<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:11390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-08T14:08:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">776823 / HA RK 25-352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11390">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-07T16:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11390 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2025 / 776823 / HA RK 25-352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11390:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>op verzoek van OM Schorsing bestuurders  wegens verdenking zorgfraude</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11390:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers / rekestnummers: C/13/776823 / HA RK 25-352 en C/13/776825 / HA RK 25-353</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van</emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> 20</emphasis>
        <emphasis role="bold"> november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de zaak C/13/776823 / HA RK 25-352 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET OPENBAAR MINISTERIE, FUNCTIONEEL PARKET, HANDHAVINGSEENHEID AMSTERDAM,</emphasis>
      </para>
      <para>namens deze mr. O.J.M. van der Bijl, officier van justitie,</para>
      <para>zetelend in Amsterdam,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [belanghebbende 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats 1] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">2. [belanghebbende 2] , </emphasis></para>
      <para>wonend in [woonplaats 2] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">3. STICHTING [belanghebbende 3] , </emphasis></para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>belanghebbenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de zaak C/13/776825 / HA RK 25-353</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET OPENBAAR MINISTERIE, FUNCTIONEEL PARKET,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HANDHAVINGSEENHEID AMSTERDAM,</emphasis>
      </para>
      <para>namens deze mr. O.J.M. van der Bijl, officier van justitie,</para>
      <para>zetelend in Amsterdam,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [belanghebbende 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats 1] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">2. STICHTING [belanghebbende 4] , </emphasis></para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>belanghebbenden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank noemt hierna verzoeker in beide zaken het OM en belanghebbenden ieder afzonderlijk [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de dossiers zitten de verzoekschriften van het OM van 9 oktober 2025 met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op verzoek van het OM zal de rechtbank de verzoekschriften samen behandelen omdat ze gaan over onderwerpen die nauw met elkaar zijn verbonden en het gaat om grotendeels dezelfde belanghebbenden.<footnote-ref linkend="_b6fc0ca4-329e-4301-9724-0c103aa90924" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat zij vandaag uitspraak doet over de gevraagde voorlopige voorzieningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten zoals het OM die presenteert</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [belanghebbende 3] is mede door [belanghebbende 1] opgericht op 25 september 2013 en stelt zich volgens haar statuten ten doel het exploiteren van voorzieningen waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen en voorzieningen voor de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg. [belanghebbende 3] heeft via de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) gemeentegelden verkregen om voorzieningen te leveren aan een aantal cliënten uit de gemeente Amsterdam. Deze voorzieningen waren bedoeld als ondersteuning op de voet van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (hierna: <emphasis role="bold">Wmo</emphasis>) en zouden moeten bestaan uit het bieden van dagbesteding, ambulante ondersteuning, beschermd wonen, vervoer en hulp bij het huishouden. [belanghebbende 1] is (met een korte onderbreking) vanaf de oprichting bestuurder van [belanghebbende 3] . Op 11 oktober 2023 is [belanghebbende 2] benoemd tot (mede)bestuurder van [belanghebbende 3] , in de functie van penningmeester en vicevoorzitter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De statuten van [belanghebbende 3] luiden, voor zover