<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:11416</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T11:39:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">769875</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11416">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11416</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T11:39:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11416 Rechtbank Amsterdam , 03-07-2025 / 769875</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11416:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vorderingen tot voortzetting bankrelatie en achterwege laten registratie CAAML-lijst afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11416:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/769875 / KG ZA 25-396 VVV/KH</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 3 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres bij dagvaarding van 2 juni 2025,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Eersel te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ABN AMRO BANK N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: ABN AMRO of de bank,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Jagt te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 12 juni 2025 heeft [eiseres] de dagvaarding toegelicht. ABN AMRO heeft mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. [eiseres] heeft daarnaast een pleitnota ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij de mondelinge behandeling waren, voor zover relevant, aanwezig:</para>
      <para>- aan de zijde van [eiseres] : [naam 1] (directeur) en [naam 2] (compliance officer) met mr. Van Eersel,</para>
      <para>- aan de zijde van ABN AMRO: [naam 3] (dossierwaarnemer afdeling DFT) en [naam 4] (legal counsel) met mr. Jagt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] drijft een onderneming die zich bezighoudt met het ontwerpen, tekenen, produceren en installeren van verwarmingsventilaties en luchtbehandelings- en koelvriesinstallaties. Zij is sinds 1985 klant bij ABN AMRO en houdt daar diverse zakelijke betaalrekeningen aan. Op de bankrelatie zijn de Algemene Voorwaarden van ABN AMRO van toepassing (ABV).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Vóór de inval van Rusland in Oekraïne, en dus voordat er bepaalde sancties golden tegen Rusland, vond 90% van de transacties op de betaalrekeningen van [eiseres] plaats met Russische partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In 2024 verrichte ABN AMRO een datagedreven onderzoek onder haar klanten, op grond waarvan zij constateerde dat er transacties hebben plaatsgevonden op de betaalrekeningen van [eiseres] die mogelijk strijdig zijn met sanctiewetgeving of die duiden op het omzeilen van sancties tegen Rusland. Dit gaf ABN AMRO aanleiding tot het stellen van vragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>ABN AMRO heeft op 1 augustus 2024 vragen gesteld die door [eiseres] bij brief van 14 september 2024 zijn beantwoord. Vervolgens heeft ABN AMRO op 11 november 2024 (vervolg)vragen gesteld die door [eiseres] op 6 en 13 december 2024 zijn beantwoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op [datum] wordt er in de uitzending van [programma] ingegaan op sanctieomzeiling bij een project van scheepsbouwer Damen in Rusland, waarin ook [eiseres] wordt genoemd. [programma] publiceert daarover: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Opnieuw is Rusland erin geslaagd Europese sancties te ontwijken. Ditmaal gebeurde dat bij een prestigieus scheepsbouwproject dat ontworpen is door de grote Nederlandse scheepsbouwer Damen Shipyards. Uit onderzoek van [programma] blijkt dat vorig jaar honderden Europese onderdelen voor dat project in Rusland zijn terechtgekomen. Ondanks het exportverbod, dat sinds de inval in Oekraïne van kracht is, wisten Russische scheepswerven via Turkije en Hongkong de onderdelen te verkrijgen. </emphasis>(…)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een aantal bedrijven herkent hun producten niet. Een van hen is airco-leverancier</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiseres] . De producten van het bedrijf komen veelvuldig voor in data, maar in een reactie noemt het bedrijf de bron van de data "twijfelachtig".</emphasis> (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>ABN AMRO heeft naar aanleiding van het door haar gedane onderzoek in combinatie met de bevindingen van [programma] bij brief van 31 maart 2025 de bankrelatie opgezegd per 2 juni 2025.<footnote-ref linkend="_e33d3c17-69f6-42cd-8e8a-179cd82610b3" /> In de brief benoemt zij ook dat zij de gegevens van [eiseres] zal vastleggen op de CAAML-lijst voor een periode van vijf jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiseres] bankiert ook bij de Rabobank. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert – samengevat – om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: </para>
