<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:11308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T13:02:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.373618.24 (A), 16.308451.24 (B), 13.145149.25 (C)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11308">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T12:51:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11308 Rechtbank Amsterdam , 27-11-2025 / 16.373618.24 (A), 16.308451.24 (B), 13.145149.25 (C)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11308:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>MK jeugdstrafzaak. Veroordeling voor twee gewapende winkelovervallen en een afpersing. Samen met zijn mededaders heeft verdachte op klaarlichte dag tabakszaak De Sigaar overvallen, gewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en klauwhamers. Ook heeft verdachte de winkel CEX overvallen, waarbij de medeverdachte een mes op zeer korte afstand heeft voorgehouden aan de medewerkers die geknield achter de balie moesten blijven zitten. Daarnaast heeft verdachte één van zijn vrienden afgeperst onder bedreiging van een balletjespistool. Aan verdachte wordt opgelegd een deels voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 270 dagen met daaraan verbonden diverse bijzondere voorwaarden en een onvoorwaardelijke werkstraf van 180 uren. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn deels toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11308:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="deadd874-0a37-4afc-91d4-c3666d05344b" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie &amp; Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.373618.24 (A), 16.308451.24 (B) en 13.145149.25 (C)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 27 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2008,</para>
      <para>wonende op het [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 13 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Modder en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I. Stas en raadsvrouw mr. W.S.W. van der Donk, advocaten te Almere, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door mevrouw [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), de heer [naam 2] , namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA), en door de vader van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door mr. J.J.G.M. Buijs, advocaat te Wijchen, namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een afpersing van een telefoon toebehorende aan [naam 3] op 21 november 2024 te Abcoude;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het dwingen van [naam 4] om hem naar huis te brengen onder bedreiging van een vuurwapen op 21 november 2025 te Abcoude;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het voorhanden hebben van een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie in de periode van 21 november 2024 tot en met 22 november 2024 te Abcoude;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een poging tot een gewapende overval in vereniging van tabakswinkel [naam tabakswinkel] op 26 september 2024 te Almere;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak C</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een gewapende overval in vereniging van de winkel [naam winkel] op 17 september 2024 te Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het in zaak A onder 2 ten laste gelegde:  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het in zaak A onder 2 ten laste gelegde heeft begaan wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Verdachte zal hiervan dan ook zonder nadere motivering worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 3 en in zaak B en C ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ten aanzien van de feiten, zoals die in zaak A onder 1 en 3 en in zaak B en C ten laste zijn gelegd, geen verweer gevoerd. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het in zaak A onder 2 ten laste gelegde, wettig en overtuigend zijn bewezen, omdat verdachte de feiten heeft bekend en zijn verklaringen steun vinden in de overige bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 21 november 2024 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, die aan die [naam 3] toebehoorde, door </para>
    </parablock>
    <para>- tegen die [naam 3] te zeggen: ‘Geef je telefoon. Ik wil dit ook niet maar het moet. Je weet niet hoe het straatleven werkt’, en</para>
    <para>- tegen die [naam 3] te zeggen: ‘Laat me hem niet trekken’, en daarbij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp een stuk uit zijn, verdachtes, jaszak te halen en aan die [naam 3] te laten zien en</para>
    <para>- nadat die [naam 3] zijn telefoon had afgegeven, te zeggen dat hij, [naam 3] , zijn telefoon naar fabrieksinstellingen moest zetten en</para>
    <para>- vervolgens tegen die [naam 3] te zeggen: ‘Dan weet ik je te vinden, ook al heb ik 5 jaar vastgezeten dan weet ik je te vinden’;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 21 november 2024 tot en met 22 november 2024 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 26 september 2024 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig(e) goed(eren), die aan tabakswinkel [naam tabakswinkel] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen medewerkers en klanten van tabakswinkel [naam tabakswinkel] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, door</para>
    </parablock>