van belang, als volgt:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [belanghebbende 4] is op 4 juni 2012 mede opgericht door [belanghebbende 1] . [belanghebbende 4] is op hetzelfde adres gevestigd als [belanghebbende 3] en stelt zich volgens haar statuten ten doel het bieden van dagbesteding, zorg, detacheringsmogelijkheden en financiële middelen aan mensen met een arbeidsbeperking en mensen zonder (betaald) werk. Vanaf 7 april 2014 was [belanghebbende 1] enig bestuurder van [belanghebbende 4] . Op 1 maart 2022 is [belanghebbende 1] uitgeschreven als bestuurder en er is vanaf die datum geen nieuwe bestuurder ingeschreven. Momenteel staat er dus geen bestuurder van [belanghebbende 4] ingeschreven in het handelsregister.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De statuten van [belanghebbende 4] luiden, voor zover van belang, als volgt:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De GGD Amsterdam (hierna: <emphasis role="bold">GGD</emphasis>) heeft van de gemeente Amsterdam de bevoegdheid toegekend gekregen tot het houden van toezicht op zorgaanbieders die voorzieningen leveren op grond van de Wmo. De GGD beoordeelt of de zorgaanbieder de wet- en regelgeving van de gemeente naleeft en toetst de kwaliteit van de zorg die door de zorgaanbieder wordt aangeboden. De GGD onderzoekt ook of de beschikbare middelen die de zorgaanbieder ontvangt op een rechtmatige wijze worden besteed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De GGD heeft in 2023 onderzoek gedaan naar de werkwijze van [belanghebbende 3] en daarover op 4 juli 2023 een inspectierapport uitgebracht. De GGD komt in dit rapport tot de volgende conclusies:</para>
      <para>- cliënten ontvangen ofwel minder ambulante ondersteuning dan waarvoor de zorg is ingekocht, of krijgen minder dagbesteding dan is ingekocht;</para>
      <para>- de administratie van [belanghebbende 3] rondom de verlening van ambulante ondersteuning is niet deugdelijk. [belanghebbende 3] kan niet aantonen wanneer, hoeveel, door wie en aan welke cliënt ambulante ondersteuning wordt geboden;</para>
      <para>- doordat een deugdelijke administratie van ondersteuning aan cliënten ontbreekt, kan de GGD niet controleren of er daadwerkelijk ondersteuning wordt geboden. De stukken die op verzoek van de GGD door de bestuurder zijn opgesteld zijn niet gebaseerd op de daadwerkelijk geleverde ondersteuning. Hierdoor is niet vast te stellen of alle cliënten de ondersteuning ontvangen die zij inkopen. Dit lijkt niet het geval te zijn;</para>
      <para>- [belanghebbende 3] biedt geen (deugdelijke) dagbesteding, terwijl zij aangeeft dat wel te doen;</para>
      <para>- er is geen vakbekwaam personeel met een geschikte opleiding om passende ambulante ondersteuning te bieden aan de cliënten;</para>
      <para>- cliënten zitten in een onwenselijke afhankelijkheidspositie doordat zij verplicht zorg moeten afnemen bij [belanghebbende 3] om hun huurwoning te behouden;</para>
      <para>- de bewindvoering van de cliënten is onvoldoende onafhankelijk [belanghebbende 3] doordat de bewindvoerder, Stichting [naam stichting] (hierna: [naam stichting] ), mede is opgericht door de dochter van [belanghebbende 1] . De bewindvoerder is dus onderdeel van het netwerk van [belanghebbende 3] . Er is daardoor geen onafhankelijke controle en dus ook geen extra controlemechanisme op de facturen van</para>
      <para>
        [belanghebbende 3] ;</para>
      <para>- aan de GGD is verklaard dat [belanghebbende 4] werkt als onderaannemer van [belanghebbende 3] . [belanghebbende 4] verleent tegen betaling ondersteuning aan [belanghebbende 3] en (onder)verhuurt daarnaast het pand waarin beide stichtingen zijn gehuisvest aan [belanghebbende 3] . Onduidelijk is hoe [belanghebbende 3] zich verhoudt tot [belanghebbende 4] . Vanuit beide organisaties worden dezelfde activiteiten verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In het inspectierapport heeft de GGD ook vastgesteld dat het onduidelijk is hoe de geldstromen van [belanghebbende 3] lopen, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de gelden rechtmatig worden besteed. De GGD heeft gedurende het onderzoek [belanghebbende 3] meerdere malen verzocht om financiële gegevens te verstrekken, zoals jaarrekeningen en grootboekinformatie, maar [belanghebbende 3] heeft deze informatie niet verstrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het OM is op basis van al deze bevindingen een civiel toezichtstraject gestart