        <para>I. ABN AMRO te veroordelen tot voortzetting van haar dienstverlening aan en de bankrelatie met [eiseres] , althans voortzetting van de dienstverlening totdat onherroepelijk zal zijn beslist in een in dit kader te voeren bodemprocedure, op straffe van een dwangsom,</para>
        <para>II. ABN AMRO te veroordelen tot het bieden aan [eiseres] van onbelemmerd gebruik van de bij ABN AMRO aangehouden bankrekening(en), althans tot nakoming totdat onherroepelijk zal zijn beslist in een in dit kader te voeren bodemprocedure, op straffe van een dwangsom,</para>
        <para>III. ABN AMRO te gebieden om vastlegging van verwijzingsgegevens met betrekking tot [eiseres] in de door ABN AMRO gehanteerde CAAML-lijst (Client Acceptance and Anti Money Laundering-lijst) achterwege te laten, dan wel daarin al opgenomen verwijzingsgegevens te verwijderen, op straffe van een dwangsom,</para>
        <para>IV. ABN AMRO te veroordelen in de proceskosten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens [eiseres] is geen sprake van onzorgvuldigheden of tekortkomingen in de bedrijfsvoering die (integriteits)risico’s voor ABN AMRO zouden meebrengen. Er is geen sprake van transacties in strijd met sanctiewetgeving; transacties met Rusland vonden immers alleen plaats vóórdat de sanctiewetgeving van kracht was. Transacties die in een ver verleden zijn verricht kunnen niet beoordeeld worden aan de hand van regels en risico’s die destijds überhaupt niet aan de orde waren. ABN AMRO is ook niet duidelijk welke (integriteits)risico’s zij ziet; het blijft slechts bij algemene bewoordingen. Van een zorgvuldige belangenafweging is geen sprake. De bank had onder de gegeven omstandigheden niet tot opzegging van de bankrelatie mogen overgaan. Dat is in strijd met haar zorgplicht op grond van artikel 2 ABV en de redelijkheid en billijkheid op grond van artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>ABN AMRO voert verweer. Uit het klantonderzoek is gebleken dat [eiseres] producten heeft geleverd aan partijen gevestigd in Hongkong en Turkije, die de producten hebben doorgeleverd aan (voormalig directe) afnemers in Rusland. Ook heeft de bank geconstateerd dat er op de bankrekeningen betalingen werden verricht door andere partijen dan de partij waarmee de onderliggende overeenkomst was gesloten (derdenbetalingen). Daarnaast vonden er transacties plaats van rekeningen uit een ander land dan het land waar de betreffende onderneming gevestigd was. De bank heeft [eiseres] specifieke vragen gesteld en documentatie opgevraagd en haar daarmee de gelegenheid geboden om de zorgen van de bank weg te nemen. Daarin is [eiseres] niet geslaagd. Uit de beantwoording bleek bovendien dat [eiseres] haar klanten beperkt screent om te verifiëren wie de uiteindelijke afnemers zijn. Dit terwijl vóór de inval van Rusland in Oekraïne (en dus voor de werking van bepaalde sancties) 90% van de transacties op de betaalrekeningen van en naar Russische partijen gingen. Van [eiseres] mocht worden verwacht dat zij onderzoek zou doen naar haar uiteindelijke afnemers en dat zij haar systemen dusdanig zou inrichten dat geen transacties zouden plaatsvinden met partijen die in verband gebracht kunnen worden met sanctieontwijking. Voorgaande feiten leiden tot een onacceptabel integriteitsrisico en brengen een opzegverplichting ex artikel 5 lid 3 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dan wel een opzeggingsbevoegdheid op grond van artikel 35 ABV mee.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van de vorderingen van [eiseres] gelden de volgende uitgangspunten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (of: misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden (artikel 3 Wwft). Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 ABV).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Verder heeft de bank op grond van artikel 35 ABV een contractuele bevoegdheid de relatie met een klant te beëindigen. Een opzegging moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bancaire zorgplicht (die ook is vastgelegd in artikel 2 ABV) op grond waarvan de bank bij haar dienstverlening zorgvuldigheid in acht moet nemen, waarin ook het belang van betalingsverkeer voor de rekeninghouders wordt meegewogen. Daarbij moet mede worden betrokken dat het voor (rechts)personen van groot belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt (artikel 6:248 lid 2 BW).