<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-30T19:01:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/2021</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T08:24:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:1613 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2025 / AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:1613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-ontvankelijk. Naheffingsaanslag parkeerbelasting niet aan eiser opgelegd, niet gebleken dat eiser feitelijk parkeerder is of de aanslag heeft voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:1613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167  </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2025 in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam </title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen negen aan [bedrijf] opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen die naheffingsaanslagen. Met de negen uitspraken op bezwaar van 11 september 2024<footnote-ref linkend="_b65404d2-53ea-4a15-8095-2d8ee1eda178" />, 19 september 2024<footnote-ref linkend="_5d9086f0-51ef-4788-bd86-16ac36a941ee" />, 20 september 2024<footnote-ref linkend="_a7f02344-f346-49a7-af1e-77e6ec6f2106" />, 24 september 2024<footnote-ref linkend="_fe0c2209-9b3d-45ea-8047-2edeb9c9c171" /> en 4 oktober 2024<footnote-ref linkend="_02a547eb-fc9d-4d8f-8aa8-524d937cdb67" /> (de bestreden besluiten) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen in stand gelaten. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2025 gelijktijdig op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon] als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>4. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren<emphasis role="italic">.</emphasis> Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>5. In artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen. Dat betekent in parkeerbelastingzaken dat degene aan wie de aanslag is opgelegd, de feitelijk parkeerder en degene die de belastingaanslag heeft voldaan beroep in kunnen stellen.<footnote-ref linkend="_a6ed80db-d13e-455a-a1c2-a27a00e5a34c" /></para>
    <para />
    <para>6. In de hier aan de orde zijnde zaken zijn de naheffingsaanslagen opgelegd aan [bedrijf] Deze entiteit beschikt over een hulpverleningsvergunning waar een groot aantal parkeerders met wisselend kenteken gebruik van kan maken. Eiser is bestuurder van [bedrijf]</para>
    <para />
    <para>7. De beroepen zijn door de gemachtigde van eiser namens hem ingesteld, waarbij niet is gesteld dat eiser handelt namens [bedrijf] Tijdens de zitting heeft de waarnemer van de gemachtigde van eiser bevestigd dat de beroepen namens eiser, en niet namens [bedrijf] , zijn ingesteld. De waarnemer van de gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet kunnen bevestigen dat eiser de feitelijk parkeerder is dan wel degene die de naheffingsaanslagen heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft aangegeven ook niet te kunnen zien wie de feitelijk parkeerder is dan wel wie de naheffingsaanslagen heeft voldaan.</para>
    <para />
    <para>8. Dat eiser in de negen zaken de feitelijk parkeerder is, is bovendien niet aannemelijk, omdat een groot aantal mensen gebruik kan maken van de hulpverlenersvergunning en er in een aantal zaken naheffingsaanslagen zijn opgelegd wegens het parkeren op dezelfde datum en hetzelfde tijdstip.<footnote-ref linkend="_be9309c6-89a1-4227-a454-c253f1b333f1" /> Dat eiser alle naheffingsaanslagen heeft voldaan, terwijl deze zijn opgelegd aan [bedrijf] , vindt de rechtbank ook niet aannemelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten. Om die reden moeten de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaken niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.S.A. Adriaanse, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b65404d2-53ea-4a15-8095-2d8ee1eda178" label="1">
    <para> Inzake AMS 24/5913 en AMS 24/5920.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d9086f0-51ef-4788-bd86-16ac36a941ee" label="2">
    <para> Inzake AMS 24/5914, AMS 24/5916 en AMS 24/5917.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7f02344-f346-49a7-af1e-77e6ec6f2106" label="3">
    <para> Inzake AMS 24/5915 en AMS 24/5918.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe0c2209-9b3d-45ea-8047-2edeb9c9c171" label="4">
    <para> Inzake AMS 24/5919.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_02a547eb-fc9d-4d8f-8aa8-524d937cdb67" label="5">
    <para> Inzake AMS 24/6167.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6ed80db-d13e-455a-a1c2-a27a00e5a34c" label="6">
    <para> Zie artikel 26a van de Algemene wet op de rijksbelastingen en de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6508.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be9309c6-89a1-4227-a454-c253f1b333f1" label="7">
    <para> Namelijk in: AMS 24/6167, AMS 24/5913 en AMS 24/5917.</para>
    <para />
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>