<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:11225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-19T06:30:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">: C/13/777885 / JE RK 25/797</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2026-0056</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/160</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T13:47:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:11225 Rechtbank Amsterdam , 18-12-2025 / : C/13/777885 / JE RK 25/797</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kinderrechter wijst het verzoek om de kinderen onder toezicht te stellen af. De kinderen wonen inmiddels bij vader en willen geen contact met hun moeder. Ingezette hulpverlening heeft geen resultaat gehad. De moeder kan niet erkennen dat de kinderen traumatische situaties bij haar hebben meegemaakt. Een ondertoezichtstelling is niet in het belang van de kinderen. De kinderen ontwikkelen zich goed bij hun vader. De kinderrechter is zich ervan bewust dat onderhavige beslissing ertoe leidt dat de moeder geen contact heeft met haar kinderen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:11225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">+RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/777885 / JE RK 25/797</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 18 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING AMSTERDAM, </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de Raad,</para>
      <para>gevestigd in Amsterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [ouder 1]
        </emphasis>, wonende te [plaats] , is de moeder; </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [ouder 2]
        </emphasis>, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>is de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna: JBRA</emphasis>, </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder met haar advocaat mr. O. Asscher;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader met zijn advocaat mr. N. Groen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>namens de Raad mevrouw [persoon 1] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>namens JBRA mevrouw [persoon 2] en mevrouw [persoon 3] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 december 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening aan de kinderrechter kenbaar te maken. [minderjarige 1] is via een videobelverbinding gehoord omdat zij in de Verenigde Staten (VS) verblijft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarigen zijn eerder onder toezicht gesteld, namelijk van 27 juli 2023 tot 27 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 mei 2025 heeft JBRA het ‘Voornemen niet verlengen ondertoezichtstelling’ ter toetsing bij de Raad ingediend. De Raad heeft op 11 juni 2025 aan betrokkenen (ouders en JBRA) per brief laten weten niet in te kunnen stemmen met de beëindiging van de ondertoezichtstelling nu de doelen binnen de ondertoezichtstelling grotendeels nog niet zijn behaald. Tot op heden is er nog sprake van een contactbreuk tussen de moeder en de kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 2] woont bij zijn vader, samen met de partner van de vader. [minderjarige 1] volgt sinds augustus van dit jaar een schooljaar in de VS.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De nadere standpunten ter zitting</title>
    <para>De kinderrechter deelt mee dat zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] in het gesprek hebben aangegeven dat zij geen contact willen met hun moeder en dat zij moe zijn van alle hulpverlening die is ingezet en dat zij hieraan niet meer zullen meewerken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De Raad</emphasis> heeft verklaard dat dit verzoek is ingediend omdat oma moederszijde zich bereid heeft verklaard een mediatorrol op zich te willen nemen inzake mogelijk contactherstel tussen de kinderen en de moeder. De Raad verkeerde in de veronderstelling dat oma mz, met naast zich een externe derde partij zoals omgangsbegeleiding van Jij &amp;Co, mogelijk een doorbraak zou kunnen bewerkstelligen in de ontstane situatie van geen contact van de kinderen met hun moeder. Naderhand is hier echter door verschillende betrokkenen negatief op gereageerd. De Raad stelt nu twijfel te hebben over wat goed is in deze zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De moeder</emphasis> heeft aangegeven dat ze het bijzonder heftig vindt wat er allemaal is gebeurd. Ze had een warme band met de kinderen en deze is helemaal verdwenen. Een ondertoezichtstelling is de laatste strohalm. De moeder realiseert zich dat het niet zeker is of ze de kinderen ooit nog zal zien. De moeder heeft verklaard dat haar liefde voor de kinderen onvoorwaardelijk en grenzeloos is. De moeder weet niet hoe ze de kinderen erkenning moet geven aan een gevoel wat de kinderen hebben voor iets wat zij nooit heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De advocaat van de moeder</emphasis> heeft verklaard dat er nooit gedegen onderzoek is verricht naar of wat de kinderen vertellen ook daadwerkelijk is gebeurd. Feit is wel dat de moeder nu volledig geïsoleerd is van haar kinderen.</para>