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tegen de achtergrond van deze uitgangspunten en gelet op de feiten en omstandigheden, wordt geoordeeld dat geen gronden aanwezig zijn om ABN AMRO in dit geval te verplichten de bancaire relatie met [eiseres] te continueren. Hiertoe wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omzeiling sancties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vaststaat dat er in de periode van 18 april tot en met 23 oktober 2023 vijf transacties hebben plaatsgevonden waarbij [eiseres] in totaal € 322.342,94 heeft ontvangen van Most Development Limited (gevestigd in Hongkong). Ook staat vast dat Most Development Limited in februari, april en augustus 2023 goederen met Nederlandse oorsprong heeft geleverd aan [russisch bedrijf] , waarin [eiseres] 99,99% van de aandelen houdt. Most Development Limited staat sinds 27 februari 2024 op de sanctielijst van de Verenigde Staten vanwege hulp bij sanctieomzeiling. Daarnaast zijn er – via de Turkse dochteronderneming van [eiseres] ( [turks bedrijf 1] ) – producten geleverd aan [russisch bedrijf] en dezelfde vermoedens bestaan met betrekking tot twee transacties met [turks bedrijf 2] , gevestigd in Turkije.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het is begrijpelijk dat dit bij ABN AMRO de alarmbellen heeft doen rinkelen en dat zij daartoe uitgebreid vragen heeft gesteld. In het kader van de beantwoording van de vragen heeft [eiseres] aangevoerd dat zij geen ‘red flags’ zag bij de transacties met Most Development Limited, omdat het een Chinese partij betreft waarvoor op dat moment geen sancties golden. Zodra Most Development Limited op de sanctielijst van de Verenigde Staten stond, heeft [eiseres] daarmee geen zaken meer gedaan. [eiseres] stelde daarnaast niet geïnformeerd te zijn over de transacties via de Turkse dochteronderneming aan [russisch bedrijf] , omdat dit een ‘small parts delivery’ zou betreffen. Volgens ABN AMRO miskent [eiseres] daarmee dat zij ook gehouden is om onderzoek te doen naar de uiteindelijke afnemer van het project om te voorkomen dat sancties worden ontweken. Dat geldt volgens ABN AMRO temeer nu de levering kennelijk zag op producten die in een eerder stadium werden geleverd voor een Russische werf en zij in het verleden überhaupt veelvuldig zaken deed met Russische afnemers die later gesanctioneerd zijn. De voorzieningenrechter volgt ABN AMRO daarin; [eiseres] heeft een eigen onderzoeksplicht en kan zich niet verschuilen achter het enkele feit dat partijen op het betreffende moment niet op een sanctielijst vermeld staan. In dit kader acht de voorzieningenrechter ook van belang dat een purchase order van [eiseres] aan Most Development Limited deels in het Russisch was opgesteld. Dat doet, zoals ABN AMRO stelt, vermoeden dat zij wist dat de eindafnemer Russisch was. Dat vermoeden heeft [eiseres] (ter zitting) onvoldoende kunnen weerleggen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Screeningsbeleid onvoldoende</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Volgens ABN AMRO is sprake van een ondermaats screeningsbeleid, omdat er verschillende hoog-risicotransacties hebben plaatsgevonden op de betaalrekeningen van [eiseres] , zonder dat de systemen daarop zijn aangeslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>In dit verband wijst de bank op zes transacties die zijn verricht in de periode van juli 2023 tot en met februari 2024 met Nova Yachts EOOD , een manager van superjachten, gevestigd in Bulgarije. Uit het klantonderzoek is gebleken dat de aan die betaling ten grondslag liggende facturen gericht waren aan een partij genaamd ‘ La Datcha Marine X ’. De betalingen zouden verband houden met het jacht van een niet-gesanctioneerde Russische bankier. Nova Yachts , de betaler, komt echter niet voor in de documentatie van de betrokken transactie. Nova Yachts heeft volgens de bank dus als niet betrokken derde betalingen verricht voor La Datcha Marine X . Dergelijke derdenbetalingen zijn volgens ABN AMRO op zichzelf niet verboden, maar leveren wel een hoog risico op ten aanzien van het omzeilen van sancties en mogelijk ook witwassen. Het valt bij dergelijke projecten niet uit te sluiten dat betalingen feitelijk worden gedaan door gesanctioneerde Russische oligarchen.