en heeft in dat kader in november 2023 om inlichtingen verzocht bij het bestuur van [belanghebbende 3] . Daarop heeft [belanghebbende 3] financiële gegevens verstrekt over de jaren 2021-2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: <emphasis role="bold">NLA</emphasis>) heeft onderzoek gedaan naar de geldstromen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] . De NLA is dit onderzoek gestart naar aanleiding van meldingen die aan de Financial Intelligence Unit (hierna: <emphasis role="bold">FIU</emphasis>) zijn gedaan over verdachte transacties van beide stichtingen. Het onderzoek van de NLA heeft betrekking op diverse bankrekeningen van [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en privérekeningen van [belanghebbende 1] tussen 1 januari 2019 en 16 december 2021. De NLA heeft haar bevindingen en de bevindingen van de FIU vastgelegd in het proces-verbaal ‘schadebeperkende maatregelen zorgfraude’ van 11 september 2023. De FIU heeft op basis van de geldstromen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] het sterke vermoeden dat sprake is van zorgfraude.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De gemeente Amsterdam heeft op grond van het inspectierapport van de GGD op <?linebreak?>8 maart 2024 een cliëntenstop ingesteld voor de duur van één jaar voor [belanghebbende 3] . [belanghebbende 3] heeft de gelegenheid gekregen om binnen die tijd te laten zien dat zij wel aan de eisen rondom de kwaliteit van de ondersteuning voldoet. [belanghebbende 3] heeft daarvoor een verbeterplan gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De GGD heeft daarna een vervolgonderzoek gedaan om te bekijken of de situatie is verbeterd. In haar inspectierapport van 24 februari 2025 komt zij tot de conclusie dat de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van [belanghebbende 3] nog steeds niet gewaarborgd zijn. Er ontbreken volgens de GGD belangrijke randvoorwaarden om de veiligheid van cliënten te waarborgen. Ook heeft [belanghebbende 3] nauwelijks verbeteringen doorgevoerd. De conclusie van de GGD is dat zij er geen vertrouwen in heeft dat [belanghebbende 3] de kwaliteit van de voorzieningen kan verbeteren en daarmee kan voldoen aan de gestelde eisen. De cliëntenstop is daarom verlengd en de GGD heeft aangegeven dat de pgb-beschikkingen van de huidige cliënten die Wmo ondersteuning hebben ingekocht bij [belanghebbende 3] zullen worden ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Op 13 april 2025 heeft de GGD een rapport over de rechtmatigheid van het handelen van [belanghebbende 3] opgesteld op basis van haar bevindingen in de inspectierapporten, het proces-verbaal schadebeperkende maatregelen van NLA en gesprekken met [belanghebbende 1] , bewindvoerders en de boekhouder van [belanghebbende 3] . De conclusie van de GGD is dat de gelden die [belanghebbende 3] ontvangt van de SVB niet worden gebruikt voor het leveren van zorg, maar worden onttrokken voor [belanghebbende 1] in privé of personen uit het netwerk van [belanghebbende 1] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de zaak C/13/776823 / HA RK 25-352</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het OM verzoekt de rechtbank:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>1. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] te ontslaan als bestuurders van [belanghebbende 3] ,</para>
      <para />
      <para>2. [belanghebbende 3] te ontbinden,</para>
      <para />
      <para>3. een vereffenaar te benoemen,</para>
      <para />
      <para>4. te bepalen dat de vereffenaar zichzelf een vergoeding mag toekennen overeenkomstig de vergoedingen die gelden voor ervaren faillissementscuratoren en – voor zover door hen ingeschakeld – voor hun medewerkers ten laste van [belanghebbende 3] ,</para>
      <para />
      <para>5. voor de duur van het geding de volgende <emphasis role="underline">voorlopige voorziening</emphasis> te treffen: schorsing van [belanghebbende 1] en/of [belanghebbende 2] als bestuurders van [belanghebbende 3] , met tijdelijke benoeming van een nieuwe (tijdelijke) bestuurder, in hun plaats, met toekenning van alle wettelijke en statutaire bevoegdheden aan de tijdelijk bestuurder,</para>
      <para />
      <para />
      <para>6. te bepalen dat:</para>
      <para />
      <para>a. de opvolgend tijdelijk bestuurder(s) zich een financiële vergoeding mag toekennen naar analogie van de vergoedingen die gelden voor ervaren faillissementscuratoren en, voor zover door hen ingeschakeld, voor hun medewerkers ten laste van [belanghebbende 3] ; en</para>