    <para>- al schreeuwend voornoemde tabakswinkel naar binnen zijn gegaan en</para>
    <para>- op korte afstand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op medewerkers hebben gericht en gericht gehouden en daarbij</para>
    <para>- hebben geroepen “Waar is de kluis, de kluis”, en </para>
    <para>- met een hamer op de kassa hebben geslagen, </para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak C</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 17 september 2024 te Nijmegen, in een winkelpand aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag en telefoons, die aan firma [naam winkel] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam 5] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] , allen in dat winkelpand achter de balie werkzaam, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door </para>
    </parablock>
    <para>- voorzien van gezichtsbedekking met een mes, onverhoeds dat winkelpand binnen te gaan en vervolgens</para>
    <para>- dreigend te schreeuwen: “Op jullie knieën! Als jullie nog een beweging maken dan steek ik jullie dood! Begrijpen jullie mij?”, en</para>
    <para>- voorzien van een mes over de balie van dat winkelpand te springen en</para>
    <para>- daarbij aan voormelde personen op korte afstand een mes voor te houden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>10</nr>Motivering van de straffen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar in zaak A onder 1 en 3 en in zaak B en C bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 270 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 160 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en daaraan verbonden de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast vordert de officier van justitie een werkstraf van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de voorgeschiedenis en persoonlijkheid van verdachte, zoals blijkt uit het NIFP-rapport. Ook verzoekt de verdediging rekening te houden met het feit dat verdachte first offender is, hij bijna vier maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en hij ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor de strafbare feiten. De verdediging heeft bepleit het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie zo beperkt mogelijk te houden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>10.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De ernst van de feiten</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft zich meermaals schuldig gemaakt aan ernstig strafbare feiten. Samen met zijn mededaders heeft hij op klaarlichte dag tabakszaak [naam tabakswinkel] overvallen, gewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en klauwhamers. Ook heeft hij de winkel [naam winkel] overvallen, waarbij de medeverdachte een mes op zeer korte afstand heeft voorgehouden aan de medewerkers die geknield achter de balie moesten blijven zitten. Daarnaast heeft verdachte één van zijn vrienden afgeperst onder bedreiging van een balletjespistool. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gewapende overvallen als deze hebben een enorm ontwrichtend effect op de directe slachtoffers en ook op de maatschappij als geheel. In de tabakszaak waren op het moment van de overval medewerkers en klanten aanwezig. Zij zijn doodsbang geweest toen drie gewapende overvallers met gezichtsbedekking de winkel binnenstormden. Zij konden immers niet weten dat het wapen dat één van de overvallers in de hand had, geen echt vuurwapen was. Ook de medewerkers van de winkel [naam winkel] hebben gevreesd voor hun leven. Als gevolg van de overval zijn twee medewerkers arbeidsongeschikt geraakt, waarvoor de rechtbank onder andere verdachte verantwoordelijk houdt. <?linebreak?>Bij gewapende overvallen als deze past in beginsel onvoorwaardelijke jeugddetentie, temeer omdat de ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke overvallen vaak langdurig psychische klachten ondervinden van wat hen is overkomen. Ook dragen gewapende overvallen er aan bij dat mensen zich minder veilig voelen op straat en als ze in een winkel werken. Dat blijkt eveneens uit de aangiftes, de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen en de slachtofferverklaringen. De rechtbank neemt verdachte kwalijk dat hij snel geld wilde en geen oog heeft gehad voor wat hij zijn slachtoffers daarbij aandeed. Het slachtoffer van de afpersing was zelfs een vriend van de verdachte. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>10.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 24 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de volgende rapportages, die in het kader van de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn opgemaakt:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>het Psychologisch Pro Justitia rapport van 24 maart 2025, opgemaakt door R. Gerats, orthopedagoog-generalist;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>het rapport van JBRA van 4 november 2025;</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De psycholoog</emphasis> komt tot de volgende conclusie. Er is bij verdachte sprake van een ongespecificeerde gedragsstoornis, waarbij er zonder behandeling risico op een bedreigde persoonlijkheidsstoornis is. Dit komt voort vanuit forse hechtingsproblematiek. Ook is sprake van bijkomende problemen in de onderwijssetting. Bovenstaande heeft niet doorgewerkt ten tijde van het plegen van de hem tenlastegelegde feiten. In algemene zin is er ten tijde van de tenlasteleggingen sprake van