      <para>iHub is niet gestopt omdat het niet werkte, maar het is gestopt omdat iHub geen antwoord kreeg van JBRA over wat moest worden ondernomen om het contact op gang te krijgen. Hoe meer JBRA aanstuurde op contactherstel met de moeder, hoe meer de vader in de weerstand ging zitten.</para>
      <para>De beschuldigingen naar de moeder worden steeds ernstiger. De moeder wordt door de vader in deze rol gezet. Het verzoek dient te worden toegewezen zodat er actief regie gevoerd kan worden door JBRA.</para>
      <para>De situatie bij de moeder is veilig. Een onderzoek heeft dat uitgewezen.</para>
      <para>Het denkbeeld dat de kinderen nu over hun moeder hebben gaan ze in al hun toekomstige relaties meenemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">JBRA</emphasis> heeft verklaard ook twijfel te hebben of het goed is om in een gedwongen kader door te gaan. De kinderen hebben vooral rust nodig op dit moment. Het is voor JBRA ook niet duidelijk welke rol zij nog kunnen spelen in deze zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vader</emphasis> heeft naar voren gebracht dat het de bedoeling was dat de moeder zich bij de kinderen zou verontschuldigen. De kinderen hadden enorm uitgekeken naar dat moment. De verontschuldiging is niet gekomen en dit heeft geleid tot het schrijven van de brieven van de kinderen naar de moeder. Het is nu te laat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De advocaat van de vader</emphasis> heeft verklaard dat de kinderen geen ruimte hebben om nogmaals te proberen het contact met de moeder te herstellen en/of mee te werken met de hulpverlening. Er is de afgelopen twee jaar weinig gebeurd en een ondertoezichtstelling gaat daar geen verandering in brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt als volgt.</para>
      <para>De situatie die is ontstaan, waarin geen contact plaatsvindt tussen de kinderen en de moeder, is bijzonder verdrietig voor de kinderen. Op de zitting is de rechtbank gebleken dat de situatie ook voor de moeder pijnlijk, verdrietig en ingrijpend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderen hebben meermaals aangegeven dat er in de relatie met de moeder dingen zijn gebeurd die zij als traumatisch hebben ervaren. Zij vinden dat zij door de moeder hierin niet serieus zijn genomen. Ook niet nadat zij – in het kader van een hulpverleningstraject – herinneringen in een brief hadden opgeschreven die was gericht aan hun moeder. Gebleken is dat zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] boos, verdrietig en gekwetst zijn dat zij hierin door hun moeder niet zijn gehoord. Dit is een belangrijke onderliggende reden voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geweest om te besluiten om bij hun vader te gaan wonen en om het contact met de moeder te verbreken. [minderjarige 1] heeft sinds september 2024 geen contact meer met haar moeder, [minderjarige 2] heeft het contact gestopt in januari 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het uitgangspunt is dat het in het belang van kinderen moet worden geacht om contact te hebben met hun beide ouders. En de vraag ligt nu voor of er opnieuw een ondertoezichtstelling moet komen om zodoende, deze keer met behulp van oma moederszijde en een externe derde persoon, nogmaals te proberen om contactherstel te bewerkstelligen. De kinderrechter is van oordeel dat de kinderen niet nogmaals hieraan blootgesteld moeten worden. De ontstane situatie, waarbij heel veel is geprobeerd, waarin de kinderen  geleden hebben en waarin zij hebben verklaard een grote behoefte te hebben aan rust, maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat het verzoek om een ondertoezichtstelling moet worden afgewezen. Het kan naar het oordeel van de kinderrechter niet nog langer van de kinderen worden gevergd om te werken aan contactherstel met hun moeder. De kinderen hebben ook allebei verklaard dat ze hoe dan ook niet gaan meewerken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat een ondertoezichtstelling nu niet zal bijdragen