      <para />
      <para>b. de opvolgend tijdelijk bestuurder(s) de opdracht/taak wordt gegeven om:</para>
      <para>- een onderzoek in te stellen naar de betrokkenheid van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bij het beleid en de gang van zaken bij [belanghebbende 3] met betrekking tot hun (financiële) bestuur en de onttrekkingen,</para>
      <para>- hangende het onderzoek maatregelen te treffen ter verzekering van het recht van verhaal door [belanghebbende 3] ter zake van de onttrekkingen,</para>
      <para>- aangifte te doen van strafbare feiten en rechtsmaatregelen tot vergoeding van schade te treffen als het onderzoek daartoe aanleiding geeft,</para>
      <para />
      <para>7. de griffier op te dragen de onherroepelijke uitspraak met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan te bieden,</para>
      <para />
      <para>8. aan [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] een bestuursverbod zoals bedoeld in artikel 2:298 lid 2 BW op te leggen,</para>
      <para />
      <para>9. te bepalen dat alle onderdelen van de beschikking ook moeten worden uitgevoerd als hoger beroep is ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad te verklaren),</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Subsidiair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>10. eén of meerdere nieuwe bestuurders van [belanghebbende 3] te benoemen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de zaak C/13/776825 / HA RK 25-353</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het OM verzoekt de rechtbank:</para>
      <para />
      <para>1. één of meerdere nieuwe bestuurders van [belanghebbende 4] te benoemen,</para>
      <para />
      <para>2. te bepalen dat de opvolgend bestuurder(s) zich een financiële vergoeding mag toekennen naar analogie van de vergoedingen die gelden voor ervaren faillissementscuratoren en, voor zover door hen ingeschakeld, voor hun medewerkers ten laste van [belanghebbende 4] ,</para>
      <para />
      <para>3. de griffier op te dragen de onherroepelijke uitspraak met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan te bieden,</para>
      <para />
      <para>4. te bepalen dat alle onderdelen van de beschikking ook moeten worden uitgevoerd als hoger beroep is ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad te verklaren).</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">4.	De beoordeling van het verzoek om voorlopige voorzieningen te treffen in de zaak C/13/776823 / HA RK 25-352 </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank kan op verzoek van een belanghebbende of het OM bestuurders van een stichting ontslaan of schorsen.<footnote-ref linkend="_e374a9a8-ab19-4c3e-8f11-94db032940e5" /> Dat kan als de bestuurder zijn taak verwaarloost of om andere belangrijke redenen. Het kan ook zijn dat een bestuurder door een verandering van omstandigheden redelijkerwijs zijn werk niet meer kan doen. Dit is ook een geldige reden voor ontslag of schorsing van de bestuurder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in de volgende feiten en omstandigheden, die zijn aangedragen door het OM en voor een groot deel met bewijsstukken zijn onderbouwd, voldoende aanleiding om de verzoeken tot schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als voorlopige voorziening toe te wijzen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [belanghebbende 3] moet de kosten van de verleende ondersteuning die door een cliënt</para>
          <para>met een persoonsgebonden budget (hierna: <emphasis role="bold">Pgb</emphasis>) bij haar is ingekocht declareren bij de SVB. De gelden die [belanghebbende 3] van de SVB ontvangt, moeten dus zijn gebruikt voor ondersteuning aan de cliënten. De conclusie van het OM op basis van het civiele onderzoek is dat de ondersteuning die door cliënten is ingekocht met een Pgb niet is verleend door [belanghebbende 3] . [belanghebbende 3] heeft veelvuldig frauduleus facturen bij de SVB ingediend voor ondersteuning die zij niet heeft verleend. De ontvangen gelden van de SVB zijn vervolgens van [belanghebbende 3] onttrokken om te worden gebruikt voor privédoeleinden van de bestuurder(s). Met deze onttrekkingen is het vermogen van [belanghebbende 3] niet besteed ter verwezenlijking van het statutaire doel van [belanghebbende 3] . Het OM onderbouwt zijn stellingen met een analyse van de transactieoverzichten