<footnote-ref linkend="_b682e353-cef1-45cf-899a-03e737e4e6da" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ook constateert ABN AMRO uit het klantonderzoek dat er betalingen worden verricht aan [eiseres] die afkomstig zijn uit een ander land dan waar de betreffende onderneming is gevestigd. Ter onderbouwing legt zij twee producties over waaruit blijkt dat de facturen zijn gericht aan partijen op de Britse Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden, terwijl de betalingen onder vermelding van de betreffende factuurnummers zijn gedaan door partijen die elders zijn gevestigd. Ook dit soort betalingen brengen volgens de bank een hoog (witwas)risico mee, dat onacceptabel is. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat wel degelijk screening is uitgevoerd. Maar uit de door ABN AMRO overgelegde stukken blijkt volgens de bank dat de betreffende screening grotendeels plaatsvond nadat ABN AMRO vragen stelde. Overigens acht de bank het zorgwekkend dat er uit de screening kennelijk geen alarmsignalen kwamen. [eiseres] heeft aangevoerd dat zij bezig is met het verbeteren van haar screeningsbeleid, maar dat schept bij de bank nog onvoldoende vertrouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De zorgen die ABN AMRO heeft geuit over het gebrekkige screeningsbeleid van [eiseres] , waardoor zij niet is aangeslagen op de verschillende genoemde transacties, acht de voorzieningenrechter terecht. In dat verband komt de voorzieningenrechter tot de volgende conclusie (4.9 e.v.).  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Klantonderzoek kon niet (naar tevredenheid) worden afgerond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>ABN AMRO is naar aanleiding van het door haar gedane onderzoek terecht bevreesd dat de sanctieregelgeving ten aanzien van Rusland wordt omzeild, hetgeen ook een integriteitsrisico voor haar oplevert. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat ABN AMRO terecht heeft geconcludeerd dat zij haar klantonderzoek niet kan afronden, althans niet naar tevredenheid. Er is immers sprake van risicovolle transacties die kennelijk niet door [eiseres] zijn opgepikt en ook niet als zodanig worden erkend. Dat maakt dat sprake is van concrete en onacceptabele risico’s in de sfeer van de Wwft. De bank heeft dus op goede gronden kunnen concluderen dat zij op grond van artikel 5 lid 3 Wwft verplicht was de relatie met [eiseres] te beëindigen en dat zij daarnaast op basis van artikel 35 ABV de overeenkomsten met haar kon opzeggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Voor zover nog wordt toegekomen aan een belangenafweging, geldt dat [eiseres] eveneens bankiert bij Rabobank. Het belang bij behoud van de ABN AMRO-rekening lijkt met name te liggen in het feit dat ABN AMRO volgens [eiseres] een minder streng beleid voert dan de Rabobank ten aanzien van bepaalde transacties. Dit leidt er echter niet toe dat [eiseres] helemaal niet meer in staat is deel te nemen aan het economisch verkeer waardoor zij haar activiteiten zou moeten staken, zoals zij stelt. Daar tegenover staat het belang van ABN AMRO om te voldoen aan de eisen van de Wft en Wwft. Zoals uit voorgaande blijkt zijn er aanwijzingen die kunnen duiden op een onacceptabel risico op witwassen. Een belangenafweging zou daarom niet uitvallen in het voordeel van [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Vorderingen I en II worden gelet op al het voorgaande afgewezen. Dat betekent dat ook geen aanleiding bestaat voor toewijzing van vordering III, te weten het gevorderde verbod tot opneming van de persoonsgegevens in de CAAML-lijst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ABN AMRO worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>714,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.107,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.999,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>weigert de gevraagde voorzieningen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Type: KH</para>
        <para>Coll: MV</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e33d3c17-69f6-42cd-8e8a-179cd82610b3" label="1">
    <para> In afwachting van vonnis in deze kortgedingprocedure wordt de bankrelatie nog voortgezet. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b682e353-cef1-45cf-899a-03e737e4e6da" label="2">
    <para> Op de website van FIU-Nederland staat hierover onder meer: “(…) <emphasis role="italic">Maar wat ook duidelijk werd is dat je als leverancier via derdenbetalingen een aanzienlijk risico loopt om witwassen te faciliteren of mee te werken aan sanctieomzeiling. Want via derdenbetalingen kan de daadwerkelijke afnemer buiten beeld worden gehouden of kan de herkomst van het geld worden verhuld. Alertheid is dus van groot belang.</emphasis>”</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>