berekenend gedrag van verdachte dat passend is bij een scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling als gevolg van de hechtingsproblemen. Verdachte houdt geen rekening met gevoelens van anderen, neemt angst bij de ander als gevolg van zijn eigen handelen wel waar, maar dit weerhoudt hem er niet van om zijn eigen behoeftes boven die van de ander te stellen. In alle tenlastegelegde feiten is materiële/geldelijke winst de reden volgens verdachte om over te gaan tot het dreigen met geweld. Hij eigent zichzelf meer rechten toe dan de ander, vanuit een van de wereld vervreemd, vijandig en wantrouwend beeld. Op dit moment is het recidiverisico laag. Op langere termijn, wanneer het externe toezicht op hem vermindert en indien hij niet geprofiteerd heeft van behandeling, wordt het recidiverisico op vermogensdelicten, al dan niet met geweld, ingeschat als hoog. Geadviseerd wordt om de interventies, zoals (poli)klinische individuele behandeling, vaktherapie en verblijf op een woongroep, als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, binnen het kader van een ITB Harde Kern. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank neemt voornoemde conclusies over en maakt deze tot de hare. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">JBRA</emphasis> heeft in haar rapport en ter zitting naar voren gebracht dat zij veel zorgen hebben over de ontwikkeling van verdachte. Verdachte is recent weggelopen van zijn woongroep en is uit contact getreden met JBRA. Daarin komt zijn zelfbepalendheid sterk naar voren. Ondanks dat er geen sprake is van recidive wordt er – aansluitend bij de uitkomsten van het psychologisch onderzoek – een zorg gezien op de lange termijn. JBRA adviseert daarom om een voorwaardelijke straf op te leggen en daar de volgende bijzondere voorwaarden aan te verbinden: onderwijs/ en of stage volgen volgens het lesrooster,<?linebreak?>meewerken aan het hebben van structurele, positieve vrijetijdsbesteding, actief en meewerkend opstellen aan de partijen die hem ondersteunen, verblijven op een woongroep van Boomerang Zorg, gelegen aan [adres 3] , meewerken aan het traject van Boomerang Zorg voor begeleid danwel zelfstandig wonen;<?linebreak?>en meewerken aan behandeling van Inforsa. JBRA heeft gezien dat de handvaten en de toereikingen die zijn gedaan vanuit de pedagogische benadering van jeugdbescherming onvoldoende zijn geweest om verdachte te ondersteunen in het nakomen van zijn bijzondere voorwaarden. JBRA is van mening dat het voor verdachte passend is als hij een meer volwassen aanpak krijgt binnen een toezicht en begeleiding vanuit de volwassenreclassering.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De Raad</emphasis> heeft voor de zitting te kennen gegeven geen ruimte te hebben om een adviesrapport uit te brengen en heeft zich ter zitting aangesloten bij het advies van JBRA.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>10.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De strafoplegging</emphasis>
          </para>
          <para>Zoals eerder aangegeven rechtvaardigen de feiten een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Verdachte heeft in korte tijd twee winkels overvallen en heeft daarna één van zijn vrienden afgeperst onder bedreiging van een balletjespistool. Verdachte was kennelijk allerminst onder de indruk van de angst van de slachtoffers, niet onder de indruk van het gebruikte geweld, en is zelfs doorgegaan met het plegen van strafbare feiten nadat hij op heterdaad was aangehouden voor de overval in de tabakswinkel. Verdachte liep op het moment van de afpersing in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis en de rechtbank neemt het hem kwalijk dat hij ondanks dit gegeven opnieuw de fout in is gegaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vanwege de persoon van verdachte, de omstandigheid dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld en hij ter zitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor de strafbare feiten, ziet de rechtbank aanleiding verdachte een kans te geven en hoeft hij niet terug in detentie. De rechtbank zal daarom een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk opleggen en zal daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door JBRA. De rechtbank vindt het noodzakelijk dat verdachte hulp en begeleiding blijft krijgen en vindt de pedagogische mogelijkheden van JBRA nog niet uitgeput. De rechtbank vindt het nog te vroeg om het toezicht en de begeleiding bij de volwassenreclassering te beleggen, juist vanwege de ontwikkelingsfase die verdachte nu doormaakt en hetgeen onder andere in de Pro Justitia rapportage naar voren is gekomen. <?linebreak?>Om verdachte vanwege de genoemde ernst van de feiten nog flinke gevolgen van zijn handelen te laten ervaren, zal aan hem, naast een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie, een werkstraf voor de duur van 180 uren worden opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 STK Wapen </para>