van de bankrekening(en) van [belanghebbende 3] en het proces-verbaal van de NLA. De NLA heeft onderzoek gedaan naar de geldstromen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] . Daarvoor heeft de NLA diverse bankrekeningen van [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en privérekeningen van [belanghebbende 1] tussen 1 januari 2019 en 16 december 2021 bestudeerd. De conclusie is dat er een sterk vermoeden is dat sprake is van zorgfraude. De geldstromen laten zien dat met de ontvangen gelden van de SVB geen ondersteuning is verleend aan de cliënten. Uit de transactieoverzichten die zijn overgelegd blijkt dat [belanghebbende 1] bijna dagelijks gelden van de bankrekening van [belanghebbende 3] heeft overgeboekt naar zijn bankrekeningen in privé. In de periode waarin de NLA de transacties heeft onderzocht, heeft [belanghebbende 3] in totaal € 155.405,88 overgeboekt naar privé bankrekeningen van [belanghebbende 1] . Ook na de onderzoeksperiode heeft [belanghebbende 1] op zeer regelmatige basis gelden overgeboekt naar zijn privérekening. [belanghebbende 1] ontvangt geen loon voor zijn werkzaamheden voor [belanghebbende 3] . De overboekingen kunnen dus niet worden gekwalificeerd als salaris. Naast de overboekingen is er in dezelfde periode vanaf de bankrekeningen van [belanghebbende 3] ruim 250 keer contant geld bij pinautomaten in [plaats] en omgeving opgenomen met een totaalbedrag van € 121.666,72.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Uit de geldstromen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] blijkt dat [belanghebbende 1] ook via [belanghebbende 4] onrechtmatig geld heeft onttrokken. Het personeel en de huur van het pand vallen onder [belanghebbende 4] ; zij verhuurt het pand en levert tegen betaling ondersteuning aan [belanghebbende 3] als</para>
          <para>onderaannemer van de zorgverlening. Uit het onderzoek van de NLA blijkt dat € 946.790,15 is overgeboekt van [belanghebbende 3] naar [belanghebbende 4] , terwijl het bedrag dat wordt betaald onder de noemer ‘salarissen’ veel lager is (in totaal € 191.997,49). Dit is ook een indicatie voor zorgfraude. Van de rekeningen van [belanghebbende 4] is in de betreffende periode € 109.206,57 in contanten opgenomen bij pinautomaten en € 20.695,50 overgemaakt naar de privé rekening van [belanghebbende 1] .</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Er is verder van de rekeningen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] in totaal € 137.651,04 overgemaakt naar [naam stichting] en in totaal € 65.236,50 naar de huidige bestuurder van</para>
          <para>
            [naam stichting] in privé, [naam 1] . Daarnaast is € 26.000,- overgeboekt naar [naam vof] , de onderneming van de dochter van [belanghebbende 1] , [naam 2] , en [naam 3] (voormalig medebestuurder van [naam stichting] ). De NLA constateert ten slotte dat er van de rekeningen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] ook bedragen zijn overgemaakt naar dochter [naam 2] (€ 66.133,30), zoon [naam 4] (€ 23.103,71) en [naam 3] (€ 56.133,30) in privé. De NLA heeft vastgesteld dat van de bankrekeningen van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] in totaal € 278.302,28 is overgeboekt onder de noemer ‘salaris’. [belanghebbende 3] heeft  geen administratie (overgelegd) zodat niet kan worden nagegaan waarvoor de bedragen zijn bedoeld. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.4.</nr>
        <para>De jaarrekeningen 2020 en 2021 die het OM heeft gekregen van [belanghebbende 3] zijn niet gecontroleerd of onderzocht door een registeraccountant. Daarmee handelt [belanghebbende 3] in strijd met haar statuten.<footnote-ref linkend="_1be6c4bc-f6e4-4ca0-9f05-b6950da14a73" /> Zij is namelijk verplicht om de jaarrekeningen te laten onderzoeken door de door de Raad van Toezicht aangewezen registeraccountant. Degene die de jaarrekening heeft opgemaakt is geen registeraccountant en uit niets blijkt dat de jaarrekeningen zijn gecontroleerd door een registeraccountant.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.5.</nr>
        <para>Uit het inspectierapport van de GGD blijkt dat er geen leden van de Raad van Toezicht zijn bij [belanghebbende 3] . Dit is in strijd met de statuten van [belanghebbende 3] .<footnote-ref linkend="_7bdf5454-1715-4874-8470-fb1a0c077776" /> De Raad van Toezicht heeft een interne controlefunctie en heeft een adviserende rol bij bepaalde besluiten van het bestuur, zoals bij het besluit tot het vaststellen van het beleidsplan. Doordat er geen Raad van Toezicht is, is er geen intern toezicht.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.6.</nr>
