<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:11347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T20:07:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11789020 \ CV EXPL  25-9419</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T16:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11347 Rechtbank Amsterdam , 12-12-2025 / 11789020 \ CV EXPL  25-9419</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst onder voorbehoud van financiering. Koper heeft zelf belet dat financiering niet rondkwam. Koper is annuleringskosten verschuldigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11789020 \ CV EXPL  25-9419</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: PUURNouta,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in de persoon van [naam] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 20 juni 2025, met producties,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van 31 juli 2025, met producties, </para>
      <para>- het tussenvonnis van 14 augustus 2025, waarbij mondelinge behandeling is bepaald, </para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 november 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben op 27 augustus 2024 een koopovereenkomst gesloten voor de levering – door [eiser] aan [gedaagde] – van een deels door Kia Finance te financieren auto van het merk Kia. Op de koopovereenkomst zijn algemene voorwaarden (BOVAG) van toepassing. In die algemene voorwaarden is – voor zover hier relevant – het volgende opgenomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 7 – Annulering (koop) overeenkomst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. De koper moet de schade vanwege het annuleren vergoeden als de levertijd met een periode tot en met vier weken wordt overschreden. Deze schade is vastgesteld op 10% van de totale koopprijs van de auto (…)</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 10 – Betaling </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Als de verkoper/reparateur een derde moet inschakelen om zijn vordering op koper/opdrachtgever te kunnen incasseren dan komen de gerechtelijke en de buitengerechtelijke kosten hiervan voor rekening van de koper/opdrachtgever. De buitengerechtelijke kosten worden op 15% van het niet betaalde bedrag gesteld, met een minimum van € 114,-. (…)”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In september 2024 heeft Kia Finance [gedaagde] meermaals per e-mail verzocht om haar een bankpas op naam van [gedaagde] te verstrekken, zodat zij de financieringsaanvraag voor de auto kan beoordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de auto niet opgehaald en de koopsom niet voldaan. Op 30 september 2024 heeft [eiser] annuleringskosten ter hoogte van € 4.373,28 (inclusief btw) bij [gedaagde] in rekening gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens heeft [eiser] op 23 juni 2025 het volgende per e-mail aan [gedaagde] laten weten:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Zoals zojuist besproken hebben wij annuleringskosten in rekening gebracht vanwegen [sic] het niet op halen de aangekocht Kia Niro in Augustus 2024. Wij hebben toen ook besproken dat indien u binnen 12 maanden weer een auto zou kopen deze kosten verkend zouden worden. Als u nu dus weer een andere auto bij ons koopt hoeft u de annuleringsfactuur niet te betalen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 14 juli 2025 hebben partijen een nieuwe koopovereenkomst gesloten voor de levering van een auto. Diezelfde dag heeft [gedaagde] nogmaals een financieringsaanvraag ingediend bij Kia Finance. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Kia Finance heeft [gedaagde] op 16 juli 2025 per e-mail laten weten dat de financieringsaanvraag wordt afgewezen op basis van de door [gedaagde] aangeleverde documenten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In de avond van 16 juli 2025 heeft [eiser] – voor zover hier relevant – het volgende via Whatsapp aan [gedaagde] laten weten:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) If you can guarantee the buying of the car and do a downpayment of € 1500 then we can call the court in the morning and cancel the procedure. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.373,28 in hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert betaling van annuleringskosten die zij op basis van haar algemene voorwaarden bij [gedaagde] in rekening heeft gebracht voor het annuleren van de koopovereenkomst. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de koopovereenkomst onder voorbehoud van financiering is gesloten. Nu het [gedaagde] destijds niet is gelukt de financiering rond te krijgen, is geen overeenkomst tot stand gekomen en is zij geen annuleringskosten verschuldigd. Bovendien hebben partijen op 23 juni 2025 met elkaar afgesproken dat de annuleringskosten niet in rekening zouden worden gebracht als [gedaagde] een nieuwe auto zou aanschaffen bij [eiser] . Dit heeft zij – wederom onder voorbehoud van financiering – op 14 juli 2025 gedaan. Ook om die reden is [gedaagde] dus niet gehouden de annuleringskosten te betalen, aldus [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, waardoor de kantonrechter bij die gelegenheid alleen een toelichting heeft gekregen van [eiser] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] erkend dat de koopovereenkomst is gesloten onder voorbehoud van financiering. Zij stelt echter dat [gedaagde] geen beroep op dit voorbehoud toekomt, omdat het aan [gedaagde] zelf te wijten is dat de financiering niet rondkwam. Volgens [eiser] was de bank destijds bereid om [gedaagde] te financieren, maar is de aanvraag uiteindelijk afgewezen omdat [gedaagde] weigerde om de daarvoor benodigde gegevens aan te leveren. [eiser] heeft verder bevestigd dat partijen op 23 juni 2025 zijn overeengekomen dat als [gedaagde] een nieuwe auto bij [eiser] zou aanschaffen, de annuleringskosten verrekend zouden worden met de koopprijs van de nieuwe auto. Ter aanvulling daarop hebben partijen op een later moment nog afgesproken dat daarnaast een aanbetaling ter hoogte van € 1.500,00 moest worden gedaan. Tijdens de zitting heeft [eiser] toegelicht dat partijen op 14 juli 2025 weliswaar een nieuwe koopovereenkomst met financieringsvoorbehoud hebben gesloten, maar dat [gedaagde] onder die tweede overeenkomst opnieuw heeft belet dat de financiering rond kwam. Daarnaast heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde] de overeengekomen aanbetaling van € 1.500,00 nooit heeft betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat is komen vast te staan dat [gedaagde] de vervulling van de opschortende voorwaarde heeft belet. Daardoor is de overeenkomst onvoorwaardelijk geworden. [gedaagde] heeft de auto niet afgenomen waardoor er op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden annuleringskosten bij haar in rekening zijn gebracht. [gedaagde] heeft niet voldaan aan de hierna gemaakte afspraken voor kwijtschelding van die annuleringskosten, zodat zij gehouden is om de annuleringskosten ter hoogte van € 4.373,28 aan [eiser] te voldoen. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] dus toewijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn, is een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten opgenomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde]  heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is dat toegestaan. De door [eiser] gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, nu [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en geen termen aanwezig zijn om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan. Daarom zal een bedrag van € 655,99 worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen als vermeld in de beslissing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert de wettelijke handelsrente over de annuleringskosten op grond van artikel 6:119a BW. Nu de annuleringskosten moeten worden gezien als een gefixeerde vergoeding op basis van de algemene voorwaarden, vallen die kosten niet onder de primaire betalingsverplichtingen uit de handelsovereenkomst tussen partijen. Om die reden is [gedaagde] alleen de wettelijke rente in de zin van 6:119 BW over de annuleringskosten verschuldigd. Voor het intreden van het verzuim sluit de kantonrechter aan bij de termijn in de door [eiser] overgelegde aanmaning van 23 januari 2025, waar aan [gedaagde] een termijn van acht dagen wordt gegeven om tot betaling over te gaan. Nu [gedaagde] daar geen gehoor aan heeft gegeven, was zij in ieder geval op 1 februari 2025 in verzuim (artikel 6:82 lid 1 BW), zodat de wettelijke rente vanaf die datum zal worden toegewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde]  is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>125,30</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.481,30</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde]  om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.373,28, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde]  om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 655,99 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 13 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde]  in de proceskosten van € 1.481,30, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde]  niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>