aan de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Een ondertoezichtstelling is naar het oordeel van de kinderrechter nu niet in het belang van de kinderen. Er is gedurende een lange tijd veel hulpverlening ingezet en veel geprobeerd, helaas zonder positief resultaat. Waar het wel in heeft geresulteerd is dat de kinderen steeds weer werden teruggeworpen in een situatie die zij als traumatisch hebben ervaren, met alle gevolgen van dien. Het is de kinderrechter – buiten het feit dat de kinderen geen contact hebben met hun moeder - niet gebleken dat er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. Het contact tussen de kinderen en hun vader is goed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] is nu voor een jaar naar school in Amerika, een avontuurlijke stap, waardoor zij de komende tijd ook nog letterlijk op een grote afstand van haar moeder leeft. Ook dat heeft de kinderrechter bij de beoordeling betrokken. [minderjarige 1] geeft aan door de onderhavige procedure toch weer een terugval te hebben gekregen, terwijl het juist de afgelopen periode beter met haar ging. [minderjarige 2] heeft aan de kinderrechter verteld dat het nu goed met hem gaat. Hij vindt het fijn om bij zijn vader te wonen en hij heeft het goed op school. Voor de kinderen moet er naar het oordeel van de kinderrechter nu rust en duidelijkheid komen zodat zij de gebeurtenissen voor zover mogelijk achter zich kunnen laten, zich op zichzelf kunnen richten en zich optimaal kunnen ontwikkelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter beseft dat deze beslissing een grote weerslag kan hebben op de moeder. De moeder heeft op de zitting verklaard dat haar liefde voor de kinderen grenzeloos en onvoorwaardelijk is. De kinderrechter heeft de hoop dat de kinderen, als de druk er een periode af is en de kinderen in alle rust stappen in hun ontwikkeling hebben kunnen zetten, op termijn ruimte kunnen voelen om toenadering tot hun moeder te zoeken. Ook al verklaart de moeder dat de gebeurtenissen die de kinderen stellen te hebben meegemaakt zich in haar beleving niet hebben voorgedaan, dat neemt niet weg dat de kinderrechter het belang wenst te onderstrepen van erkenning van de kinderen in hun gevoel en in hun beleving van de voorbije jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegelijkertijd met de beschikking stuurt de kinderrechter een brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarin is het volgende opgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze brief gaat over mijn beslissing die ik heb genomen over het verzoek dat is gedaan om een ondertoezichtstelling. Ik heb jullie hierover gesproken en jullie hebben mij allebei verteld wat je ervan vindt. Na ons gesprek heb ik met je moeder, je vader, hun advocaten en met een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming en met twee vertegenwoordigers van Jeugdbescherming Amsterdam gesproken. Daarna heb ik de beslissing genomen die ik voor jullie het beste vind. Die beslissing is dat ik vind dat er nu geen ondertoezichtstelling van jullie moet komen. Ik heb het verzoek daarom afgewezen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik vind namelijk dat jullie nu rust moeten krijgen zodat jullie je op jullie eigen ontwikkeling kunnen richten. Deze jaren in jullie leven, waarin jullie allebei op de middelbare school zitten, zijn belangrijke vormende jaren voor jullie. En natuurlijk zou het het fijnst zijn als jullie goed contact zouden hebben met allebei jullie ouders. Ik vind het heel verdrietig dat jullie geen contact meer hebben met jullie moeder. Maar ik vind dat er al heel veel is geprobeerd om het contact tussen jullie en je moeder te herstellen. Ik verwacht niet dat nu nog een poging jullie daarin verder gaat helpen. Ik vrees zelfs dat als de druk er op blijft liggen en jullie hierin weer van alles moeten, een nog diepere kloof tussen jullie en jullie moeder zal ontstaan.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Jullie moeder heeft op de zitting gezegd dat zij grenzeloos en onvoorwaardelijk van jullie allebei houdt. En mogelijk kunnen jullie dat nu niet goed horen, ik hoop dat jullie dat op een gegeven moment wel kunnen horen. Ik hoop dat er een moment komt waarin jullie ruimte gaan voelen om weer stapjes richting jullie moeder te zetten. Dat wens ik jullie toe, in jullie eigen tempo.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kinderrechter” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 door mr. F.P. Lauwaars, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Pandelitschka als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>