        <para>In het inspectierapport staat dat [belanghebbende 3] geen (deugdelijke) dagbesteding biedt, terwijl [belanghebbende 3] aangeeft dat wel te doen, dat er geen vakbekwaam personeel met een geschikte opleiding is om passende ambulante ondersteuning te bieden aan de cliënten, dat cliënten in een onwenselijke afhankelijkheidspositie zitten doordat zij verplicht zorg moeten afnemen bij [belanghebbende 3] om hun huurwoning te behouden en dat de bewindvoering van de cliënten onvoldoende onafhankelijk is van [belanghebbende 3] doordat de bewindvoerder, Stichting [naam stichting] , mede is opgericht door de dochter van [belanghebbende 1] . De bewindvoerder is dus onderdeel van het netwerk van [belanghebbende 3] . Er is daardoor geen onafhankelijke controle en dus ook geen extra controlemechanisme op de facturen van [belanghebbende 3] .</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Zonder belanghebbenden vooraf te horen</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het OM verzoekt de schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] en de benoeming van een tijdelijke bestuurder uit te spreken zonder [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] vooraf te horen (ex parte). Dat is onder bepaalde omstandigheden mogelijk. Daarvan is in dit geval sprake. De rechtbank licht dat hierna toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In het algemeen mag de rechtbank niet beslissen zonder vooraf alle belanghebbenden te horen. De Hoge Raad heeft echter overwogen dat een verzoek ingevolge artikel 2:298 lid 2 BW tot het treffen van voorlopige voorzieningen in bepaalde gevallen kan worden toegewezen zonder de betrokken bestuurder vooraf te horen.<footnote-ref linkend="_2143ffcc-1e51-4b4a-b4f4-302d4ced4185" /> Het bepaalde in artikel 19 Rv en artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) staat er niet aan in de weg dat de rechter met het oog op de ernst van de aan het verzoek tot schorsing van de bestuurder en benoeming van een tijdelijk bestuurder ten grondslag gelegde feiten of de spoedeisendheid van de verzochte voorzieningen tot het treffen daarvan overgaat zonder de betrokken bestuurder vooraf te horen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>In dit geval rechtvaardigt de ernst van de aan de verzoeken ten grondslag gelegde omstandigheden dat de rechtbank bij wijze van ordemaatregel het verzoek tot schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] toewijst zonder hen vooraf te horen (zie de omstandigheden genoemd in nummers 4.2.1 tot en met 4.2.6). De rechtbank onderschrijft het standpunt van het OM dat, gezien de gedane onttrekkingen aan het vermogen van [belanghebbende 3] , er een kans is dat de bestuurders na kennisneming van dit verzoekschrift het nu beschikbare vermogen aan [belanghebbende 3] onttrekken. Verder is de rechtbank het eens met het OM dat het risico bestaat dat de administratie van [belanghebbende 3] beperkt beschikbaar is zodra de bestuurders kennis nemen van het verzoekschrift. Hierdoor zou het de opvolgend bestuurder worden bemoeilijkt in een onderzoek met betrekking tot de gang van zaken van de stichting en de onttrekkingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechtbank zal zo spoedig mogelijk een mondelinge behandeling bepalen waarop [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] desgewenst kunnen reageren op de schorsing. Naar aanleiding van die mondelinge behandeling zal de rechtbank beslissen over het al dan niet voortzetten van de schorsing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdelijke bestuurder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] de enige bestuurders van [belanghebbende 3] zijn, heeft hun schorsing het gevolg dat [belanghebbende 3] geen bestuur meer heeft. De rechtbank ziet daarin aanleiding voor de duur van de schorsing bij wijze van ordemaatregel een tijdelijke bestuurder te benoemen. Zij heeft mr. [naam 5] , advocaat te Amsterdam, bereid gevonden om deze werkzaamheden op zich te nemen. De tijdelijk bestuurder dient voorlopig, in ieder geval tot aan de mondelinge behandeling, terughoudend gebruik te maken van zijn bevoegdheden en, voor zover de gevolgen van door hem als tijdelijk bestuurder van [belanghebbende 3] te verrichten (rechts)handelingen onomkeerbaar zijn, slechts die handelingen