      <para>(Omschrijving: PL0900-2024370957-G3441262, Balletjespistool)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu met behulp van dit voorwerp het in zaak A onder 3 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>De vorderingen van de benadeelde partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>12.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [benadeelde partij 3]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert € 650,- aan immateriële schadevergoeding, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak B bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij op een andere wijze in haar persoon is aangetast. Uit hetgeen onderbouwd is gesteld kan geconcludeerd worden dat de benadeelde partij psychische schade heeft ondervonden door het bewezenverklaarde feit. Die psychische schade is ook niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106, aanhef en onder b BW kan worden aangenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hoogte van de vordering is ter terechtzitting betwist. De rechtbank is van oordeel dat een vergoeding van € 650,- billijk is, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoeding die in de strafzaak van de medeverdachte [medeverdachte] is toegekend. De rechtbank zal de vordering van [benadeelde partij 3] daarom tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>12.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>In het belang van [benadeelde partij 3] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het in zaak B bewezenverklaarde meerdere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en zijn mededaders ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [benadeelde partij 4]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 4] vordert € 4.000.- aan immateriële schadevergoeding, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak B bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij op een andere wijze in zijn persoon is aangetast. Uit hetgeen onderbouwd is gesteld kan geconcludeerd worden dat de benadeelde partij psychische schade heeft ondervonden door het bewezenverklaarde feit. Die psychische schade is ook niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106, aanhef en onder b BW kan worden aangenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hoogte van de vordering is ter terechtzitting betwist. De rechtbank is van oordeel dat een vergoeding van € 1.000,- billijk is, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoeding die in de strafzaak van de medeverdachte [medeverdachte] is toegekend. De rechtbank zal de vordering van [benadeelde partij 4] daarom tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn</para>
        <para>vordering. De behandeling van dit deel van de vordering levert een onevenredige belasting</para>
        <para>van het strafgeding op omdat de vordering voor dit deel onvoldoende is onderbouwd en het</para>
        <para>toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de strafzaak moet worden</para>
        <para>aangehouden. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter</para>
        <para>aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>12.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>In het belang van [benadeelde partij 4] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het in zaak B bewezenverklaarde meerdere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en zijn mededaders ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [naam tabakswinkel] B.V.</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [naam tabakswinkel] B.V. vordert € 3.452,07 aan materiële schadevergoeding, bestaande uit kosten voor een vervangende en nieuwe kassa en gederfde inkomsten, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak B bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank beoordeelt de verschillende posten als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 425,- voor de kosten van de vervangende kassa en een nieuwe kassa. Deze post is niet onderbouwd. De rechtbank zal daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en schat de schade voor de vervangende kassa en de nieuwe kassa tezamen, op € 300,-. </para>
      <para />
      <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 3.027,07 voor gederfde inkomsten. De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij heeft onderbouwd welk bedrag is misgelopen aan omzet, maar niet aan winst. De rechtbank schat de misgelopen winst op basis van de verstrekte gegevens van de boekhouder op een bedrag van in totaal € 1.000,-</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vordering materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal</para>
        <para>€ 1.300,- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>12.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>In het belang van [naam tabakswinkel] B.V. voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het in zaak B bewezenverklaarde meerdere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en zijn mededaders ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [benadeelde partij 5]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert € 10.855,- aan materiële schadevergoeding, bestaande uit medische kosten, reiskosten en verlies aan verdienvermogen tot maart 2027. Voorts vordert de benadeelde partij € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft de vordering betwist, met uitzondering van de schadepost van de medische kosten. Ten aanzien van de reiskosten heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze post niet voor toewijzing in aanmerking komt. De post is niet nader geconcretiseerd en onderbouwd, terwijl deze kosten al gemaakt zouden moeten zijn. Ook ontbreekt enig zicht op de berekening van het bedrag van € 150,-. Ten aanzien van het verlies aan verdienvermogen tot en met 13 november 2025 voert de verdediging aan dat geen inzicht is gegeven in de berekening daarvan. De verdediging heeft, met een eigen berekening, onderbouwd aangetoond welk gemiddeld netto verlies aan inkomen de benadeelde partij daadwerkelijk heeft geleden en heeft daarbij rekening gehouden met de ziektewetuitkering van het UWV. Ten aanzien van het verlies aan verdienvermogen tot maart 2027 verzoekt de verdediging primair de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu enige onderbouwing ontbreekt dat het gevorderde toekomstige verlies het gevolg is van het tenlastegelegde. Subsidiair verzoekt de verdediging het bedrag toe te wijzen tot het door de verdediging met een eigen berekening onderbouwd bedrag. