitting ook met elkaar eens geworden dat het college een traplift kan plaatsen in de woning van eiseres op grond van het voorgaande artikel. </para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 2.3.7, eerste lid, van de Wmo. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat eiseres in aanmerking komt voor een traplift op grond van de Wmo. Op de zitting is met partijen besproken dat het college de traplift binnen zes weken kan plaatsen in de woning van eiseres. Mocht de mogelijkheid er zijn om de traplift sneller te plaatsen, neemt de rechtbank aan dat beide partijen zich hiertoe zullen inzetten. </para>
    <para />
    <para>4. Omdat beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
    <para />
    <para>5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2025 door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>