te verrichten die naar zijn oordeel in het belang zijn van [belanghebbende 3] en niet kunnen worden uitgesteld. Naar aanleiding van de mondelinge behandeling zal de rechtbank beslissen over het al dan niet voortzetten van de benoeming. De kosten van mr. [naam 5] zullen (voorlopig) worden vastgesteld overeenkomstig de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling en komen voor rekening van [belanghebbende 3] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verdere behandeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Bij de verdere behandeling van het verzoek tot ontslag van de bestuurders moet de rechtbank beoordelen of de noodzaak tot het handhaven van de schorsing nog steeds bestaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank zal dag en uur bepalen voor een mondelinge behandeling waarop het (eventuele) verzet van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] tegen de beslissing om hen als bestuurder van [belanghebbende 3] te schorsen en mr. [naam 5] als tijdelijk bestuurder te benoemen zal worden behandeld. Daarnaast zullen de belanghebbenden in beide zaken zich op de mondelinge behandeling kunnen uitlaten over de vraag of zij verweer wensen te voeren tegen de verzoeken ten gronde en zal aan de hand daarvan het verdere verloop in beide zaken worden besproken. De rechtbank heeft maandagmiddag <emphasis role="bold">9 december 2025</emphasis> daarvoor gereserveerd. De rechtbank verzoekt alle partijen zich in te spannen een mondelinge behandeling op genoemde datum doorgang te laten vinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het procesreglement verzoekschriftprocedure is van toepassing. De rechtbank ontvangt eventuele verweerschriften graag uiterlijk op <emphasis role="bold">4 december 2025</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan het OM, de belanghebbenden, en mr. [naam 5] als (tijdelijk) bestuurder van [belanghebbende 3] . De rechtbank zal een (digitaal) afschrift van het verzoekschrift en de producties in de zaak met nummer C/13/776823 / HA RK 25/352 aan mr. [naam 5] toezenden. De rechtbank zal daarnaast afschriften van de verzoeken in beide zaken en de producties aan de belanghebbenden toezenden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">met betrekking tot de voorlopige voorzieningen in de zaak C/13/776823 / HA RK 25-352:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- schorst [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , hangende het onderzoek in deze procedure en tot nader order, met onmiddellijke ingang als bestuurders van [belanghebbende 3] ;</para>
    <para />
    <para>- benoemt mr. [naam 5] , werkzaam bij Certa Advocaten B.V. in Amsterdam, hangende het onderzoek in deze procedure en tot nader order, met onmiddellijke ingang als bestuurder van [belanghebbende 3] en bepaalt dat diens kosten, zoals omschreven in 4.7, voor rekening van [belanghebbende 3] komen;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de beslissingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan het handelsregister doet toekomen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">met betrekking tot de verzoeken in beide zaken:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat – in beginsel – op <emphasis role="bold">9 december 2025</emphasis> om <emphasis role="bold">13:30 uur</emphasis> een mondelinge behandeling als bedoeld in 5.2 zal plaatsvinden; slechts in geval van absolute verhindering zal naar een andere datum kunnen worden uitgeweken;</para>
    <para />
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.P. Pompe, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b6fc0ca4-329e-4301-9724-0c103aa90924" label="1">
    <para> Zie artikel 285 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e374a9a8-ab19-4c3e-8f11-94db032940e5" label="2">
    <para> Zie artikel 2:298 lid 1 en 2 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1be6c4bc-f6e4-4ca0-9f05-b6950da14a73" label="3">
    <para> Zie artikel 23 lid 5 van de statuten van [belanghebbende 3] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bdf5454-1715-4874-8470-fb1a0c077776" label="4">
    <para> Zie artikel 11 e.v. van de statuten van [belanghebbende 3] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2143ffcc-1e51-4b4a-b4f4-302d4ced4185" label="5">
    <para> Zie HR 20 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9324 (Dr. A. Fuldauerstichting) en ECLI:NL:RBAMS:2022:2315 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>