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze fors dient te worden verminderd en verzoekt de rechtbank deze te schatten naar billijkheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>12.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de materiële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak C bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank beoordeelt de verschillende posten als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 385,- voor het eigen risico dat zij heeft moeten betalen. Die schadepost is door de verdediging niet betwist. De rechtbank zal daarom de vordering ten aanzien van die schadepost toewijzen. </para>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 150,- voor de reiskosten die zij heeft moeten maken. Hoewel de post van de reiskosten niet met stukken is onderbouwd, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij reiskosten heeft gemaakt. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat de reiskosten op een bedrag van € 50,-.</para>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert in totaal een bedrag van € 10.320,- voor het verlies van arbeidsvermogen tot maart 2027. De rechtbank zal bij de beoordeling van deze schadepost onderscheid maken tussen het verlies van arbeidsvermogen tot en met 13 november 2025 (de dag van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak) en het verlies van arbeidsvermogen vanaf 13 november 2025 tot maart 2027. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het verlies van arbeidsvermogen tot en met 13 november 2025 overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat zij niet heeft kunnen werken door haar psychische klachten als gevolg van het ten laste gelegde. De rechtbank zal, gelet op hetgeen door de verdediging gemotiveerd is betwist, een bedrag toewijzen van € 2.523,36. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het verlies van arbeidsvermogen tot maart 2027, ofwel het toekomstig verlies van arbeidsvermogen, overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal de vordering materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal</para>
          <para>€ 2.958,36 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de immateriële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak C bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij op een andere wijze in haar persoon is aangetast. Uit hetgeen onderbouwd is gesteld kan geconcludeerd worden dat de benadeelde partij psychische schade heeft ondervonden door het bewezenverklaarde feit. Die psychische schade is ook niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106, aanhef en onder b BW kan worden aangenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De hoogte van de immateriële schadevergoeding is ter terechtzitting betwist. De rechtbank zal, rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, de vordering in redelijkheid toewijzen tot een bedrag van € 1.500,-. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.4.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>In het belang van [benadeelde partij 5] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.4.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het in zaak C bewezenverklaarde meerdere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en zijn mededaders ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [benadeelde partij 6]
          </emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 6] vordert € 12.695,- aan materiële schadevergoeding, bestaande uit medische kosten, te weten het volledige eigen risico van 2025 en een deel van het eigen risico van 2024, reiskosten, verlies aan verdienvermogen tot februari 2027 en kosten voor huishoudelijke hulp. Voorts vordert de benadeelde partij € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft de vordering betwist. Ten aanzien van de medische kosten stelt de verdediging zich op het standpunt dat niet kan worden beoordeeld of het eigen risico van 2024 al was verbruikt vóór de tenlastegelegde overval. Uit het declaratieoverzicht blijkt dat benadeelde al voorafgaand aan het tenlastegelegde in behandeling was. Voorts ontbreekt volgens de verdediging enige onderbouwing van het causaal verband tussen de behandeling en het tenlastegelegde. De verdediging verzoekt de medische kosten af te wijzen. Ten aanzien van de reiskosten heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze post niet voor toewijzing in aanmerking komt. De post is niet nader geconcretiseerd en onderbouwd, terwijl deze kosten al gemaakt zouden moeten zijn. Ook ontbreekt enig zicht op de berekening van het bedrag van € 150,-. Ten aanzien van het verlies aan verdienvermogen tot en met 13 november 2025 voert de verdediging aan dat geen inzicht is gegeven in de berekening daarvan. De verdediging heeft, met een eigen berekening, onderbouwd aangetoond welk gemiddeld netto verlies aan maandinkomen de benadeelde partij daadwerkelijk heeft geleden en heeft daarbij rekening gehouden met de ziektewetuitkering van het UWV. Ten aanzien van het verlies aan verdienvermogen tot februari 2027 verzoekt de verdediging primair de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu enige onderbouwing ontbreekt dat het gevorderd toekomstige verlies het gevolg is van het tenlastegelegde. Subsidiair verzoekt de verdediging het bedrag toe te wijzen tot het door de verdediging met een berekening onderbouwd bedrag. Ten aanzien van de kosten van de huishoudelijke hulp voor de periode van 43 weken, ontbreekt volgens de verdediging enige onderbouwing. Niet is gebleken dat de benadeelde partij in de betreffende periode daadwerkelijk huishoudelijke hulp heeft ontvangen, noch dat zij daartoe beperkt was. