<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T16:34:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4009</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2025:3447" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:3447, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T11:21:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:1207 Rechtbank Amsterdam , 21-02-2025 / 24/4009</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:1207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Woo. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is. Verweerder heeft artikel 4.7 van de Woo niet geschonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:1207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 24/4009 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] uit Zwijndrecht, eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van Amsterdam, verweerder </title>
    <para>(gemachtigden: mr. S.A. de Wied en mr. M. Kaptein).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn verzoek op grond van de Woo<footnote-ref linkend="_279edc27-c575-47d8-9304-a92df85c598c" /> door verweerder. </para>
    <para />
    <para>2. Met het besluit van 24 april 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser op grond van de Woo niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>3. Met het besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van verweerder deelgenomen. Eiser heeft zich afgemeld.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>6. Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden het Woo-verzoek van eiser niet in behandeling heeft genomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is er sprake van een verzoek in de zin van de Woo? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser heeft verweerder verzocht om openbaarmaking van informatie over journalist [naam 1] en diens rechtspersonen. Daarbij gaat het volgens eiser met name om (on)veiligheidskwesties en het lastigvallen van mensen.</para>
    <para>9. Eenieder kan een bestuursorgaan verzoeken om publieke informatie.<footnote-ref linkend="_5686f9b0-a08f-4754-975c-b7966486c6a2" /> Publieke informatie is informatie, neergelegd in documenten, die berusten bij een bestuursorgaan of informatie die door een bestuursorgaan kan worden gevorderd.<footnote-ref linkend="_d56709c8-2c60-4e12-8d5a-b21a3dca784f" /><?linebreak?></para>
    <para>10. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is. Nog los van de vraag of de door eiser verzochte informatie bij verweerder berust of door verweerder kan worden gevorderd, heeft deze informatie betrekking op de natuurlijke persoon [naam 1] en diens rechtspersonen, welke geen van allen een publieke taak hebben. Eiser heeft dus niet om <emphasis role="italic">publieke</emphasis> informatie verzocht. Verweerder heeft daarmee terecht geconcludeerd dat het verzoek van eiser geen verzoek in de zin van de Woo is. <?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Heeft verweerder artikel 4.7 van de Woo geschonden?  </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>11. Artikel 4.7 van de Woo bepaalt dat het betreffende bestuursorgaan één of meerdere contactpersonen aanwijst om vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie te beantwoorden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>12. Eiser stelt dat verweerder niet met hem in gesprek is gegaan, terwijl hij hiertoe op grond van artikel 4.7 van de Woo verplicht is.<?linebreak?></para>
      <para>12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan de op hem op grond van artikel 4.7 van de Woo rustende verplichting heeft voldaan. Er heeft namelijk steeds contact plaatsgevonden tussen eiser en de Woo-coördinator [naam 2] . <?linebreak?></para>
      <para>12. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>15. Het beroep is ongegrond. Voor een vergoeding van proceskosten, wat daar ook van zij, is bij deze uitkomst geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.C.A. Olsen, griffier. </para>
      <para>De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_279edc27-c575-47d8-9304-a92df85c598c" label="1">
    <para> Wet open overheid. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5686f9b0-a08f-4754-975c-b7966486c6a2" label="2">
    <para> Artikel 4.1, eerste lid, van de Woo. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d56709c8-2c60-4e12-8d5a-b21a3dca784f" label="3">
    <para> Artikel 2.1 en 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woo. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>