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze fors dient te worden verminderd en verzoekt de rechtbank deze te schatten naar billijkheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>12.5.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de materiële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak C bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank beoordeelt de verschillende posten als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 647,- voor het eigen risico dat zij heeft moeten betalen. De rechtbank is van oordeel dat  de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd heeft dat de benadeelde partij het volledige eigen risico van 2025 en een deel van het eigen risico van 2024 heeft moeten betalen als gevolg van het ten laste gelegde. De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de medische kosten niet-ontvankelijk verklaren.</para>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert een bedrag van € 150,- voor de reiskosten die zij heeft moeten maken. Hoewel de post van de reiskosten niet met stukken is onderbouwd, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij reiskosten heeft gemaakt. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat de reiskosten op een bedrag van € 50,-.</para>
        <para />
        <para>- De benadeelde partij vordert in totaal een bedrag van € 7.866,- voor het verlies van arbeidsvermogen tot februari 2027. De rechtbank zal bij de beoordeling van deze schadepost onderscheid maken tussen het verlies van arbeidsvermogen tot en met 13 november 2025 (de dag van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak) en het verlies van arbeidsvermogen vanaf 13 november 2025 tot maart 2027. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het verlies van arbeidsvermogen tot en met 13 november 2025 overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat zij niet heeft kunnen werken door psychische klachten als gevolg van het ten laste gelegde. De rechtbank zal, gelet op hetgeen onderbouwd is betwist, een bedrag toewijzen van € 2.249,-. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het verlies van arbeidsvermogen tot februari 2027, ofwel het toekomstig verlies van arbeidsvermogen, overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>- Ten aanzien van de kosten voor de huishoudelijke hulp overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dit deel van haar vordering. Niet is gebleken dat de benadeelde partij in de betreffende periode daadwerkelijk huishoudelijke hulp heeft ontvangen, noch dat zij daartoe beperkt was.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal de vordering materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal</para>
          <para>€ 2.299,- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.5.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de immateriële schade</emphasis>
          </para>
          <para>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak C bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij op een andere wijze in zijn persoon is aangetast. Uit hetgeen onderbouwd is gesteld kan geconcludeerd worden dat de benadeelde partij psychische schade heeft ondervonden door het bewezenverklaarde feit. Die psychische schade is ook niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106, aanhef en onder b BW kan worden aangenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De hoogte van de immateriële schadevergoeding is ter terechtzitting betwist. De rechtbank zal, rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, de vordering in redelijkheid toewijzen tot een bedrag van € 1.500,-. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan dit deel haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.5.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
          </para>
          <para>In het belang van [benadeelde partij 6] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte opgelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>12.5.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het in zaak C bewezenverklaarde meerdere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en zijn mededaders ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>13</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>14</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het in zaak A onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 en 3, in zaak B en zaak C ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">afpersing;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zaak C</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een jeugddetentie van 270 (tweehonderdzeventig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, <emphasis role="bold">groot 160 (honderdzestig) dagen, van deze jeugddetentie </emphasis><emphasis role="bold underline">niet</emphasis><emphasis role="bold"> zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast</emphasis> wegens het niet nakomen van na te melden voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt de <emphasis role="bold">proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde </emphasis>dat de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en onder de bijzondere voorwaarden </emphasis>dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- onderwijs en/of stage zal volgen volgens het lesrooster;</para>
    <para />
    <para>- zal meewerken aan het hebben van structurele, positieve vrijetijdsbesteding;</para>
    <para />
    <para>- zich actief en meewerkend zal opstellen aan de partijen die hem ondersteunen;</para>
    <para />
    <para>- zal verblijven op een woongroep van Boomerang Zorg, gelegen aan [adres 3] ;</para>
    <para />
    <para>- zal meewerken aan het traject van Boomerang Zorg voor begeleid danwel zelfstandig wonen;</para>
    <para />
    <para>- zal meewerken aan behandeling van Inforsa.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden </emphasis>dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
    <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam</emphasis> tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit <emphasis role="bold">een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart onttrokken aan het verkeer: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. STK Wapen (Omschrijving: PL0900-2024370957-G3441262, Balletjespistool)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 3]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geheel toe tot een bedrag van </para>
      <para>€ 650,- (zegge: zeshonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 3] voornoemd te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde partij 3]</emphasis>
      </para>
      <para>Legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] , te betalen een bedrag van € 650,- (zegge: zeshonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 4]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 4] voornoemd te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde partij 4]</emphasis>
      </para>
      <para>Legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] , te betalen een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 4] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van benadeelde partij [naam tabakswinkel] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam tabakswinkel] B.V. gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.300,- (zegge: dertienhonderd euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk het toegewezen bedrag aan [naam tabakswinkel] B.V. voornoemd, te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [naam tabakswinkel] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>Legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam tabakswinkel] B.V., te betalen een bedrag van € 1.300,- (zegge: dertienhonderd euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij [naam tabakswinkel] B.V. voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 5]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.458,36,- (zegge: vierduizendvierhonderdachtenvijftig euro en zesendertig cent), bestaande uit € 2.958,36 aan materiële schade en € 1.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 17 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 5] voornoemd, te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde partij 5]</emphasis>
      </para>
      <para>Legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] , te betalen een bedrag van € 4.458,36,- (zegge: vierduizendvierhonderdachtenvijftig euro en zesendertig cent), bestaande uit € 2.958,36 aan materiële schade en € 1.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 17 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 5] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 6]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] gedeeltelijk toe tot een bedrag van </para>
      <para>€ 3.799,- (zegge: drieduizendzevenhonderdnegenennegentig euro), bestaande uit € 2.299,- aan materiële schade en € 1.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 17 september 2024, tot aan de dag van volledige betaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk het toegewezen bedrag te betalen aan [benadeelde partij 6] voornoemd, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde partij 6]</emphasis>
      </para>
      <para>Legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] , te betalen een bedrag van € 3.799,- (zegge: drieduizendzevenhonderdnegenennegentig euro), bestaande uit € 2.299,- aan materiële schade en € 1.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 17 september 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening. Behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 6] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft op</emphasis> het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in zaak A en in zaak B.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. H.P.E. Has, 	voorzitter tevens kinderrechter,</para>
      <para>mrs. K.M. van Hassel en M.C.H. Broesterhuizen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Pattiasina, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [--] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>